Samenvatting TLGD
De provincie Drenthe zit voor een groot deel van vergunningverlening op slot. Hier wil de provincie verandering in aanbrengen. Dit brengt grote uitdagingen met zich mee in het landelijk gebied.
Het Drentse landschap met haar kenmerkende essen, landbouwgronden, bossen, heide, veengebieden en beekdalen staat onder druk. Zo hebben natuurgebieden te maken met verdroging en te veel meststoffen. Klimaatverandering zorgt voor weerextremen. We moeten daarom aan de slag met de kwaliteit van natuur, water en het verminderen van de neerslag van stikstof in onze gebieden, zodat volgende generaties hier ook op een goede manier kunnen wonen, werken en leven en er weer ruimte komt voor nieuwe ontwikkelingen. Met dit ontwerpprogramma geven we aan hoe we aan deze opgaven gaan werken en zo de vergunningverlening weer mogelijk maken. Provincie Drenthe wil hiermee een helder toekomstperspectief bieden voor de boeren in Drenthe, voor de ondernemers, de medeoverheden en de natuur herstellen en de waterkwaliteit verbeteren.
De provincie heeft keuzes uitgewerkt in het ontwerpprogramma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD). Dit ontwerp ligt van 13 februari tot en met 27 maart 2026 voor iedereen in Drenthe ter inzage. Iedereen kan daarop reageren. De reacties verwerkt de provincie in een Nota van antwoord en kunnen leiden tot aanpassing van het uiteindelijke programma. Deze nota wordt na vaststelling door het college van Gedeputeerde Staten samen met het definitieve programma aangeboden aan Provinciale Staten. Pas na vaststelling door Provinciale Staten (naar verwachting zomer 2026) spreken we echt van een programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe.
Het ontwerpprogramma is met inbreng van landbouworganisaties, waterschappen, waterbedrijven, terreinbeheerders en gemeenten uitgewerkt.
Waarom dit plan?
Drenthe zit al een aantal jaren op slot en dat zit nieuwe ontwikkelingen in de weg voor woningbouw, de landbouw en de Drentse economie. Met dit programma willen we zorgen dat er weer vergunningen verleend kunnen worden. Maar daarvoor moet er wel het nodige gebeuren. Zonder forse stikstofreductie is natuurherstel en daarmee vergunningverlening niet mogelijk.
Er zijn nog veel onduidelijkheden en er is eigenlijk te weinig tijd en geld. Maar er worden wel grote en belangrijke keuzes van ons gevraagd. De provincie ziet dat PAS-melders nog steeds geen zekerheid hebben over hun toekomst en dat veel initiatieven die belangrijk zijn voor Drenthe niet van de grond komen. De provincie ziet in het nationale coalitieakkoord dat het Rijk plannen heeft om weer grote stappen te zetten en provincies vooral te ondersteunen in deze aanpak. De stikstofaanpak vanuit het Rijk wordt betrokken bij de verdere uitwerking van het programma.
Om Drenthe verder te brengen kiest de provincie daarom voor een eigen programma met een eigen aanpak. In dit programma zijn de (wettelijke) opgaven voor water, natuur, klimaat en stikstof in samenhang uitgewerkt. De provincie wil samen met betrokkenen in het landelijk gebied de schouders eronder te zetten.
Het TLGD is een belangrijke stap naar het herstellen van de vergunningverlening. Dat gaat helaas niet zonder pijn. Een deel van de opgaven zal landen bij de agrarische sector. De provincie doet haar best om zo veel mogelijk agrariërs te helpen om de veranderingen mogelijk te maken en helpen de landbouw(structuur) te versterken.
Het ontwerpprogramma in hoofdlijnen
In het ontwerpprogramma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe geeft de provincie aan hoe zij tot en met 2030 integraal werkt aan de opgaven. Hierna gaan we op hoofdlijnen per onderdeel daar verder op in.
