Interview met oud-trainee Coen
Tijdens mijn traineeship werkte ik aan natuur- en gebiedsontwikkeling, een onderwerp dat raakt aan hét gesprek over de toekomst van het landelijk gebied. Met alle ontwikkelingen op het onderwerp stikstof ook geen makkelijke materie. Wat dit in Drenthe betekenisvol maakt is dat we dit niet alleen vanaf een papieren werkelijkheid doen, maar juist in gesprek met zoveel mogelijk betrokkenen. Tijdens je werk ben je in contact met terreinbeheerders, belangenorganisaties, gemeenten, waterschappen en andere partners om te begrijpen wat er echt speelt, welke ambities én zorgen er zijn, en hoe we samen het volgende hoofdstuk voor een gebied kunnen gaan schrijven.
Tijdens mijn traineeship ontdekte ik dat veel maatschappelijke opgaven niet binnen één organisatie of bestuurslaag zijn op te lossen. Juist het verbinden van mensen, ideeën en belangen is de kracht van de provincie als overheidslaag tussen het landelijke en het lokale. Dit gaf mij energie. Mijn motto is daarin: “Weerstand bestaat niet, wel betrokkenheid.” Als je de verschillende perspectieven begrijpt, ontstaan vaak de beste oplossingen.
Hoe kijk je terug op de begeleiding?
Over de begeleiding waren ikzelf en een aantal trainees kritisch. Dat raakt ook aan de cultuur in Drenthe: je wordt hier onderdeel van een team en groep waardoor de individuele begeleiding wat miste. Dit hebben we teruggeven aan de organisatie en het nieuwe traineeprogramma is hierop aangepast. Voor mij was dit ook een mooi voorbeeld van hoe trainees niet alleen deelnemen aan de organisatie, maar door gerichte feedback kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling ervan. Het betekent dat je als trainee begeleiding ondervindt van zoveel mensen als je wil, als je daarom vraagt en openstelt. Er zijn altijd mensen om mee te sparren en op terug te vallen. Als ik iets niet begrijp, of graag meer kennis of achtergrond wens over een onderwerp, staan mijn collega’s altijd klaar om mij mee te nemen. Deze combinatie van vrijheid en ondersteuning heeft ervoor gezorgd dat ik initiatief durfde te nemen, nieuwe contacten legde en ook van fouten leerde. Juist deze omgeving maakte het mogelijk om te groeien als trainee!
Wat heeft het traineeship je gebracht wat je als junior medewerker mogelijk niet had gekregen?
Trainee zijn is een prachtig etiket. Het geeft je de vrijheid om vragen te stellen, mee te kijken in verschillende onderdelen van de organisatie, kennis te maken met de provincie, fouten te maken en vooral veel mensen te ontmoeten. Je mag nieuwsgierig zijn en de ‘domme vragen’ stellen die anderen misschien niet meer durven te stellen. Daardoor heb ik in korte tijd een groot netwerk opgebouwd binnen en buiten de provincie. Dat is in ons werk naar de toekomst toe essentieel want samenwerking is geen keuze, maar een randvoorwaarde. En samenwerking begint niet op papier, maar in de praktijk, door elkaar te ontmoeten, verschillende perspectieven te (leren) begrijpen en vertrouwen op te bouwen. Begrip ontstaat immers niet vanzelf. Het opbouwen en onderhouden van een sterk netwerk is daarbij essentieel. Dat vraagt om ambtenaren die over grenzen heen kijken, en als trainee wordt dit in Drenthe vanaf dag één gestimuleerd.
Het traineeship heeft me niet alleen inhoudelijke kennis gebracht, maar vooral het vertrouwen om kansen te pakken, zichtbaar te zijn en zelf initiatieven te nemen. Dat heeft uiteindelijk de basis gelegd voor mijn huidige rol als projectleider.

