Q&A TLGD
Vragen en antwoorden
Heeft u na het lezen van de samenvatting en het programma nog vragen? We hebben hieronder alvast een paar vragen en antwoorden opgenomen. Staat uw vraag of antwoord er niet bij, dan kunt u contact met ons opnemen.
Landelijke stikstofaanpak
Het Rijk heeft met de Kamerbrief van juni ‘26 een richting geschetst, maar er is nog geen vastgesteld beleid.
In Drenthe geldt het door Provinciale Staten vastgestelde programma TLGD. We spannen ons in om de doelen in het programma te halen: van het vergunningenslot komen, stikstofemissie te reduceren, landbouw perspectief bieden en de water- en natuurdoelen halen.
Als het Rijk uiteindelijk andere of strengere normen vaststelt, bekijkt de provincie wat daarvan de gevolgen zijn voor het TLGD en de Drentse aanpak. De provincie Drenthe zet zich in om het gehele Drentse programma uit te voeren in plaats van het nationale beleid en regels.
Stikstof en norm
Om bij te dragen aan de wettelijke opgave voor stikstofreductie moet Drenthe in 2035 43% minder ammoniak uitstoten dan in 2019. De provincie vraagt aan alle melkveehouders in Drenthe om gezamenlijk als sector een reductie van 30% te realiseren in 2035.
Voor de intensieve veehouderij wordt de hoogte van de emissienorm nog uitgewerkt om ook bij te dragen aan deze doelstelling. Naar verwachting is begin 2027 hierover meer duidelijk.
De provincie wil daarnaast de resterende reductie van de Drentse ammoniakemissies realiseren in een gebiedsgerichte aanpak. Daarbij verschilt de aanvullende opgave voor ondernemers binnen een kilometer van een Natura 2000 gebied:
- Bargerveen en Witterveld: geen gebiedsgerichte aanpak
- Drentsche Aa: 15% extra boven op het generieke doel.
- overige 9 Natura 2000-gebieden: 30% extra boven op het generieke doel.
Voor de betrokken bedrijven in de gebieden met een extra gebiedsopgave, is dit een forse opgave. De uitwerking van de gebiedsgerichte opgave voor stikstof wil de provincie samen met ondernemers in de gebieden vormgeven bijvoorbeeld in een gebiedsaanbod. Hierin tellen alle maatregelen mee, zoals doelsturing, innovatie, verplaatsingen en bedrijven die bijvoorbeeld al gestopt zijn.
De emissienormen die in het programma TLGD staan, hebben op dit moment nog geen juridische werking. De normen moeten eerst opgenomen worden in de provinciale omgevingsverordening. En daarvoor moet een aantal zaken verder uitgewerkt worden. Het gaat om onderwerpen zoals hoe we met het tussendoel in 2030 omgaan, wat de wijze van aanleveren van informatie wordt en welke consequenties er zijn bij het niet halen van de norm.
De verwachting is dat de eerste wijziging in de POV begin 2027 ter besluitvorming voorligt in de Staten. Het grootste deel van de regels zullen we pas in 2027/2028 in de verordening vast gaan leggen, voorafgaand daaraan is het mogelijk om zienswijzen in te dienen.
De norm voor melkveehouderij gaat uit van 30% reductie, dat wordt berekend op basis van de emissie per fosfaatrecht. In 2019 was dat in Drenthe gemiddeld 0,32 kg per fosfaatrecht. Dat betekent dat de norm in 2035 op 0,227 kg ammoniakemissie per fosfaatrecht ligt. Hiermee krijgen boeren een duidelijke norm, waar ze zelf met eigen maatregelen op kunnen sturen. Het gaat dan vooral om de toepassing van innovatieve technieken en managementmaatregelen, zoals weidegang en voermanagement.
In 2035 moet iedere Drentse melkveehouder aan de norm voldoen van 0,227 kg ammoniakemissie per fosfaatrecht. Op basis van de bedrijfsgegevens uit de kringloopwijzer kan elke melkveehouder al zijn eigen totale stal- en opslagemissies zien, de bedrijfsemissie. Door dit te delen door het aantal fosfaatrechten van het bedrijf (in te zien via RVO) kan elke melkveehouder zijn eigen huidige situatie berekenen en heeft daarmee inzicht hoeveel reductie nodig is richting 2035.
