Sporen van Neanderthalers in Peest: ‘Dit is geen plek zoals alle anderen’

Gepubliceerd op 27 januari 2026

Aan de rand van het Noordsche Veld, in de luwte van het beekdal van het Oostervoortsche Diep, ligt een ogenschijnlijk gewone akker. Maar onder dat stuk Drentse grond schuilt iets bijzonders: honderden werktuigen van Neanderthalers, achtergelaten zo’n 50.000 jaar geleden. “Ik stond daar met mijn collega Alexandra Mars”, inmiddels overleden. Ze wees naar het veld en zei: ‘Kijk, daar is de Neanderthalervindplaats.’ Dat was een kippenvelmoment,” vertelt provinciaal archeoloog Priscilla. “Toen wist ik: dit is geen plek zoals alle anderen.”

Meer dan losse vondsten

Wat deze locatie bij Peest uniek maakt, is niet alleen het aantal vondsten – inmiddels zijn er zo’n 650 stenen werktuigen gevonden – maar vooral de manier waarop. “Neanderthalerwerktuigen vinden we meestal als losse vondsten, aan de oppervlakte, zonder context,” legt Priscilla uit. “Maar op deze plek zijn ze ook in situ, in de bodem, gevonden: precies daar waar ze tienduizenden jaren geleden zijn achtergelaten.” Dat maakt de vondsten wetenschappelijk veel waardevoller. Onder de stenen zitten vuistbijlen, schaven en messen – gereedschap dat gebruikt werd om te jagen, huiden te bewerken of hout te snijden.

Een landschap vol sporen

De akker grenst aan een oud beekdal. Die locatie is niet toevallig belangrijk. “De bodemomstandigheden daar zijn perfect voor het bewaren van organisch materiaal,” zegt Priscilla. Denk aan stuifmeel, houtresten of zelfs bot. Zulke resten kunnen meer vertellen over hoe het landschap er toen uitzag, wat de Neanderthalers daar deden, en zelfs wat ze aten. “We hopen volgendjaar zulke materialen op te graven. Dan kunnen we de vondsten ook beter dateren.”

De provincie als eigenaar én onderzoeker

De provincie Drenthe speelt in dit verhaal een bijzondere rol. Ze is niet alleen opdrachtgever van het onderzoek, maar sinds kort ook eigenaar van de akker. Die is aangekocht in het kader van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). “Juist doordat wij nu eigenaar zijn, kunnen we gericht onderzoek mogelijk maken,” zegt Priscilla. dat biedt kansen om het archeologisch verhaal écht goed op te tekenen.”

De vondst past bovendien naadloos in het provinciale beleid. In de Cultuurnota 2025–2028 staat dat Drenthe meer wil weten over haar prehistorische lagen, en met name over de aanwezigheid van Neanderthalers. “Er zijn nog grote kennislacunes. Hoe diep liggen deze vindplaatsen? Hoe groot zijn ze? En waar kunnen we ze verwachten? Met deze vondst kunnen we daar gerichter beleid op maken.”

Van geheim naar gedeeld verhaal

Jarenlang werd de exacte locatie waar veel Neanderthalervondsten zijn gedaan bewust niet gedeeld. “Je wilt niet dat mensen zelf met schepjes op pad gaan,” legt Priscilla uit. Daarom wisten alleen onderzoekers en betrokken vrijwilligers van de vindplaats.

Nu de provincie eigenaar is van de akker, kan het verhaal achter de vondst wél worden verteld. Dat betekent niet dat het gebied vrij toegankelijk is voor zoektochten. Het onderzoek gebeurt nog altijd zorgvuldig en onder begeleiding van professionals. “Dit erfgoed is van ons allemaal,” zegt Priscilla, “en daar moeten we samen zuinig op zijn.”

Samen verder

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Stone, archeologisch bureau De Steekproef en een groep toegewijde vrijwilligers. De samenwerking verloopt goed.  De natuurontwikkeling maakt het mogelijk om natuur en archeologie te combineren. Zo krijgt het erfgoed een plek in het landschap en wordt het beter zichtbaar en beleefbaar. Iedereen voelt dat dit een unieke kans is. We willen hier samen iets moois van maken.”

In het najaar van 2025 werden eerst boringen gedaan. Daarna volgen gerichte opgravingen in 2026.De vondsten gaan uiteindelijk naar het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Maar dat is volgens Priscilla niet het eindpunt: “Het liefst willen we dat ze ook tentoongesteld worden – bijvoorbeeld in musea. Zodat iedereen ze kan zien en het verhaal zich verder verspreidt.”

Samen verder

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Stone, archeologisch bureau De Steekproef en een groep toegewijde vrijwilligers. De samenwerking verloopt goed. “Iedereen voelt dat dit een unieke kans is. We willen hier samen iets moois van maken.” In het najaar van 2025 werden eerst boringen gedaan. Daarna volgen gerichte opgravingen in 2026.

De vondsten gaan uiteindelijk naar het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Maar dat is volgens Priscilla niet het eindpunt: “Het liefst willen we dat ze ook tentoongesteld worden – bijvoorbeeld in musea. Zodat iedereen ze kan zien en het verhaal zich verder verspreidt.”

Wat er op het spel staat

Wat als de provincie hier níet op had ingezet? “Dan was er waarschijnlijk wettelijk wel wat onderzoek gedaan, zoals bij iedere bodemingreep, maar dan mis je het grotere verhaal. Dit is een kans om echt nieuwe kennis te vergaren. Kennis die je later kunt gebruiken om andere plekken beter te beschermen. Laat je het liggen, dan verlies je het misschien voorgoed.”

Erfgoed dat je kunt voelen

Tot slot hoopt Priscilla vooral dat mensen op ontdekkingstocht gaan. “Ga naar het Noordsche Veld, drink koffie bij de Natuurplaats, en wandel door het landschap. Je vindt er sporen van duizenden jaren menselijk leven – van hunebed tot grafheuvel, van Neanderthaler tot Tweede Wereldoorlog. Niet altijd zichtbaar, maar wel aanwezig. En als we goed opletten, kunnen we daar nog veel van leren.”