Samenvatting en Q&A TLGD
De provincie Drenthe wil weer ruimte maken voor vergunningverlening en tegelijk werken aan een sterk en toekomstbestendig landelijk gebied. In het programma TLGD staat hoe de provincie dat wil doen, samen met inwoners, boeren, terreinbeheerders, gemeenten, waterschappen en andere partners. Het programma richt zich met name op de opgaven voor stikstof, natuur en water, zodat Drenthe ook in de toekomst een goede plek blijft om te wonen, werken en leven.
Sinds de vorige versie van het TLGD (ontwerp) is, op basis van 262 reacties (zienswijzen), gesprekken tijdens inloopbijeenkomsten en gesprekken met maatschappelijke partners, een aantal onderdelen verder uitgewerkt. De stikstofaanpak is concreter gemaakt, onder meer met een norm per fosfaatrecht voor de melkveehouderij en een duidelijker gebiedsgerichte aanpak rond Natura 2000-gebieden. De rol van water en bodem bij keuzes in het landelijk gebied is verder uitgewerkt, er is meer aandacht voor landschap en de sociaaleconomische impact op dorpen, ondernemers en gemeenschappen heeft een meer prominente positie gekregen. Daarnaast is de realisatiestrategie verder uitgewerkt, met meer duidelijkheid over planning, uitvoering en gebiedsprocessen.
Pas na vaststelling door Provinciale Staten (naar verwachting zomer 2026) kunnen we echt van start met de uitvoering van het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe.
Waarom dit plan?
De provincie Drenthe kan al lange tijd geen vergunningen meer verlenen voor ontwikkelingen die gepaard gaan met een toename van stikstofuitstoot. Dit schaadt agrariërs, maar ook de bredere Drentse economie en woningbouw. Agrariërs kunnen ook bijna geen maatregelen nemen om stikstof te verminderen omdat daar meestal ook een vergunning voor nodig is. De natuur schiet weinig op met deze impasse. Het Drentse landschap, met haar kenmerkende essen, landbouwgronden, bossen, heide, veengebieden en beekdalen, blijft onder druk staan. Zo lijden natuurgebieden onder verdroging, stikstofdepositie en versnippering. Klimaatverandering vergroot deze druk: hogere temperaturen, extremere neerslag en langere periodes van droogte verstoren natuurlijke processen en maken natuurherstel complexer. Met dit programma geven we aan hoe we aan deze opgaven gaan werken, de Drentse natuur herstellen en vergunningverlening weer mogelijk maken. Provincie Drenthe wil hiermee een helder toekomstperspectief bieden voor de boeren in Drenthe, voor de ondernemers en voor de medeoverheden.
Er zijn nog veel onduidelijkheden en er niet al het geld dat nodig is, is al beschikbaar. Maar er worden wel grote en belangrijke keuzes van ons gevraagd. PAS-melders hebben nog steeds geen zekerheid en initiatieven die voor de Drentse ontwikkeling belangrijk zijn komen niet van de grond. Kortom: hoe voldoen we aan de doelen voor natuur en water en bieden we tegelijk voldoende ruimte en perspectief om te (blijven) ondernemen.
Tegelijk biedt het nationale coalitieakkoord wel aanknopingspunten en ondersteuning. We zien dat het kabinet veel geld beschikbaar maakt voor het werken aan de stikstofproblematiek en volgen deze ontwikkelingen dan ook op de voet.
Een groot deel van de opgaven landt in de agrarische sector en dat zal soms leiden tot pijnlijke keuzes. De provincie stuurt daarom op een koers waarbij de sector in deze transitie zoveel mogelijk wordt ondersteund door bijvoorbeeld het stellen van duidelijke kaders, door te compenseren als dat nodig is en door het stimuleren van alternatieve ontwikkelpaden die bijdragen aan een krachtige en gezonde sector.
Het programma in hoofdlijnen
In het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe geeft de provincie aan hoe zij tot en met 2030 integraal werkt aan de opgaven. Hierna gaan we op hoofdlijnen per onderdeel daar verder op in.
Stikstof
Om ontwikkeling in Drenthe weer mogelijk te maken moet de uitstoot van stikstof naar beneden. Deze vermindering van emissies levert een bijdrage aan de wettelijke opgave voor stikstofreductie en herstel van de natuur. In het programma TLGD omschrijft de provincie Drenthe hoe ze aan stikstofreductie wil werken. In hoofdlijnen bestaat dit uit drie stappen:
- een aanpak gericht op de melkveehouderij waarmee 30% emissiereductie van stikstof wordt behaald;
- een aanpak waarin we in de meest kwetsbare gebieden aanvullend nog 30% extra reductie van de emissies willen realiseren (13% van de Drentse stikstof emissies);
- maatwerk voor gebieden waar extra inzet nodig is.