Voor de intensieve veehouderij wordt de hoogte van de emissienorm nog uitgewerkt. Dit gebeurt in samenwerking met een aantal deskundigen uit deze sector. Naar verwachting is begin 2027 hierover meer duidelijk.
Ja, de doelen zijn in de praktijk haalbaar en we ondersteunen ondernemers bij de te nemen stappen. Het WUR-rapport laat in berekeningen zien dat voor managementmaatregelen en innovaties de reductie tot wel 50% kan zijn. Voor alleen managementmaatregelen gaat het om een potentieel van meer dan 30%. Dit zijn gemiddelde cijfers.
Voor veldemissies krijgen agrarische ondernemers op dit moment geen aparte norm. Op basis van het huidige nationale beleid verwachten we namelijk al een aanzienlijke daling van deze emissies. Wel blijven we maatregelen stimuleren die bijdragen aan verdere verlaging van de veldemissies, zoals het verdund uitrijden van mest en precisie-injectie. We onderzoeken of we dit met regelingen zoals 'laaghangend fruit' verder kunnen stimuleren. De verwachte daling is onder meer gebaseerd op de gevolgen van de afbouw van derogatie. De komende jaren zal uit monitoring blijken hoe de veldemissies zich daadwerkelijk ontwikkelen. Als de verwachte daling niet wordt gehaald, stellen we het plan bij en nemen we zo nodig aanvullende maatregelen om de veldemissies verder terug te dringen. Deze maatregelen worden dan opgenomen in een bijstelplan.
Het Rijk heeft al strenge reductievoorstellen voor de sectoren industrie en mobiliteit (wegen en vaarwegen). Voor die sectoren is het doel een vermindering van de stikstofuitstoot van 50% in 2035. Dat is meer dan van de landbouw wordt gevraagd.
In het kader van het maatwerk per gebied, kijkt de provincie per gebied naar alle bronnen die verantwoordelijk zijn voor veel neerslag (depositie) van stikstof op gevoelige natuur. Dat kan ook om bijvoorbeeld industrie of wegen gaan. We gaan daarover in gesprek om te zien of maatwerk afspraken mogelijk zijn.
Opstarten vergunningverlening
Dat zal niet op één moment voor heel Drenthe plaatsvinden. De provincie wil stap voor stap en gebied voor gebied werken aan het weer mogelijk maken van vergunningverlening.
De vaststelling van het TLGD is een belangrijke stap voor het weer mogelijk maken van vergunningverlening, maar er moeten nog meer stappen gezet worden.
Daarvoor moeten verschillende zaken op orde zijn, waaronder het borgen van het beleid uit het TLGD in de provinciale omgevingsverordening, per gebied een additionaliteitstoets uitwerken (wat is er per gebied exact nodig). De maatregelen die hieruit volgen moeten vervolgens ook geborgd worden en er moet worden aangetoond dat de natuurdoelen op termijn gehaald gaan worden. Het streven is om in de loop van 2027 de eerste vergunning te kunnen afgeven.
Gebieden
Niet alle gebieden kunnen tegelijkertijd worden opgepakt. De provincie werkt daarom aan prioritering en fasering van gebiedsprocessen. In de Realisatiestrategie is een voorlopige planning opgenomen.
Heeft u samen met anderen een initiatief voor uw gebied dat kan bijdragen aan de doelen van het TLGD? Dan kunt u dit op termijn bij de provincie kenbaar maken. We werken aan een handreiking waarin wordt uitgelegd aan welke voorwaarden gebiedsinitiatieven moeten voldoen.
Daarnaast worden regelingen voorbereid om gebiedsinitiatieven te ondersteunen. Het streven is om deze begin 2027 open te stellen. Aanvragen kunnen op dit moment nog niet worden ingediend.
