Ontstaan van de uitblazingskom


Het gebied Duunsche Landen ligt ten oosten van het dorp Annen, in het Hunzedal.

De Uitblazingkom ligt in het noordwestelijk deel van het Hunzedal. Dit dal werd gevormd aan het einde van de Saale ijstijd, ongeveer 200.000 jaar geleden.

Het smeltwater dat vrijkwam door het smelten van de dikke ijskap, zocht een weg naar het noorden en sleet dit brede dal uit.

Tegelijkertijd vulde het meegevoerde zand en grind het dal meteen weer op. In de laatste ijstijd, het Weichselien, ca 150.000 -12.000 jaar geleden, was het erg koud.

Smeltwater van de winterse sneeuw stroomde in verwilderde beekjes over de kale vlakte van het Hunzedal. Het dal vulde zich verder op met zand. In droge perioden waaide het zand op en werd op een andere plek weer afgezet.

Ook vanuit de Hondsrug werd veel zand het dal ingeblazen. Het stuivende zand kwam vervolgens terecht op natte of venige plekken waar het duinen vormde.

A en B: In de eindfase van het Weichselien, de laatste ijstijd, wisselden koude/droge perioden en relatief warme/vochtige elkaar af. In vlechtende geulen wordt zand en leem afgezet (A) en in de warmere periode, het Allerød ontwikkelt zich hier veen (B).

C: In de laatste koude periode van het Weichselien, de Jonge Dryas, blaast de wind een kom uit, die uiteindelijk uitgroeit tot de grootste uitblazingskom van Drenthe. Als je goed kijkt, kun je de omliggende rug herkennen. Vanwege de overheersende westenwind is de rug aan de oostzijde wel vier meter hoog.

D: Na de ijstijden, in het Holoceen, wordt het warmer en vochtiger en ontstaat in de uitblazingskom veen. Dat veen is deels weer afgegraven door bewoners in de 20e eeuw.

Model A

Model B

Model C

Model D