Generieke vermindering van stikstofemissie (stap 1)
Om bij te dragen aan de wettelijke opgave voor stikstofreductie moet Drenthe als in 2035 43% minder ammoniak uitstoten dan in 2019. De provincie vraagt aan alle melkveehouders in Drenthe om gezamenlijk als sector een reductie van 30% te realiseren in 2035. De reden hiervoor is melkveehouderij in de landbouw het grootste aandeel kan leveren in vermindering van uitstoot. Melkveehouders krijgen de ruimte om hier zelf invulling aan te geven via doelsturing. Bij deze aanpak maken de boeren onder meer gebruik van Kritische Prestatie Indicatoren. Dit betekent dat de boer zelf realistische en haalbare doelen krijgt voor het verminderen van stikstof en doelen voor water en klimaat en zelf de regie heeft over hoe deze doelen op het bedrijf worden gerealiseerd. De ervaring die al is opgedaan in Drenthe in het programma Duurzaam Boeren Drenthe benutten we hiervoor.
De provincie werkt voor de melkveehouderij toe naar een norm per fosfaatrecht. Dat betekent dat wordt gekeken naar de hoeveelheid ammoniak die een bedrijf uitstoot, in verhouding tot het aantal fosfaatrechten dat bij het bedrijf hoort. Fosfaatrechten bepalen hoeveel melk een melkveebedrijf mag produceren – en dit heeft een sterke relatie met de hoeveelheid ammoniak. De provincie wil deze rechten gebruiken als een vaste maat om de uitstoot van ammoniak tussen bedrijven te vergelijken. Je kunt het vergelijken met een energielabel voor een huis. Bedrijven die nu al minder uitstoten, hebben in die vergelijking als het ware al een beter label en hoeven daardoor minder grote stappen te zetten. De provincie kiest hiervoor omdat bedrijven zo op een beter vergelijkbare en zo eerlijk mogelijke manier kunnen worden beoordeeld. Zo stuurt de provincie op minder uitstoot, zonder voor ieder bedrijf precies dezelfde maatregel voor te schrijven. De provincie werkt de norm per fosfaatrecht juridisch uit in de omgevingsverordening. In 2030 is er een tussendoel om te beoordelen of de uitstoot voldoende daalt.
Voor de niet-grondgebonden veehouderij (met name varkens en kippen) wil de provincie het principe van de best beschikbare technieken (BBT) gaan hanteren. Dat betekent dat deze sector verplicht wordt om de best beschikbare techniek toe te passen om emissie te verlagen. Dan gaat het bijvoorbeeld om luchtwassers in stallen.
Voor de akkerbouw/ teelten in de volle grond, hebben wij op dit moment geen maatregelen in voorbereiding, gezien de beperkte mogelijkheden om deze emissies te reduceren.
Het Rijk werkt verder aan emissiereductie van andere sectoren zoals mobiliteit en industrie (beide 50% reductie).
De provincie zal sturen op concrete ondersteuning voor ondernemers, bijvoorbeeld door middel van subsidies, vanuit provincie en Rijk.
Gebiedsgerichte vermindering van stikstofuitstoot (stap 2)
De provincie wil de resterende reductie van de Drentse ammoniakemissies realiseren in de gebiedsgerichte aanpak. Daarbij verschilt de aanvullende opgave voor ondernemers binnen een kilometer van een Natura 2000 gebied:
- Bargerveen en Witterveld: geen gebiedsgerichte aanpak
- Drentsche Aa: 15% extra boven op het generieke doel.
- overige 9 Natura 2000-gebieden: 30% extra bovenop het generieke doel.
Voor de betrokken bedrijven in de gebieden met een extra gebiedsopgave, is dit een forse opgave. Als een mogelijk voorbeeld geldt het gebiedsaanbod Veenhuizen waar een aantal boeren de ambitie heeft om met hulp van de provincie in 2035 gezamenlijk in totaal 60% minder stikstof uit te stoten. De uitwerking van de gebiedsgerichte opgave voor stikstof wil de provincie samen met ondernemers in de gebieden bepalen. Bij voorkeur in gebiedsprocessen. Dan gaat het om de precieze maatregelen in het gebied en om de ondersteuning die de provincie levert, bijvoorbeeld door middel van subsidieverlening.
De provincie werkt gebiedsgericht waarbij de aanpak zich richt op om vanuit de samenwerking te komen tot een aanpak voor dat gebied. De provincie wil de betrokken agrariërs in de gebieden ondersteunen om tot een gezamenlijk aanbod te komen, zoals dat rond Veenhuizen ook is gebeurd. Per gebied kijkt de provincie met de betrokkenen welke maatregelen nodig zijn om natuur en water te beschermen, en waar ruimte is voor ontwikkeling en ondernemerschap. De gebiedsgerichte opgave krijgt als vertrekpunt een opgave per gebied. Maar als stok achter de deur zal deze norm ook worden doorvertaald naar een opgave per bedrijf. De uitdrukkelijke inzet is om per gebied te bekijken wat er in gezamenlijkheid kan en hierin samen oplossingen te zoeken.
