Vragen en antwoorden TLGD


Op deze pagina vindt u antwoorden op veelgestelde vragen over waarom het TLGD nodig is, welke doelen gelden, hoe we samenwerken in de gebieden én wat dit betekent voor u. Daarmee willen we u zo duidelijk mogelijk informeren over de keuzes die we maken en het proces dat voor ons ligt.

Vragen en antwoorden

We hebben hieronder een aantal vragen en antwoorden opgeschreven. Staat uw vraag er niet bij? Dan kunt u contact opnemen of langskomen op de informatiebijeenkomsten.

Waarom is het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe nodig?

Natuur en water in de provincie staan onder druk. Dat heeft inmiddels ook gevolgen voor de vergunningverlening. Veel ontwikkelingen stokken, zelfs wanneer die de natuur ten goede komen. Stikstof is de voornaamste reden. Met het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe pakken we de opgaven voor water, natuur, klimaat en stikstof in het landelijk gezamenlijk aan en willen we op termijn de vergunningverlening weer vlot trekken.

Wie heeft de doelen bepaald die gehaald moeten worden voor water, natuur, klimaat en stikstof?

Deze doelen liggen vast in Europese en in nationale regelgeving. Belangrijk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, de Europese Natuurherstelverordening en de Europese Kaderrichtlijn Water. Op nationaal niveau is de Omgevingswet van groot belang. Daarin liggen doelen vast voor vermindering van uitstoot van stikstof.

Waarom maakt de provincie een eigen plan en wacht zij niet op plannen vanuit het Rijk?

Wachten op plannen en geld vanuit het Rijk is geen optie meer. De provincie ziet dat PAS-melders nog steeds geen zekerheid hebben over hun toekomst en dat veel initiatieven in onder andere woningbouw, infrastructuur, landbouw en de economie die belangrijk zijn voor Drenthe niet van de grond komen. Om Drenthe verder te brengen kiest de provincie daarom voor een eigen ontwerpprogramma met een eigen aanpak. Dat doet de provincie door samen met partners en betrokkenen in het landelijk gebied de schouders eronder te zetten. Het Rijk blijft van belang, onder andere omdat we voor financiering van onze plannen rekenen op aanvullende middelen van het Rijk. We zien in het nationale coalitieakkoord daarvoor wel aanknopingspunten.

Wat is doelsturing?

Doelsturing is een overkoepelend principe waarop wij inzetten om aan de opgaven te werken. Deze opgaven ten aanzien van stikstof, water, natuur en klimaat komen samen op het erf van de Drentse boeren. Doelsturing vertaalt de opgaven naar concrete Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) voor het boerenerf.

Doelsturing houdt ‘de boer aan het roer’. Het vakmanschap staat centraal. Boeren krijgen realistische, haalbare doelen voor stikstof (en water en klimaat) op bedrijfsniveau. Als ondernemer kun je op die doelen zelf sturen met managementmaatregelen, innovaties of andere maatregelen die het beste passen bij jouw eigen unieke situatie. Het resultaat: eigenaarschap, effectieve bedrijfsvoering en effectieve resultaten.

Waarom wil de provincie inzetten op doelsturing voor boeren om de norm te halen?

Doelsturing biedt boeren de ruimte om met hun vakmanschap bij te dragen aan de opgaven in het landelijk gebied en om zelf te bepalen hoe zij hun resultaten behalen. Via doelsturing zetten we de boer aan het roer.

Waarom is er nog geen norm bepaald die boeren moeten halen als het gaat om stikstofreductie?

Onze boeren zijn belangrijk voor het landelijk gebied en werken aan onze voedselvoorziening. Tegelijkertijd is reductie van stikstof belangrijk. Hoewel we weten dat reductie van stikstof nabij Natura2000 meer effect heeft vinden we het belangrijk dat de opgave voor iedereen realistisch is. Daarom kiezen we ervoor dat iedereen in Drenthe bijdraagt zodat de opgave rond de gebieden ook realistisch is.

