Veen en het klimaatprobleem


Veel veen is verdwenen, door de boekweitverbouw in de 18e eeuw en de turfwinning in de 19e en 20e eeuw. De moderne akkerbouw met de daarbij behorende drooglegging heeft de verdroging van het veen verder versterkt. Door alle ingrepen is verreweg het grootste deel van het hoogveen verdwenen en klonk het resterende veenpakket ongeveer met 50% in. Het veenpakket daalde hierdoor 2,5 – 3 meter, waardoor het pakket veen veelal minder dan 3 meter dik is.

Een nadelig gevolg van het verdwijnen van veen is dat er veel koolstofdioxide (CO2) vrijkomt. Dit proces veroorzaakt ongeveer 20% van de totale uitstoot van CO2 in de provincie Drenthe. Dit is nadelig voor het klimaat.

Overal in het veen zijn in het Bargerveen sporen van vervening aanwezig, zoals de percelering van de verveningswerkzaamheden, hoogteverschillen in de percelen, de aanwezigheid van verlaten woonplaatsen, sloten, voor vervening gegraven gaten en zandwegen. Dat heeft een boeiend landschap opgeleverd, maar veroorzaakt tegelijkertijd een probleem.

Door de talrijke ingrepen is het veen voor een groot deel verdroogd geraakt. Voor het voortbestaan en herstel is deze ontwatering de grootste verstoring. Hierdoor klinkt het veen verder in. Door toetreding van zuurstof verbrandt het veen als het ware en komt CO2 vrij. Dit proces heet oxidatie.

Als de ontwatering erg sterk is en de grondwaterspiegel beneden de gliedelaag komt, dan ontstaat er een situatie waar herstel niet meer mogelijk is.

Het veen is zo sterk verdroogd, dat het geen water meer kan opnemen. Gelukkig is nog ruimte over om het veen te herstellen.

De beheerder, Staatsbosbeheer, is daar al sinds jaar en dag mee bezig. Dat proces heeft al duidelijk resultaat opgeleverd, maar nog onvoldoende om het hoogveen duurzaam te behouden. Verder herstel is nodig!