Stikstof
Om het vergunningenslot op te kunnen lossen moet de uitstoot van stikstof naar beneden. Deze vermindering van emissies levert een bijdrage aan de wettelijke opgave voor stikstofreductie en herstel van de natuur. Dit is een belangrijke stap richting het vlottrekken van vergunningverlening. In het ontwerpprogramma TLGD omschrijft de provincie Drenthe hoe ze aan stikstofreductie wil werken. In hoofdlijnen bestaat dit uit drie stappen:
- een aanpak gericht op de veehouderij waarin 30% emissiereductie van stikstof wordt behaald;
- een aanpak waarin we in de meest kwetsbare gebieden daar bovenop nog 13% van de Drentse stikstof emissies willen reduceren;
- maatwerk daar waar in gebieden nog extra inzet nodig is.
Generieke vermindering van stikstofemissie
Voor het bijdragen aan de wettelijke opgave voor stikstofreductie hanteert Drenthe als doel om in 2035 43% minder ammoniak uit te stoten dan in 2019. De provincie vraagt aan alle melkveehouders in Drenthe een vermindering van uitstoot die moet optellen tot 30% in 2035. De reden hiervoor is dat deze groep in de landbouw het grootste aandeel kan leveren in vermindering van uitstoot. Melkveehouders krijgen de ruimte om hier zelf invulling aan te geven via doelsturing. Bij deze aanpak maken de boeren gebruik van Kritische Prestatie Indicatoren. Dit betekent dat de boer zelf de regie heeft en realistische en haalbare doelen krijgt voor het verminderen van stikstof en doelen voor water en klimaat. De ervaring die er al is in Drenthe uit het programma Duurzaam Boeren Drenthe benutten we hiervoor. Ook helpt de provincie bedrijven om de maatregelen te nemen die nodig zijn om bij te dragen aan de 30% vermindering van stikstofuitstoot. Bijvoorbeeld via verschillende subsidieregelingen en de stimuleringsregeling en kennisprogramma van Duurzaam Boeren Drenthe.
Er wordt nog een norm bepaald die boeren daadwerkelijk moeten gaan halen. De provincie gaat dit de komende tijd verder uitzoeken, de voors- en tegens van varianten in beeld brengen en met de sector bespreken. Naast de keuze voor de norm is het juridisch vastleggen van deze norm erg belangrijk. Dat draagt bij aan een juridisch geborgde aanpak wat betekent dat we zeker zijn dat we de doelen samen ook gaan halen. Daarover moet rond de vaststelling van het programma (dit is beoogd voor de zomer 2026) nog meer duidelijkheid komen.
Voor de niet-grondgebonden veehouderij (met name varkens en kippen) stellen wij ook maatregelen voor. Wij willen het hanteren van de best beschikbare technieken (BBT) verplicht stellen (veelal maatregelen in de stallen, zoals het gebruik van luchtwassers). Voor de akkerbouw hebben wij op dit moment geen maatregelen in voorbereiding, gezien de beperkte mogelijkheden om deze emissies te reduceren. Het Rijk werkt verder aan emissiereductie van andere sectoren zoals mobiliteit en industrie (beide 50% reductie).
De provincie zal bij het definitieve plan een instrumentenkoffer verder uitwerken met maatregelen vanuit provincie en Rijk waar ondernemers gebruik van kunnen maken om de reductiedoelen te halen. Dit zal deels ondersteund worden met subsidies.
Gebiedsgerichte vermindering van stikstofuitstoot
De provincie wil de resterende 13% van de Drentse ammoniakemissies realiseren in de gebiedsgerichte aanpak. Voor de betrokken bedrijven is dit een forse opgave. Zij moeten die realiseren boven op de generieke vermindering van stikstofemissies. Als een mogelijk voorbeeld geldt het gebiedsaanbod Veenhuizen waar een aantal boeren de ambitie heeft om met hulp van de provincie in 2035 gezamenlijk in totaal 60% minder stikstof uit te stoten. Ook voor de Veenkoloniën is een programma opgesteld om aan de brede opgaven te werken. Hier willen we graag, met name over de stikstofreductie, nog verdere afspraken over maken. De uitwerking van de gebiedsgerichte opgave voor stikstof wil de provincie samen met ondernemers in de gebieden bepalen. Dan gaat het om de precieze opgave in het gebied en om de ondersteuning die de provincie levert. Wat dit laatste betreft: bedrijven krijgen hulp. De provincie stelt extra subsidieregelingen beschikbaar.