In- en rond Natura 2000-gebieden
In gebieden rondom Natura 2000-gebieden ligt een extra zware stikstofopgave. Dat komt om de stikstof (ammoniak) die nabij een Natura 2000-gebied wordt uitgestoten de meeste invloed heeft. Dat pakken we gebiedsgericht aan. Ons uitgangspunt is dat we de gebiedsgerichte opgave van onderop, dus met het gebied samen, willen vormgeven. Die samenwerking is van groot belang, zeker bij deze grotere opgaven. Alle opties en instrumenten worden meegenomen en opgeteld: het generieke reductiespoor, innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen en stoppen.
Op deze manier willen we samen met de ondernemers komen tot een gebiedsplan. Anders dan met de generieke norm waar naar individuele bedrijfsemissies wordt gekeken, werken we hier vanuit de emissie van de gezamenlijke bedrijven ten opzichte van 2019. Op basis daarvan wordt er gewerkt naar een reductie van 60%. Hiervan wordt dus al ongeveer de helft (dus 30%) via het generieke spoor gerealiseerd.
Informatie
U kunt zich aanmelden voor onze nieuwsbrief. Daarnaast kunt u onze website in de gaten houden voor nieuws.
Het is begrijpelijk dat ontwikkelingen in het landelijk gebied vragen en onzekerheid kunnen oproepen over de toekomst van uw bedrijf. Er zijn verschillende mogelijkheden voor ondersteuning.
In Drenthe werken we nauw samen met Boeren Perspectief Drenthe. Dit platform biedt boeren en tuinders kosteloos onafhankelijke sociaaleconomische begeleiding om zelf invulling te geven aan toekomstperspectief. Door de inzet van ervaren adviseurs worden boeren geholpen om ambities op te pakken, (nieuw) perspectief te creëren en realistische keuzes te maken.
Heeft u vooral behoefte aan ondersteuning bij zorgen, stress of uw mentale gezondheid? Dan kunt u ook terecht bij Taboer. Taboer biedt laagdrempelige ondersteuning aan boeren en tuinders en helpt om mentale gezondheid bespreekbaar te maken.
Op de website van het ministerie is hierover ook meer informatie te vinden.
De precieze uitwerking van de regels moet nog plaatsvinden. Daardoor kunnen we op dit moment nog niet aangeven hoe de regels uitwerken in specifieke situaties. De verwachting is dat in 2027 deze regels nader worden uitgewerkt. Uiteraard volgen we in dat geval een openbare procedure met inspraakmogelijkheid.
Financiën
Voor het programma is op dit moment 2,37 miljard euro begroot. Wij hebben genoeg middelen om te starten, maar het is nog lang niet genoeg om het hele programma te kunnen uitvoeren.
Dat betekent dat we keuzes maken en voor aanvullende middelen zal er een beroep op het Rijk worden gedaan.
Natuur- en waterdoelen
Deze doelen liggen vast in Europese en in nationale regelgeving. Belangrijk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, de Europese Natuurherstelverordening en de Europese Kaderrichtlijn Water. Op nationaal niveau is de Omgevingswet van groot belang. Daarin liggen onder meer doelen vast voor vermindering van uitstoot van stikstof. De Omgevingswet vormt ook het wettelijk kader waarbinnen vergunningverlening plaatsvindt.
Voor de meeste natuurgebieden zijn stikstof en hydrologie de belangrijkste ‘knoppen’ waarmee herstel kan worden bevorderd. Dat is precies de inzet van het programma TLGD. De inzet van het programma TLGD Is maatregelen te realiseren met als doel dat de natuurkwaliteit in Drenthe sterk verbetert.
Voor vergunningverlening is het uiteindelijk bepalend dat de natuur zich gaat herstellen. In wetgeving is vastgelegd dat de natuur niet verder achteruit mag gaan en er moet zicht blijven op het halen van de instandhoudingsdoelen. Dit vergt investeringen in onze natuur, waaronder beheermaatregelen, systeemherstel, en in sommige gevallen uitbreiding van natuur.
Er zijn maatregelen nodig om water langer vast te houden, schoner te houden en beter te verdelen. Dat betekent: voorkomen van vervuiling, minder snel afvoeren, meer ruimte geven aan water en het watersysteem beter voorbereiden op droogte en hevige regen. Voor de kaderrichtlijn water (KRW) zijn maatregelen nodig om vervuiling te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren. Dat gaat vooral over het aanpakken van vervuiling bij de bron en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van wateren.