We willen daarbij een systeem waarbij de opgave verdeeld wordt op een manier dat bedrijven die relatief duurzaam werken niet dezelfde opgave krijgen. Een goede norm is dan belangrijk. Het meest effectief is een landelijke norm. Daar hebben we op gewacht, maar die is uitgebleven. Voor een norm zijn op dit moment meerdere mogelijkheden. De provincie vindt het van belang om voor het draagvlak het gesprek met de sector aan te gaan over de invulling van de norm. Dit gaan wij als provincie de komende tijd verder uitzoeken, de voors- en tegens in beeld brengen en met de sector bespreken.

Naast de keuze voor de norm en de hoogte van de norm is het juridisch vastleggen van deze norm erg belangrijk. Hier komt meer duidelijkheid over bij de vaststelling van het programma door Provinciale Staten voor de zomer van 2026.

Hoeveel stikstofreductie (vermindering van stikstofuitstoot) is er al gerealiseerd in Drenthe?

We hanteren het jaar 2019 als referentie. De meest toegankelijke manier om de voortgang te monitoren is gebruik te maken van de emissie registratie. Een nadeel hiervan is dat deze registratie ongeveer 2 jaar achterloopt op de actualiteit. We hebben nu de cijfers tot en met 2023 in beeld en verwachten in juni de cijfers van 2024.

Volgens de emissieregistratie is de totale uitstoot van ammoniak in Drenthe afgenomen van ongeveer 7150 kiloton naar ongeveer 6800 kiloton. Dat is een afname van net geen 5 %. Voor Nox zien we op basis van deze registratie een afname van 11 procent tussen 2019 en 2023. We verwachten een verdere daling tot 2030 door effecten van derogatie en stoppersregelingen (LBV, LBV+). Daarnaast verwachten we, wanneer de borging kan worden gerealiseerd, ook een effect van de bestaande subsidieregelingen voor bijvoorbeeld laaghangend en hooghangend fruit.

Hoeveel stikstofreductie (vermindering van stikstofuitstoot) moet er nog worden gehaald tot 2035?

Hierop is op dit moment nog geen volledig antwoord mogelijk. We leggen dat hierna uit. Er zijn twee doelen voor vermindering van de uitstoot van stikstof.

Ten eerste draagt de provincie bij aan het wettelijke doel voor vermindering van de stikstofuitstoot. Dat wettelijke doel houdt in dat de neerslag van stikstof in 2035 op 74% van het areaal aan stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden van Nederland onder de norm blijft die daarvoor geldt. Landelijk streeft het kabinet daartoe naar 42-46% vermindering van stikstofemissie in de landbouw (voor mobiliteit en industrie geldt het doel van 50% minder emissie van stikstof). Als bijdrage aan het wettelijke doel voor vermindering van stikstofemissie wil Drenthe de uitstoot van stikstof in 2035 ten opzichte van 2019 met 43% verminderen.

Het tweede doel is om dusdanig veel vermindering van uitstoot te realiseren dat vergunningverlening weer op gang komt. Daarvoor moet behalve aan de wettelijke eisen ook voldaan worden aan de eisen vanuit de rechtspraak. Dat betekent dat we per Natura 2000-gebied moeten onderbouwen wat nodig is om vergunningverlening weer op gang te brengen. Dat onderzoek is nog niet voltooid, maar duidelijk is wel dat dit voor meer vraagt dan alleen de wettelijke bijdrage. Daarom voorziet ons plan in maatwerk per gebied. Daarbij kijken we naar de bijdrage van alle sectoren, dus ook naar bijvoorbeeld industrie en wegen. Het is de bedoeling om het onderzoek naar wat nodig is om de vergunningverlening weer vlot te trekken af te ronden voordat het plan definitief wordt vastgesteld zodat de resultaten ervan kunnen worden meegenomen in onze aanpak.

Krijgen boeren die dichtbij natuurgebieden gevestigd zijn een zwaardere opgave dan bedrijven die op grotere afstand liggen?