Maatwerk (stap 3)
De generieke en gebiedsgerichte aanpak, moeten samen leiden tot vermindering van bijna 43% van stikstofemissies in Drenthe in 2035. Ondanks dit behoorlijk hoge percentage, zal het nog niet per se genoeg zijn om op korte termijn weer vergunningen te kunnen verlenen. Dat heeft te maken met eerdere gerechtelijke uitspraken en de verplichting tot het nemen van voldoende natuurherstellende maatregelen. Dit betreft in het bijzonder het zogeheten juridische principe van ‘additionaliteit.’ Dit wil zeggen dat in Drenthe eerst voldoende maatregelen genomen moeten worden voor het herstellen van natuur in en om Natura 2000-gebieden, voordat er weer vergunningen mogen worden verleend. Het gaat dan om natuurherstellende maatregelen in het gebied, zoals maatregelen om stikstofuitstoot te verminderen en om de hydrologische situatie in een gebied te verbeteren.
Voor de natuurbeheerders ligt er een belangrijke taak om de maatregelen in de natuurgebieden te nemen die nodig zijn voor natuurherstel. Natuurbeheerders onderschrijven dat zij de noodzakelijke maatregelen gaan nemen om de kwaliteit van de habitats op orde te brengen en willen zich hieraan ook verbinden. Daarvoor moeten wel de juiste randvoorwaarden door de overheid worden gecreëerd zoals voldoende middelen en vermindering van drukfactoren zoals stikstof.
Concreet betekent dit maatwerk: de provincie onderzoekt per Natura 2000-gebied wat er nog aan extra maatregelen nodig is en hoe dat gerealiseerd zou kunnen worden. De provincie gaat daarvoor met betrokkenen in het gebied uit alle sectoren in gesprek. Naast de uitstoot van stikstof gaat het om het tegengaan van bijvoorbeeld verdroging of andere factoren waar natuur nadelige effecten van ondervindt (drukfactoren). De provincie kijkt hierbij naar alle bronnen en factoren in een gebied, van landbouw tot industrie en mobiliteit. Voor de landbouw is de ruimte om nog meer te doen dan met de hiervoor al gezette stappen (de generieke aanpak en de gebiedsgerichte opgave) vermoedelijk overigens klein. Het zal in dit stadium dus vooral om de eventuele bijdrage van andere sectoren en om mogelijkheden van agrariërs buiten de gebieden met een gebiedsgerichte opgave gaan.
Omdat deze oplossing maatwerk betreft en tijd in beslag neemt, duurt het langer voordat er weer vergunningen verleend kunnen worden. De provincie verwacht dat vergunningverlening met deze aanpak op zijn vroegst medio 2027 weer (gedeeltelijk) mogelijk is. Dit zal niet in een keer in heel Drenthe zijn, maar stapsgewijs per vergunning of groep van vergunningen (bij gebiedsaanbod of bredere maatregel).
Water en natuur
Voor water en natuur liggen er vraagstukken vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water en Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Europese Natuurherstelverordening.
De doelen voor water moeten in 2027 al zijn gehaald. Daarvoor moet nog veel gebeuren. Onder andere het op orde brengen van de waterkwaliteit op het gebied van ecologie en vervuiling en de beschikbaarheid van water voor Natura 2000-gebieden.
Voor natuur richt de aanpak zich op het versterken van Natura 2000-gebieden, herstel van landschap en meer biodiversiteit in het buitengebied, vooral om de natuurgebieden heen. De provincie werkt daarbij vanuit de kenmerken van het Drentse landschap, met aandacht voor landschapselementen, cultuurhistorie en natuur, die passen bij een gebied.
Daarbij vormt extra inzet op het beheer van natuur en landschap door boeren (agrarisch natuurbeheer) een belangrijk speerpunt. Van belang is verder dat natuurorganisaties in landelijk verband gezamenlijk de bouwsteen Natuur met de gezamenlijke provincies hebben onderschreven waarin zij garanderen de maatregelen te nemen die nodig zijn om de natuur te versterken tot het niveau dat nodig is.
Water en bodem als vertrekpunt voor keuzes in het landelijk gebied is ook nader toegelicht. Zo wil de provincie beter aansluiten bij wat op een plek past en nodig is voor natuur, landbouw en waterbeheer. Dat kan betekenen dat op sommige plekken, ander gebruik of andere vormen van landbouw beter passen dan nu. In de gebiedsprocessen wil de provincie dit samen met alle betrokken partijen uitwerken.
