Een terugblik op het programma VMV tot nu toe
Wat als je als overheid de opdracht krijgt om te verduurzamen? Waar begin je? Het voor de hand liggende antwoord is: bij het begin. Stap voor stap. Die stappen zet je niet alleen. Het Rijk geeft richting, de provincie verbindt en faciliteert, de gemeente voert uit. Het is een keten, geen estafette.
Verduurzamen begint niet groots, maar samen
Wat als je als overheid de opdracht krijgt om te verduurzamen? Waar begin je? Het voor de hand liggende antwoord is: bij het begin. Stap voor stap. Die stappen zet je niet alleen. Het Rijk geeft richting, de provincie verbindt en faciliteert, de gemeente voert uit. Het is een keten, geen estafette.
In 2021 startte het programma Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed. Het doel: maatschappelijk vastgoed aantoonbaar verder brengen richting duurzaamheid. De eerste fase was verkennend. Wat is er nodig? Hoeveel kost dat? Wat verstaan we onder een advies? En welk type organisatie heeft welk advies nodig? Er werd data opgebouwd, een archief ingericht en een netwerk van specialisten gevormd dat uiteenlopende organisaties kon bedienen.
In 2025 volgde een koerswijziging. Niet langer stond het aanbod centraal, maar de vraag. Niet: dit is ons advies, maar: welk advies heb je nodig? Die vraag werd uitgezet bij de verschillende doelgroepen.
Die omslag kwam niet uit de lucht vallen, maar was het resultaat van opgedane kennis en praktijkervaring. Tegelijk werd scherper onderscheid gemaakt tussen doelgroepen. Voor partijen met één of twee gebouwen volstaat vaak een beknopt advies, aangevuld met ondersteuning op afstand tijdens de uitvoering.
Organisaties met meerdere panden hebben baat bij een strategische aanpak: de portefeuille-aanpak. Het gaat hier vooral om gemeenten en schoolbesturen. In de praktijk merken we dat zij vaak al genoeg op hun bord hebben. Hun primaire taak is het faciliteren van maatschappelijke functies. Duurzaamheid komt daar vaak ‘bij’, en vraagt bovendien om investeringen. Toch hebben deze organisaties veel gemeen: ze dienen het publieke belang, liggen vaak centraal in de gemeenschap en beheren hun vastgoed in portefeuilles.
De ene portefeuille is divers, de andere juist uniform. Maar in beide gevallen zijn strategische keuzes onvermijdelijk. Die keuzes worden gemaakt op basis van een MJOP of IHP. In theorie voegen we daar een ‘D’ aan toe en is de weg naar Parijs 2050 helder. In de praktijk blijkt die route weerbarstig.
De provincie faciliteert. Met gesprekken, netwerken en ervaring wordt een traject ingericht dat organisaties helpt op weg naar 2050. In ‘keukentafelgesprekken’ gaan we in gesprek met elkaar wordt de dialoog gevoerd. Stap voor stap komen de onvermijdelijke vragen langs.
Wat is nodig?
- Aanpassing van het MJOP
- Organisatorische ondersteuning
- Extra personele capaciteit
- Advies voor het college
- Een DUMAVA-rapportage
- Omgaan met netcongestie
- En meer.
Wanneer ben je klaar om te realiseren? Hoe kom je daar? Wat vraagt dat aan mensen, kennis en besluitvorming? Niet iedereen volgt dezelfde route. Maar één uitgangspunt blijft overeind: de weg naar verduurzaming moet altijd aansluiten bij de specifieke situatie van de organisatie.