Dat is mogelijk, maar hangt af van het bedrijf en het gebied. Stikstof, met name in de vorm van ammoniak, slaat vooral dicht bij de bron neer. Dat betekent dat het voor de natuur helpt als bedrijven dichtbij Natura 2000-gebieden extra duurzaam opereren. Niet in elke gebied is een extra opgave nodig. Voor sommige gebieden verwachten we dat de verwachte daling van alle provincies samen voldoende zal zijn. We hebben de gebiedsgerichte opgave nog niet begrensd qua afstand tot een natuurgebied en qua hoogte van de te bereiken reductie.

Vraagt de provincie ook maatregelen van grote bedrijven die veel stikstof uitstoten?

Het Rijk neemt in principe de maatregelen voor de sectoren industrie en mobiliteit (wegen en vaarwegen). Voor die sectoren is het doel een vermindering van de stikstofuitstoot van 50% in 2035.  In het kader van het maatwerk dat per gebied ook nodig is (zie hiervoor) kijkt de provincie wel naar individuele bronnen die in hun eentje verantwoordelijk zijn voor veel neerslag van stikstof op gevoelige natuur. Dat kan ook om bijvoorbeeld industrie of wegen gaan.

Worden boeren gecompenseerd voor het kwijtraken van landbouwgrond?

Boeren raken niet zomaar landbouwgrond kwijt. Pas als zij besluiten om hun bedrijf of grond te verkopen aan de provincie krijgen zij een marktconform aanbod. Alles verloopt op basis van vrijwilligheid.

Is het ook mogelijk om te kijken naar ruilverkaveling om gronden vrij te spelen voor natuur?

Ja, daar kijkt de provincie als eerste naar als het gaat om realiseren van nieuwe natuur.

Het streven is om op basis van de wensen van de grondeigenaren de puzzel gezamenlijk te leggen in een gebied. Met een passende hoeveelheid ruilgrond kan een goede agrarische structuur gerealiseerd worden in combinatie met het realiseren van natuur en waterdoelen.

Huiskavelvergroting, kavelconcentratie en afstandsverkorting zijn de uitgangspunten voor agrarische structuurverbetering.

Wat betekent dit plan voor boeren die op de grens wonen van Drenthe en Friesland en Drenthe en Groningen?

De provincie gaat in gesprek met onze buurprovincies met als inzet dat er zo veel mogelijk een gelijk speelveld is aan boeren van beide zijden van de provinciegrens.

Wat gaat de provincie doen als blijkt dat de uitvoering van dit programma niet voldoende is om weer vergunningen te kunnen verlenen?

Wij denken dat we met de inzet die we doen kunnen komen tot het vlottrekken van vergunningverlening. Onderdeel van het plan is om de voortgang te bewaken en bij te sturen wanneer dat nodig mocht zijn. Wat dit in de praktijk betekent hangt nogal af van waar het zou schorten, zodat hier op voorhand weinig over te zeggen is.

Wat gaat de provincie op korte termijn doen om vergunningverlening mogelijk te maken?

Als eerste valt hierover te zeggen dat het mogelijk maken van vergunningverlening niet van de ene op de andere dag geregeld is. In het programma staat dat wij ernaar streven dat vergunningverlening medio 2027 weer mogelijk wordt. Om dit mogelijk te maken gaan we aan de slag met vermindering van de uitstoot van stikstof en met herstel van natuur.

Vermindering van de uitstoot van stikstof doen we door alle bedrijven minder stikstof te laten uitstoten. Daarnaast wordt van bedrijven in de buurt van Natura 2000-gebieden een aanvullende bijdrage gevraagd. Tot slot kijken we of per Natura 2000-gebied nog verder maatwerk nodig is.

Voor natuurherstel werken we ten eerste aan herstel van het systeem. Dat doen we vooral in gebieden waar opgaven voor natuur, water en stikstof stapelen. Binnen de provincie hebben we zes van die gebieden aangewezen. Daarnaast werken we aan versterking van het agrarisch natuurbeheer en het landschap in zijn algemeenheid. Tot slot kijken we specifiek naar die plekken waar de natuur ondanks onze aanpak met te veel stikstof te maken blijft houden. Op die plekken nemen we zo nodig extra maatregelen voor de natuur.

Wat voor maatregelen gaat de provincie nemen om de natuur te herstellen?

