Drouwenerzand nu


In 1923 ging het Drouwenerzand over in handen van de Heidemij. Deze verkocht het gebied ten oosten van de weg Borger-Gasselte vervolgens aan Mr. J.A. Schreuder te Haren.

Nadat de zware storm van 1972 het bos hevig had toegetakeld, verkocht Schreuder op 20 december 1974 zijn bezit aan Het Drentse Landschap. Hiermee werd door deze stichting 200 hectare in één keer verworven.

Vanaf 1981 heeft Het Drentse Landschap een groot deel van het gebied omrasterd en laat hier sindsdien een kudde Drentse heideschapen lopen.

100_0287

Het oostelijke gedeelte van het huidige Drouwenerzand is niet systematisch bebost. Het resterende stuifzand is in de loop van de twintigste eeuw weer begroeid geraakt. De zogenaamde successie (opeenvolging van vegetatie van kaal gebied tot bosstadium) in een stuifzandgebied begint veelal met pioniers als buntgras en zandzegge.

Al vrij snel beginnen zich tevens korstmossen te ontwikkelen. Korstmossen, ook wel lichenen genoemd, bestaan uit een combinatie van een schimmel en een wier.

Bekertjesmos

Bij deze samenleving (symbiose) is het zo geregeld dat het bladgroen van de wier via grondstoffen uit de lucht organisch materiaal aanmaakt, dat als voedsel dient voor de schimmel. De schimmel levert het benodigde water en enkele essentiële voedingselementen aan de wier.

Door deze hechte samenlevingsvorm zijn korstmossen geknipt als pioniers in een stuifzandgebied. Tijdens inventarisaties zijn in het Drouwenerzand 25 verschillende soorten korstmossen gevonden. Als de omstandigheden rustig blijven, verschijnen na de korstmossen meerdere grassoorten en ook opslag van bomen en struiken.

Een kenmerkende struik in stuifzanden is de jeneverbes. Aan de oostzijde van het Drouwenerzand komen grote jeneverbesstruwelen voor.

Jeneverbessen - foto Gerrie Koopman

Indien de successie doorzet, is na verloop van tijd een stuifzandgebied veranderd in bos.

In het oostelijke heide-stuifzandgebied van het Drouwenerzand komen bijna alle successiestadia tussen open zand en heide nog voor. Dit is te danken aan de verwijdering van opslag, maar voor een groot deel ook aan de schaapskudde die hier voor Het Drentse Landschap beheerstaken uitvoert.

Korstmossen zijn erg gevoelig voor betreding. Daarom heeft de introductie van de schaapskudde de successie enerzijds teruggezet, maar anderzijds komt in het terrein op de kapotgetrapte stuifzandgedeelten de successie weer opnieuw met de eerste pioniers op gang. In feite zorgen de schapen op heel kleine schaal voor een stukje dynamiek die vroeger op grote schaal door de wind werd verzorgd.

Naast de schapen dragen ook de recreanten hun steentje bij. Het laatste restantje open stuifzand heeft vooral op gezinnen met kinderen een grote aantrekkingskracht.

Vertrapt stuifzand - foto Gerrie Koopman

De hoge recreatieve druk heeft als positief effect dat dit terreingedeelte nauwelijks kans krijgt om begroeid te raken, waardoor het stuifzand nog enigszins als zodanig herkenbaar blijft. De verwijdering van een groep bomen aan de oostzijde heeft tot gevolg gehad dat het open stuifzand zich de laatste tijd weer uitbreidt.