Vergunningverlening
Onze generieke en gebiedsgerichte aanpak samen moet een vermindering van 43% van stikstofemissies in Drenthe realiseren in 2035. Deze reductie zal nog niet overal genoeg zijn om op korte termijn weer vergunningen te verlenen. Dat komt omdat aan vergunningverlening strenge eisen gesteld worden, op basis van eerdere rechterlijke uitspraken (jurisprudentie). Die uitspraken bepalen ook hoe in nieuwe, vergelijkbare zaken wordt geoordeeld. Bovendien gaat het met een deel van de natuur in Drenthe nog niet goed genoeg.
Het gaat in het bijzonder om het vereiste van zogeheten ‘additionaliteit’ die vergunningverlening parten speelt. Dat vereiste wil zeggen dat in Drenthe eerst voldoende maatregelen genomen moeten worden voor het herstellen van natuur in en om Natura 2000-gebieden, voordat er weer vergunningen mogen worden verleend. Dat gaat om zowel natuurherstellende maatregelen in het gebied zelf als maatregelen om stikstofuitstoot te verminderen en de hydrologie te verbeteren. Voor de natuurbeheerders ligt er een belangrijke taak om de maatregelen in de natuurgebieden te nemen die nodig zijn voor natuurherstel. Natuurbeheerders onderschrijven dat zij de noodzakelijke maatregelen gaan nemen om de kwaliteit van de habitats op orde te brengen. Daarvoor moeten wel de juiste randvoorwaarden door de overheid worden gecreëerd zoals voldoende middelen en vermindering van drukfactoren zoals stikstof.
Om te kunnen voldoen aan de eisen van additionaliteit en vergunningen te kunnen verlenen onderzoekt de provincie wat er extra aan maatregelen nodig is per Natura 2000-gebied. Deze laatste stap in onze stikstofaanpak is maatwerk. De provincie gaat met betrokkenen in het gebied uit alle sectoren het gesprek aan om te bepalen wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de natuur herstelt en in stand blijft. Naast de uitstoot van stikstof gaat het om het tegengaan van bijvoorbeeld verdroging of andere zogenaamde drukfactoren. Drukfactoren zijn zaken waar natuur nadelige effecten van ondervindt. De provincie kijkt hierbij naar alle bronnen en factoren in een gebied, van landbouw tot industrie en mobiliteit.
De provincie verwacht dat vergunningverlening met deze aanpak op zijn vroegst medio 2027 weer mogelijk is.
Water en natuur
Voor water en natuur liggen er vraagstukken vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water en Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Europese Natuurherstelverordening.
De doelen voor water moeten in 2027 al zijn gehaald. Daarvoor moet nog veel gebeuren. Onder andere het op orde brengen van de wateraspecten voor Natura 2000-gebieden. Daarbij hebben we het over de kwaliteit van water op het gebied van ecologie en vervuiling. Maar ook of er te veel of te weinig water is.
Voor natuur richt de aanpak zich op het versterken van Natura 2000-gebieden, herstel van landschap en meer biodiversiteit in het buitengebied, in het bijzonder om de natuurgebieden heen. Daarbij speelt extra inzet op agrarisch natuurbeheer een grote rol. Het gaat dan om het beheer van natuur en landschap door boeren. Boeren willen hier graag een rol in spelen en daar staat de provincie positief tegenover. Van belang is verder dat natuurorganisaties de bouwsteen Natuur met de gezamenlijke provincies hebben onderschreven waarin zij garanderen de maatregelen te nemen die nodig zijn om de natuur te versterken tot het niveau dat nodig is.
De aanpak voor water en natuur heeft als gevolg dat een deel van de landbouwgrond in Drenthe niet of minder aantrekkelijk is voor het verbouwen van gewassen en/ of het houden van vee. Deze grond kan op termijn een natuurbestemming krijgen. Een andere oplossing kan zijn om meer gebruik te maken van en in te zetten op agrarisch natuurbeheer. We kijken hierbij met de grondeigenaren wat er mogelijk is en ook welke rol zij hier zelf in willen. Dit gebeurt zoals dat nu ook al gaat op basis van vrijwilligheid.
