Rijkscoördinatieregeling bij windparken


De rijkscoördinatieregeling biedt de rijksoverheid de mogelijkheid om projecten van nationaal belang te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. Op 1 maart 2009 is de elektriciteitswet 1998 gewijzigd. Hierin is geregeld dat windenergieprojecten vanaf 100 MW opgesteld vermogen verplicht onder de rijkscoördinatieregeling vallen.

Initiatiefnemers

De initiatiefnemers van het windpark de Drentse Monden en Oostermoer hebben gebruik gemaakt van deze regeling en een aanvraag bij het Rijk ingediend om in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn (noordelijk deel van de Veenkoloniën) een windpark van 400 tot 600 MW te realiseren.

Uitkomst aanvraag RCR


In december 2013 heeft minister Kamp in een brief aangegeven dat er in het noordelijk deel minimaal 150 MW en maximaal 185,5 MW windenergie gerealiseerd gaat worden. De overige 135,5 MW, uitgaande van 150 MW, dient onder regie van de provincie en in samenwerking met de gemeenten verdeeld te worden. Lukt het niet om dit aantal te realiseren dan kan minister Kamp besluiten maximaal 35,5 MW boven op de 150 MW in de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze te realiseren. Ondanks dat de Gebiedsvisie windenergie Drenthe formeel geen positie heeft binnen de Rijkscoordinatieregeling heeft minister Kamp aangegeven de drie gebieden uit de Gebiedsvisie voor het windpark de Drenst Monden en Oostermoer als eerste te verkennen.

Vervolg

Het ministerie van EZ heeft de regie als het gaat om de Rijkscoordinatieregeling. Om de communicatie met bewoners en andere belanghebbenden, de fase van project-MER en participatie en gebiedsontwikkeling verder uit te werken is een Platform bestuurlijke afstemming opgericht. Hierin zijn Rijk, initiatiefnemers, gemeenten en provincie vertegenwoordigd.

Voortgang van de rijkscoördinatieregeling