Een deel van de landbouwgrond in Drenthe wordt niet of minder aantrekkelijk voor het verbouwen van gewassen en/ of het houden van vee. Minder intensieve landbouw, agrarisch natuurbeheer of een natuurbestemming zou dan passend kunnen zijn. Per gebied en samen met grondeigenaren wordt een oplossing gezocht. Dit gebeurt zoals dat nu ook al gaat op basis van vrijwilligheid.
Aandachtsgebieden
In een aantal gebieden in de provincie is er een combinatie van opgaven. Dat wil zeggen dat er in deze gebieden zowel vanuit water, als vanuit natuur en stikstof vraagstukken liggen. Deze gebieden noemt de provincie in het programma ‘hotspots’. Het zijn ook deze gebieden die een belangrijke bijdrage kunnen leveren om vergunningverlening weer mogelijk te maken en doelen voor water en natuur te behalen. Het gaat om deze vijf gebieden:
- Drentsche Aa-gebied,
- Elperstroomgebied,
- Zure Venen (tussen Uffelte en Ruinen),
- Vledder Aa en Wapserveensche Aa,
- Oude Diep.
In de komende jaren gaan we hier gebiedsgericht aan de slag in zogeheten gebiedsprocessen. Van onderop. Dat betekent dat de provincie samen met ondernemers, organisaties en inwoners in deze gebieden een plan maakt voor maatregelen op het gebied van stikstof, natuur, water en klimaat. De kaartjes in het programma betreffen zoekgebieden. In deze gebieden gaan de provincie samen met het gebied zoeken naar oplossingen.
Naast deze vijf gebieden zijn er twee gebieden met een specifieke opgave. Dat betreft het Noordbargeres in Zuidoost Drenthe en het gebied Grote Masloot in Noordwest Drenthe. In Noordbargeres gaat het om grondwaterwinning en in Grote Masloot om het verbeteren van de kavelstructuur in samenhang met het herstel van het beekdal.
Per gebied wordt een plan van aanpak gemaakt. Elk gebied is anders en dat vraagt om maatwerk. Ook zal de provincie niet in elk gebied meteen starten. De provincie gaat ervan uit dat een deel van deze processen tot 2035 lopen.
De provincie begrijpt dat de veranderingen in het landelijk gebied voor inwoners en ondernemers vragen en zorgen oproepen. Daarom wordt per gebied niet alleen gekeken naar natuur, water en stikstof, maar ook naar leefbaarheid, werkgelegenheid en de toekomst van dorpen en gemeenschappen. In het programma is ook een claim opgenomen voor het kunnen versterken van de leefbaarheid van gemeenschappen.
Samenwerking met boeren
Boeren zorgen sinds jaar en dag voor een groot deel van ons Drentse landschap. De provincie waardeert dit en ziet kansen om dit te versterken. Een gezond en eerlijk verdienmodel is essentieel voor de toekomst van de agrarische bedrijven. Boeren moeten ook als beheerder van natuur kunnen optreden. De provincie wil ook de landbouwstructuur versterken. Door in de gebieden de verkavelingsstructuur voor betrokken boeren te verbeteren. Dat betekent dat grond (kavels) dichter bij de boerderij komen te liggen. Dat is gunstig voor de bedrijfsvoering van de betrokken ondernemers.
De provincie is blij dat boeren zelf ook meer willen samenwerken, omdat dit nodig is om alle doelen te halen. Door samen met boeren te kijken naar hun bedrijf en grond in een gebied en de vraagstukken te bespreken voor natuur, water en stikstof wordt duidelijk hoe verplaatsingen, kavelruil, herinrichtingen en landbouwstructuurverbetering het beste plaats kunnen vinden. De provincie wil boeren daarmee perspectief bieden om te ondernemen en tegelijk samen duidelijke afspraken maken over wat nodig is voor natuur, water en stikstof.
Op meerdere plekken in Drenthe zijn boeren zelf al met waardevolle ideeën gekomen. De provincie juicht dit toe en wil kijken hoe zij in haar aanpak ruimte kan maken voor deze ideeën. Er is echter wel beperkt geld beschikbaar. Daarom kijkt de provincie eerst inhoudelijk naar een plan om af te wegen of zij kan bijdragen aan een idee vanuit de samenleving.
Financiën en uitvoering
In de realisatiestrategie heeft de provincie haar werkwijze voor de uitvoering van het TLGD verder uitgewerkt. Daarin staat niet alleen hoe het beschikbare geld tot en met 2030 wordt ingezet, maar ook hoe de uitvoering wordt gepland en welke stappen in de verschillende gebieden worden gezet. Dit geld is niet voldoende om alle maatregelen overal tegelijk uit te kunnen voeren. Daarom vraagt de provincie bij het kabinet om extra geld. Het kabinet heeft aangegeven dat er voor het landelijk gebied weer een fonds komt waar ook provincies gebruik van kunnen gaan maken.