Aandachtsgebieden
In een aantal gebieden in de provincie is er een combinatie van opgaven. Dat wil zeggen dat er in deze gebieden zowel vanuit water, natuur en stikstof vraagstukken liggen. Deze gebieden noemt de provincie in het ontwerpprogramma ‘hotspots’. Het zijn ook deze gebieden die een belangrijke bijdrage kunnen leveren om vergunningverlening weer mogelijk te maken en doelen voor water en natuur te behalen. Het gaat om deze vijf gebieden:
- Drentsche Aa-gebied,
- Elperstroomgebied,
- Zure Venen (tussen Uffelte en Ruinen),
- Vledder Aa en Wapserveensche Aa,
- Oude Diep.
In de komende jaren gaan we hier gebiedsgericht aan de slag. Van onderop. Dat betekent dat de provincie samen met ondernemers, organisaties en inwoners in deze gebieden een plan maakt voor maatregelen op het gebied van stikstof, natuur, water en klimaat. De kaartjes in het programma betreffen zoekgebieden. In deze gebieden gaan de provincie samen met het gebied zoeken naar oplossingen. We noemen dat een gebiedsproces.
Naast deze vijf gebieden zijn er twee gebieden met een specifieke opgave. Dat zijn Noordbargeres in Zuidoost Drenthe en Grote Masloot in Noordwest Drenthe. In Noordbargeres gaat het om grondwaterwinning en in Grote Masloot om het verbeteren van de kavelstructuur in samenhang met het herstel van het beekdal.
Per gebied wordt een plan van aanpak gemaakt. Elk gebied is anders en dat vraagt om maatwerk. Ook zal de provincie niet in elk gebied meteen starten. De provincie gaat ervan uit dat een deel van deze processen tot 2035 lopen.
Samenwerking met boeren
Boeren zorgen sinds jaar en dag voor een groot deel van ons Drentse landschap. De provincie waardeert dit en ziet kansen om dit te versterken. Een gezond en eerlijk verdienmodel is essentieel voor de toekomst van de agrarische bedrijven. Boeren moeten ook als beheerder van natuur kunnen optreden. De provincie wil ook de landbouwstructuur versterken. Door in de gebieden de verkavelingsstructuur voor betrokken boeren te verbeteren. Dat betekent dat grond (kavels) dichter bij de boerderij komen te liggen. Dat is gunstig voor de bedrijfsvoering van de betrokken ondernemers.
De provincie is blij dat boeren zelf ook meer willen samenwerken, omdat dit nodig is om alle doelen te halen. Door samen met boeren te kijken naar hun bedrijf en grond in een gebied en de vraagstukken te bespreken voor natuur, water en stikstof wordt duidelijk hoe verplaatsingen, kavelruil, herinrichtingen en landbouwstructuurverbetering het beste plaats kunnen vinden.
Op meerdere plekken in Drenthe zijn boeren zelf al met waardevolle ideeën gekomen. De provincie juicht dit toe en wil kijken hoe zij in haar aanpak ruimte kan maken voor deze ideeën. Er is echter wel beperkt geld beschikbaar. Daarom kijkt de provincie eerst inhoudelijk naar een plan om af te wegen of zij kan bijdragen aan een idee vanuit de samenleving.
Financiën
In de realisatiestrategie heeft de provincie haar werkwijze voor de uitvoering van het TLGD verder uitgewerkt. Daarin wordt uitgewerkt hoe het beschikbare geld tot en met 2030 wordt ingezet. Dit geld is niet voldoende om alle maatregelen overal tegelijk uit te kunnen voeren. Daarom vraagt de provincie bij het nieuwe kabinet om extra geld. Het kabinet heeft aangegeven dat er voor het landelijk gebied weer een fonds komt waar ook provincies gebruik van kunnen gaan maken.
Samenvatting ontwerpprogramma
Dit is een samenvatting van het ontwerpprogramma TLGD. Dit ontwerp ligt van 13 februari tot en met 27 maart 2026 voor iedereen in Drenthe ter inzage.
