Bijzonder meer


Samen met het Uddelermeer op de Veluwe is het Mekelermeer één van de weinige grote pingoruïne’s  die al sinds het einde van de laatste ijstijd als meer in ons landschap aanwezig zijn.

In het meer zijn in de loop van duizenden jaren tijd de veranderingen van het landschap in de modder vastgelegd.

De ontwikkeling van de plantengroei van toendra naar bos, het verdwijnen van het bos toen de eerste landbouwers het kapten, laagjes ingewaaid stuifzand en uiteindelijk ook de verontreinigingen  – van meststoffen tot oude wasmachines –  die er voor zorgden dat dikke pakketten algenmodder het meer steeds ondieper maakten.

Laagje voor laagje bouwde het archeologische archief zich op. Het grootste deel daarvan is nog steeds aanwezig in de bijna zes meter dikke laag modder.

Poolwilg en cultuurgewassen

Door microscopisch onderzoek van de laag modder op de bodem van het meer is de duizenden jaar oude geschiedenis van het Mekelermeer en zijn omgeving te achterhalen.

In de tijd dat de pingo smolt bleven bladresten van poolwilg en dwergberk achter, die vlak voor het smelten van de ijslens nog bovenop de pingo groeiden.

Bladresten, foto Tim Schuring

Heel bijzonder is dat deze resten terug te vinden zijn  op zo’n 12 meter onder het wateroppervlak. Uit datering via de zogenaamde C14-methode bleek dat deze bladresten 14.500 jaar oud zijn.

Poolwilg, foto Wim Hoek

In die tijd steeg de temperatuur enkele graden, zodat de permafrost smolt en het Mekelermeer een meer werd. In de periode hierna kwam de bosontwikkeling op gang. Dat herkennen we aan de samenstelling van bewaard gebleven stuifmeel in de laag modder.

Vervolgens vestigden zich de eerste boeren in de omgeving. In de afzettingen die daarop volgden zien we langzamerhand steeds meer stuifmeel van cultuurgewassen die de boeren introduceerden.