Veelgestelde vragen subsidie Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging veehouderijlocaties Drenthe
De subsidieregeling MGB Drenthe is bedoeld voor veehouders die willen stoppen met het houden van dieren op hun bedrijf en die gevestigd zijn binnen een straal van 2,5 kilometer rondom Natura 2000 gebieden of beekdalen. Op deze kaart is te zien waar de regeling van kracht is.
Aanvullend gelden de volgende voorwaarden:
- De drempelwaarde voor emissie, wordt gehaald – zie onderstaand;
- De veehouderij moet definitief worden gesloten;
- De dieren moeten worden afgevoerd, de meststoffen verwijderd;
- Productierechten moeten worden doorgehaald;
- De veehouderijlocatie beschikt over geldige vergunningen;
- Het bestemmingsplan moet worden aangepast (door gemeenten);
- De veehouder mag niet op een andere locatie een nieuw veehouderijbedrijf beginnen of een bestaand bedrijf overnemen;
- Er worden op de locatie, minimaal 5 jaar voorafgaand aan deze aanvraag, onafgebroken dieren gehouden.
Een totaaloverzicht van de voorwaarden inclusief uitgebreide toelichting staat in de regeling.
De drempelwaarde wordt bepaald aan de hand van het aantal dieren dat wordt gehouden binnen de geldende vergunning en is als volgt vastgesteld:
- 250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, in combinatie met het houden van maximaal 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie;
- 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de veehouderijlocatie uitsluitend wordt gebruikt voor het houden van andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee;
- 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, en voor het houden van meer dan 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie.
Zie voor het rekenvoorbeeld de toelichting op de subsidieregeling.
De regeling ‘Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties’ (MGB) Drenthe gaat open vanaf 15 juli 2026. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. De aanvraag moet worden ingediend via het subsidieloket van de provincie Drenthe met DigiD of e-Herkenning.
De volgende basisinformatie maakt onderdeel uit van de aanvraag:
- Locatie (adres of GPS);
- Het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat twee kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag op de locatie werd gehouden. Dit is het referentiejaar en wordt vastgesteld door bijvoorbeeld veesaldokaarten en stallijsten. De gecombineerde opgave is hiervoor niet voldoende;
- Huisvestingsysteem;
- Indien van toepassing: Het aantal productierechten, eventueel uitgesplitst naar locatie;
- Geldende milieu en/of natuurvergunning (met upload daarvan);
- Onderliggende bestemmingsplan (met upload daarvan).
Aanvullende gegevens kunnen gevraagd worden.
Wanneer u niet in aanmerking komt, omdat u buiten het aangewezen gebied woont heeft het altijd zin om contact op te nemen met de provincie. Mail dan naar [email protected], met uw naam, adres en type bedrijf.
Ja. Een PAS-melder die zich heeft aangemeld voor het legalisatieprogramma en voldoet aan de vereisten van dat programma kan zich aanmelden voor deze regeling (Voor PAS-melders is een apart budget gereserveerd).
Ja, er geldt een doorstartverbod. Het kan zijn dat een veehouder die gebruik maakt van de MGB-Drenthe, een andere veehouderijlocatie heeft dan de locatie waarover de beëindiging gaat. Deze locaties mogen worden blijven voortgezet. Een nieuwe locatie starten met dezelfde diersoort of een andere locatie overnemen mag niet.
Het doel van de subsidieregeling is om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten dalen. Als in bepaalde gebieden veehouders willen stoppen met hun veehouderij, dan biedt dat mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen en diverse opgaven in het landelijk gebied, zoals water en natuurherstel.
- Vervallen van productierecht, op basis van taxatie;
- Sloop en waardeverlies van productiecapaciteit, op basis van taxatie;
- Kosten voor leges en planologische procedures;
- Kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van bovengenoemde activiteiten, tot een maximum van € 5.000,- per veehouderijonderneming. Voorwaarde is dat advisering verricht is door adviseurs die zijn opgenomen in het BAS register.
De waarde van bovenstaande wordt bepaald door twee onafhankelijke taxateurs, die na goedkeuring van een aanvraag door de provincie de opdracht krijgen om te taxeren. Bij waardebepaling wordt uitgegaan van marktwaarde en waarde van productierechten op het moment van aanvragen.
