Natuur en landschap


De Kleibosch en zijn omgeving vormen een fraai en gevarieerd landschap. De historie is nog duidelijk uit het landschap af te lezen. De ligging op de overgang van het Drents Plateau naar de moerasgebieden van het Peizerdiep en Leekstermeer geven het landschap een extra bijzonder accent. Opvallend zijn de vele oude bomen in de houtwallen en singels met tal van mooie doorkijkjes op het omringende landschap.

Peizerdiep

De Kleibosch zelf is juist een bijzonder, gesloten bos waar om elke hoek weer een nieuwe verrassing wacht. De afwisseling tussen zeer natte plekken, droge ruggen, sluippaadjes en zandwegen, maken het bosgebied tot één van de mooiste van Drenthe.

Het potkleigebied gaat naar het oosten toe over in het beekdal van het Peizerdiep. Het Peizerdiep heeft zich ingesneden in de potklei. Direct naast het Peizerdiep komt een strook veen voor. Door een grote afwisseling van de bodemopbouw is het bos erg gevarieerd.

Aan de westzijde ligt dekzand op de potklei in de vorm van een rug. Doordat de potklei of direct aan het oppervlak aanwezig is, of slechts bedekt is met en dunne laag dekzand wordt de waterhuishouding van het gebied sterk bepaald door het ondoorlatende karakter van de potklei.

Rijke flora

De potklei in de bodem zorgt voor een heel bijzonder milieu. Doordat de potklei zo goed als ondoorlatend is, is het vaak kleddernat in de Kleibosch. Bovendien levert de klei mineralen aan de planten.

Door deze factoren is de Kleibosch één van de rijkste loofbossen van Drenthe. Mede door het voorkomen van relatief arme zandgronden variëren de bossen al naar gelang de beschikbaarheid van vocht en mineralen van arme Eiken-Berkenbossen via Elzen- en Essenbos naar Eiken-Haagbeukenbos.

Kleibos Roderwolde

Een paar bijzondere struiksoorten zijn zwarte- en aalbes. Deze komen van nature voor in natte bossen op een mineraalrijke bodem. Andere karakteristieke struiken in de bossen en houtwallen van de Kleibosch zijn bergvlier, hazelaar, hondsroos en tweestijlige meidoorn.

In het voorjaar is de bodem van de Kleibosch voor het grootste deel bedekt met een wit tapijt van bloeiende bosanemoon. Daar tussen groeien bijzondere plantensoorten zoals heelkruid, bosaardbei, grote keverorchis, bosgierstgras en boszegge. Meer algemeen zijn speenkruid, bosandoorn, gewone Salomonszegel, grote muur, kamperfoelie en klimop. In de natste delen groeien ijle zegge, gele lis en veel andere planten die natte voeten op prijs stellen.

Gevlekte orchis

Ook is het gebied rijk aan paddenstoelen. Er groeien onder meer prachtboleet, purperen gordijnzwam en streephoedridderzwam. Opvallend is het voorkomen van de kleibosrussula, waarvan de naam erg goed gekozen is. Eigenaar de Stichting Het Drentse Landschap houdt bij het beheer speciaal rekening met de bijzondere flora.

Dieren

Vooral de bosranden en brede houtwallen zijn in trek bij tal van zangvogels zoals zwartkop, tuinfluiter, gekraagde roodstaart en bonte vliegenvanger. Opvallende andere vogels zijn o.m. appelvink, grote bonte specht, groene specht, boomklever en buizerd. Deze laatste broedt in de bossen, maar zoekt voedsel in de graslanden buiten de bossen. Vlinders die er standaard voorkomen zijn onder andere landkaartje, oranjetipje, bont zandoogje en groot dikkopje. Het gebied is erg aantrekkelijk voor tal van zoogdieren zoals ree, vos, haas en diverse muizensoorten. Uit onderzoek naar resten van zoogdieren in braakballen bleek dat in het gebied bosspitsmuis, huisspitsmuis, veldmuis, bosmuis en dwergmuis op het menu van roofvogels en uilen staan.

Ree

Natuurschoon

Een andere locatie waarbij potklei aan het oppervlak voorkomt is het gebied ten noordwesten van Roden. Dit gebied staat bij de Rodenaars bekend als Natuurschoon en ligt tussen Terheyl en Leutingewolde. Het is een gevarieerd en kleinschalig gebied.

Doordat de ondergrond moeilijk water doorlaat groeven de boeren ondiepe sloten en greppels om het stagnerende water zo goed mogelijk af te voeren. De percelen zijn daardoor klein en worden vaak begrensd door houtwallen en -singels. Ook komen er mooie mei- en sleedoornstruwelen voor.

Het centrale deel van de potklei ligt hier in het graslandgebied dat de Maatlanden heet. Hier ontsprong vroeger het beekje de Bitse. Momenteel is dit beekje hier niet meer zichtbaar, maar loopt iets meer naar het oosten als een sloot richting Leekstermeer.

Blauwsporig bosviooltje

Net als in de Kleibosch is dit gebied rijk aan natuur en met tal van bijzondere plantensoorten. Opvallend zijn onder meer bleke zegge, bosviooltje, grote keverorchis, bosereprijs, welriekende agrimonie en klein glidkruid.

Welriekende agrimonie

In het kleine heideveldje ligt een kern met planten uit het zeer zeldzame blauwgrasland met bijvoorbeeld Spaanse ruiter, blonde zegge en gevlekte orchis. Het kleddernatte heideveldje valt tevens op door de flinke gagelstruwelen en de grote hoeveelheid van het geel bloeiende lelietje beenbreek.

Bijzonder aan dit potkleigebied is dat er ook een paar (mogelijke) pingoruïnes voorkomen. Een ervan heet het Vagevuur. Ook hier ligt een tichelgat. Dit is het enige restant van de steenfabriek van baron van Westerholt, die hier van 1843 tot 1870 klei won. Van Westerholt was de laatste eigenaar van het landgoed Terheyl.

Er is door het Drentse Landschap ook een wandelroute uitgezet door het gebied. Wanneer het nat weer is, merk je dat je op potklei loopt: het is glibberig en plakt aan je schoenen!