Maatregelen voor de natuur in Natura 2000-gebieden zijn per gebied opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Aanvullend maken we inzichtelijk van welke ‘drukfactoren’ op natuur spelen. Naast stikstof spelen andere drukfactoren als verdroging, verontreiniging, weinig dynamiek (gebrek aan wind bij stuifzand, bijvoorbeeld), aanwezigheid van invasieve exoten en versnippering van leefgebieden. Als provincie zetten we in op het volgende: Stikstof is een belangrijke drukfactor. We zetten in op maatregelen die leiden tot een forse emissiereductie. Verder inventariseren wij welke maatregelen om drukfactoren te beperken worden genomen. Dit zijn maatregelen in het kader van Natura 2000, maar ook maatregelen voor het NNN en de KRW. Daaruit volgt ook waarmee we nog aan de slag moeten. Dit zijn bijvoorbeeld maatregelen op gebied van hydrologie, maar ook de uitbreiding van de natuur of bijvoorbeeld het wegnemen van recreatiedruk kunnen bijdragen aan het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen. Maatregelen binnen de Natura 2000-gebieden krijgen een plek in het Natura 2000-beheerplan. Maatregelen buiten de natuurgebieden worden in het kader van het TLGD opgepakt.

Waarom moet er nieuwe natuur worden gerealiseerd?

Voor vergunningverlening is het uiteindelijk bepalend dat de natuur herstelt. In de rechtspraak ligt namelijk vast dat de natuur niet verder mag achteruitgaan en zicht moet blijven op het halen van de instandhoudingsdoelen. Dit vergt investeringen in onze natuur, waaronder systeemherstel, zo blijkt uit analyses van onze natuur. Dat systeemherstel betekent dat we met name de hydrologische situatie in onze natuurgebieden op orde willen brengen. Hiervoor moeten gebieden deels vernat worden. Wij denken dat met de aanpak in de verschillende gebieden gronden daardoor deels niet meer rendabel zijn voor de landbouw.

Wat voor maatregelen zijn er nodig voor water?

Er zijn maatregelen nodig om water langer vast te houden, schoner te houden en beter te verdelen.
Dat betekent: minder snel afvoeren, meer ruimte geven aan water en het watersysteem beter voorbereiden op droogte en hevige regen.

Voor de kaderrichtlijn water (KRW) zijn maatregelen nodig om vervuiling te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren. Dat gaat vooral over het aanpakken van vervuiling bij de bron en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van wateren.

Wat betekent het TLGD voor mij?

Dit document schrijft geen concrete maatregelen per perceel voor. Het laat zien welke typen maatregelen nodig zijn, maar waar en hoe dat gebeurt wordt later gebiedsgericht en samen met betrokkenen uitgewerkt.

Wat is additionaliteitsvereiste?

Uit wet- en regelgeving volgt dat de overheid maatregelen moet nemen voor het voorkomen van verslechtering van de natuur en voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Het additionaliteitsvereiste is uit rechtspraak ontstaan. Het is ontwikkeld om te voorkomen dat stikstofruimte die nodig is voor natuurherstel of voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen, wordt ingezet voor individuele nieuwe of gewijzigde activiteiten (een project).

Kort gezegd geldt: Stikstofruimte is alleen additioneel en kan dus worden ingezet voor vergunningverlening als aantoonbaar is dat de stikstofruimte niet ook nodig is voor herstel van de natuur.

Waarom kiest de provincie voor de vijf aandachtsgebieden?

De provincie heeft de opgaven voor natuur, water en stikstof op kaartlagen op elkaar gelegd en gekeken waar deze elkaar het meest versterken. Daaruit komen zes gebieden naar voren. Het betreft de Drentsche Aa, Elperstroom, het Oude Diep en in het zuidwesten van Drenthe ‘’zure venen’’ en de Vledder Aa & Wapserveensche Aa.

Wanneer start de provincie met de gebiedsprocessen in deze gebieden?

Dat is maatwerk. We kijken per gebied naar de opgave en welke initiatieven en processen er al lopen. We spreken met onze partners en inwoners uit het gebied om te kijken welk proces het beste past in het gebied en of kan worden aangesloten bij lopende processen.

