Zandheren


In 1843 maakten drie heren, lijdend aan voetjicht (podagra) en daarom beter bekend als ‘de drie podagristen', een reisbeschrijving van een voettocht door Drenthe. Dit geeft ons een goede indruk van het Drouwenerzand halverwege de negentiende eeuw.

De heren schrijven over hun tocht via Drouwen naar Gasselte: "Eerst langs een esch, waar 't groene koren 't gezigt een aangename afwisseling schonk voor andere voorwerpen die met nadruk ons zeiden, dat het winter was in den lande, - en daarna weder langs geboomte en heide, bereikten wij, Drouwen regts latende liggen, een dorre en doodsche zandzee, allerakeligst van een rei naakte duinen en belten doorsneden en ingesloten. 't Is hier zoo bar en ongezellig, dat er een groote mate van kloekmoedigheid toe behoort, om niet van vrouwelijke angst en vreze aan elk zijner hoofdhairen een glinsterenden zweetdruppel te zien hangen."

Aan het eind van de achttiende eeuw werd de dreiging door de zandverstuiving zo groot dat de gezamenlijke boeren (de boermarke) van Drouwen zogenaamde 'zandheren' aanstelden voor het nemen van maatregelen om de zandverstuiving te beteugelen. Onder leiding van deze heren werden de twee belangrijkste wapens tegen stuivend zand ingezet: het opwerpen van wallen en het planten van bomen.

De meest succesvolle boomsoort om stuifzanden vast te leggen is de grove den. Deze boom heeft een pen- of hartwortelstelsel dat meters diep de grond in kan groeien. De wortels zijn zelfs in staat om door een podzol-inspoelingslaag (oerbank) te dringen. De voedselbehoefte van de grove den is zo gering dat de boom zonder bemesting op humusloos stuifzand kan groeien, al ontwikkelt hij zich dan niet al te best.

Grove den - foto Gerrie Koopman

De zandheren van de Drouwenermarke lieten twee dennenbossen aanleggen. Het 'Voorste Bosch' werd aangeplant direct ten noorden van Drouwen om de es tegen overstuiving te beschermen. Het 'Achterste Bosch' lag westelijk van de weg Borger-Gasselte en diende als windscherm voor deze weg.

De aanwezigheid van de aangelegde bossen zorgde niet alleen voor bescherming, maar ook voor het ontstaan van grote stuifheuvels. Rond 1865 werd aan de zuidkant van het Voorste Bosch een 10 tot 12 meter hoog zandduin gevormd die in Drouwen bekend stond als 'de Ruige Man'.

Aanvankelijk werd het Voorste Bosch met zorg onderhouden, maar als gevolg van de scheiding van de gezamenlijke markegronden, in de tweede helft van de negentiende eeuw, werd dit bos verdeeld onder de boeren van Drouwen. Door onvoldoende toezicht werden de bomen gekapt en het hout publiek verkocht. Weldra was er van dit bos geen spoor meer aanwezig.

Het Achterste Bosch ontwikkelde zich slecht, waarschijnlijk vanwege het daar wel ondiep aanwezige stugge keileem. Vooral 's winters werden in dit bos als bijverdienste veel zwerfkeien gedolven voor het onderhoud van zeedijken of voor wegverharding