Richtlijnen voor het voldoen aan de herplantplicht
Om te voldoen aan de verplichte bosbouwkundig verantwoorde wijze van herbeplanten (artikel 11.129 Bal en artikel 4.24 Provinciale omgevingsverordening), dient binnen drie jaar de houtopstand ter plaatse uit te groeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand. U kunt hieraan voldoen op basis van de onderstaande functiedoelen en bijbehorende plantverbanden:
Optie A: Gericht op Natuurontwikkeling en Biodiversiteit
Wanneer het doel het herstel of de ontwikkeling van een ecologisch waardevol, gemengd bos is, wordt gewerkt met een menging van inheemse, standplaatsgeschikte boom- en struiksoorten. Afhankelijk van de beheerstrategie kan worden gekozen voor:
- Dicht plantverband: Een plantverband van maximaal 1,5 x 1,5 meter tot 2,0 x 2,0 meter (circa 2.500 tot 4.500 stuks bosplantsoen per hectare). Dit zorgt voor een snelle terreinsluiting en onderdrukt ongewenste ruigte-vegetatie.
- Ruim plantverband: Bij boomsoorten met een hoge groeisnelheid en grote lichtbehoefte (zoals berk of wilg) kan een ruimer plantverband van bijvoorbeeld 2 x 2 meter tot 4 x 4 meter worden gekozen. Kiest u voor grotere plantafstanden of natuurlijke verjonging? Dan moet u door middel van adequaat beheer en gerichte nazorg kunnen aantonen dat de houtopstand zich zal ontwikkelen tot een volwaardige en duurzame houtopstand. Bij langzame- of schaduwsoorten is een ruim plantverband binnen deze termijn niet verantwoord.
Optie B: Gericht op Houtproductie
Wanneer het doel de productie van kwaliteitshout is, hangt het plantverband nauw samen met de gekozen boomsoorten en de gewenste stamkwaliteit:
- Dicht plantverband: Een plantverband van 1,5 x 1,5 meter, circa 4.500 stuks per hectare. Dit hoge plantaantal is noodzakelijk bij kwaliteitsloofhout (zoals eik of beuk) en naaldhout om snelle sluiting van het kronendak te forceren. Dit stimuleert de hoogtegroei en bevordert natuurlijke snoei (takafstoting), wat resulteert in rechte stammen zonder zware noesten.
- Ruim plantverband (Snelgroeiers/Lichtbomen): Voor specifieke lichtbehoeftige snelle groeiers, zoals populieren of wilgen (veelal aangeplant als 1-jarige bewortelde stekken of poten), kan een ruimer plantverband van circa 4,0 x 4,0 meter tot 5,0 x 5,0 meter worden aangehouden. Omdat de bomen verder uit elkaar staan, is intensieve nazorg (zoals het direct 'inboeten' oftewel herplanten bij uitval) in de eerste drie jaar strikt noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de aanplant zich zal ontwikkelen tot een volwaardige en duurzame houtopstand.
Algemene kwaliteitseisen en standplaats
Voor zowel natuur als houtproductie geldt dat de gekozen boomsoorten aantoonbaar geschikt moeten zijn voor de lokale bodemkwaliteit en waterhuishouding ter plaatse. Om de vitaliteit en duurzaamheid van de houtopstand te garanderen, wordt geadviseerd om gebruik te maken van kwalitatief hoogwaardig plantmateriaal (voldoend aan NEN 7412) met een herkomst die is opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
Richtlijnen voor herplant van laan- en rijbeplanting
Indien de gekapte houtopstand een lijnvormige structuur betrof, dient de herplant in een passend lijnverband en ritme te worden uitgevoerd. Het hoofddoel is het realiseren van een vitale, landschappelijk passende bomenrij. Hierbij wordt een plantafstand gehanteerd die bomen voldoende ruimte biedt om uit te groeien tot hun volwassen omvang, zodat een duurzaam eindbeeld ontstaat waarbij de kronen elkaar op termijn kunnen raken zonder dat onderlinge concurrentie tot voortijdige uitval leidt. Bij de inrichting wordt tevens zorggedragen voor voldoende ondergrondse doorwortelbare ruimte om de vitaliteit op de zeer lange termijn te garanderen.
1. Bepaling van de plantafstand en plantmaat
De plantafstand wordt bepaald door de boomgrootte en het gewenste eindbeeld. De volgende richtlijnen zijn leidend voor een bosbouwkundig verantwoorde aanplant:
- Grote en middelgrote laanbomen: Een plantafstand van 8 tot 15 meter hart-op-hart. Dit biedt bomen zoals de eik en linde voldoende groeiruimte voor een vitale kroon en voorkomt voortijdige uitval door onderlinge concurrentie.
- Variabele/Dynamische laan: Bij een gemengde aanplant kan worden gevarieerd met tussenafstanden van 3 tot 7 meter, mits de soortenecologie op elkaar is afgestemd.
- Minimale plantmaat: Voor een goede aanslag en robuustheid in het landschap wordt geadviseerd bomen te planten met een minimale stamomtrek van 10 tot 12 cm.
2. Bescherming, inboet- en nazorgverplichting
Een laanbeplanting vereist beheer om het visuele en ecologische ritme te behouden:
- Individuele bescherming: Om schade door wild of maaiwerkzaamheden te voorkomen, kunt u de bomen beschermen met bijvoorbeeld boomspiralen, kokers of boompalen.
- Strikte inboetplicht: Elk dood of niet-aangeslagen exemplaar moet direct worden vervangen in het eerstvolgende plantseizoen om gaten in de structuur en vertraging in de kroonsluiting te voorkomen.
Juridische verantwoording
Deze eisen waarborgen dat de herplant op bosbouwkundig verantwoorde wijze geschiedt, zoals vereist in artikel 11.129 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De invulling van dit begrip, waaronder de eis dat binnen drie jaar een volwaardige en duurzame houtopstand wordt bereikt, is vastgelegd in de relevante provinciale omgevingsverordening. Voor de herplant dient gebruik te worden gemaakt van plantmateriaal van erkende herkomsten van de Nederlandse Rassenlijst Bomen om genetische geschiktheid en klimaatbestendigheid te garanderen.
