Koud


Lang voordat de mens zijn intrede deed, ontstond het landschap waarin wij leven. Aan het eind van de voorlaatste ijstijd, het Saalien (370.000 tot 130.000 jaar geleden), was het letterlijk ijskoud. Een dikke laag ijs breidde zich langzaam over Drenthe uit, helemaal vanuit Scandinavië naar het zuiden.

Het ijs bracht grote hoeveelheden zand, grind en keien mee. Het ijs schuurde en verpulverde de ondergrond tot een dikke laag keileem. Onder het ijs ontstonden welvingen in het landschap, lage ruggen zoals de Hondsrug en de Rolderrug. Later smolt het ijs; de ruggen en de keileem bleven achter.

Nieuwe ijstijd

Ongeveer 116.000 jaar geleden begon de volgende ijstijd, het Weichselien. In deze ijstijd bereikte het landijs ons land niet, maar het was wel zo koud dat de bovenste laag aarde permanent bevroren was. Dit noemen we permafrost.

Alleen in de zomer ontdooit deze laag aan het oppervlak een beetje. Door het vrij droge en koude klimaat ontstaan scheuren in de ondergrond. In de scheuren verzamelt zich water dat vervolgens weer bevriest. Ook groeien in de ondergrond  ijslenzen door toestromend grondwater dat bevriest.

Ontstaan van een pingoruïne

Langzaam maar zeker duwt deze aangroeiende ijslens de grond opzij en naar boven en ontstaat een heuvel, een zogenaamde pingo. Wanneer de temperatuur aan het einde van het Weichselien weer gaat oplopen, ontdooit de bovenste laag aarde. Uiteindelijk smelt het ijs volledig. Zo ontstaat een laagte gevuld met smeltwater met soms een ringvormige wal er om heen. Dit  noemen we een pingoruïne.

Het Mekelermeer is een karakteristiek voorbeeld van zo’n pingoruïne. Het meer ontstond ongeveer 14.500 jaar geleden. In die tijd was het klimaat bar en boos. Er was nauwelijks plantengroei te vinden. Het landschap leek toen nog het meest op toendra’s uit de poolstreken.

Mekelermeer 1962- archief Henk Prins, Nieuw-Balinge (7)

Door de spaarzame vegetatie had de wind vrij spel en stoven grote hoeveelheden zand door het landschap. De keileem werd er vrijwel overal mee overdekt. Laagtes in het landschap werden door dit zogenaamde dekzand opgevuld, ook in de omgeving van het Mekelermeer.

In Drenthe liggen honderden pingoruïnes. Het Mekelermeer is echter een van de mooiste voorbeelden, samen met het Esmeer bij Veenhuizen, . Dit heeft onder andere te maken met het formaat. Veel pingoruïnes zijn maar klein.

Het Mekelermeer is echter een fors exemplaar met een ringvormige wal. Het meer heeft een diameter van ongeveer 200 meter en is 12 meter diep, waarvan 6 meter grotendeels bestaat uit veen dat in het Holoceen is gevormd .