Wanneer zijn er inloopavonden?

We hebben negen inloopbijeenkomsten gepland. De data van deze avonden vindt u op de webpagina van het TLGD. U kunt op een avond naar keuze binnenlopen tussen 19:30 en 21:30 uur op het moment dat het u schikt. Medewerkers van de provincie zijn dan beschikbaar om uw vragen te beantwoorden. Past een avond in de buurt u niet, dan kunt u ook op een andere avond langskomen.

Kan ik op deze inloopavonden vragen stellen over mijn persoonlijke situatie?

De inloopavonden zijn bedoeld om geïnteresseerden te informeren over het ontwerpprogramma en om algemene vragen hierover te beantwoorden. Er is gelegenheid om vragen te stellen over de uitgangspunten, het proces en de inhoud op hoofdlijnen. Het is echter niet mogelijk om tijdens deze avonden in te gaan op individuele situaties, zoals specifieke vergunningstrajecten of persoonlijke casussen. Voor dergelijke vragen wordt verwezen naar de reguliere procedures en contactkanalen.

Hoe kan ik een zienswijze indienen?

U kunt reageren door een schriftelijke zienswijze in te dienen. U kunt uw schriftelijke zienswijze indienen tot en met vrijdag 27 maart 2026.

U kunt op de volgende wijze uw zienswijzen indienen:

Gedeputeerde Staten van Drenthe 
T.a.v. domein landelijk gebied, de heer D.I. De Vries  
Postbus 122 
9400 AC ASSEN

Let op: Wees bij uw zienswijze zo beknopt en concreet mogelijk. Vermeld in ieder geval:

  • Uw aanhef (de heer/mevrouw),
  • Voorletter(s),
  • Achternaam,
  • Adres, postcode en woonplaats
  • E-mailadres.
  • Geef aan welk hoofdstuk en welke paragraaf uw zienswijze betreft.

Wanneer en hoe hoor ik wat er met mijn zienswijze wordt gedaan?

Tot en met 27 maart 2026 kunnen zienswijzen worden ingediend. Na afloop van deze inspraakperiode verwerkt de provincie de reacties in een Nota van Antwoord. Het college van Gedeputeerde Staten stelt deze nota samen met het programma TLGD vast en biedt deze in de zomer van 2026 ter besluitvorming aan de Provinciale Staten aan. U ontvangt hierover bericht wanneer u een zienswijze heeft ingediend.  Pas na besluitvorming door Provinciale Staten is het programma definitief. We verwachten dat dit voor de zomervakantie 2026 is.

Hoeveel zin heeft het om een zienswijze in te dienen?

Het indienen van een zienswijze helpt ons om te beoordelen of wij zaken over het hoofd hebben gezien of kunnen verbeteren. Zienswijzen die betrekking hebben op de wijze van uitvoering bieden daarbij meer ruimte dan zienswijzen over de inhoudelijke opgaven zelf. Deze opgaven – het wat – liggen grotendeels vast door (inter)nationale wet- en regelgeving en de kaders van de rechtspraak. Binnen die kaders is wel ruimte om het hoe verder aan te scherpen.

Ik ben boer maar weet nu niet meer hoe ik verder moet met mijn bedrijf? Kunt u mij helpen?

In de Provincie Drenthe werken we nauw samen met Boeren Perspectief Drenthe, dit platform biedt boeren en tuinders kosteloos onafhankelijke sociaal-economische begeleiding om zelf invulling te geven aan toekomstperspectief. Door de inzet van ervaren adviseurs worden boeren geholpen om ambities op te pakken, (nieuw) perspectief te creëren en realistische keuzes te maken.

Meer informatie: www.boerenperspectiefdrenthe.nl Boeren Perspectief Drenthe is een project van het Ministerie van LVVN in nauwe samenwerking met Agrarisch Natuurbeheer Drenthe.


Meer vragen?

Heeft u na het lezen nog vragen? Tijdens de inloopavonden en via onze gebruikelijke contactkanalen helpen we u graag verder.