Resultaten project
Boeren leren van boeren. In een oproep via diverse kanalen zijn melkveehouders uitgenodigd om aan te sluiten bij de studiegroepen rondom eiwitefficiëntie.
De kernvraag: kun je met het verlagen van ruw eiwitgehalte en het verbeteren van de efficiëntie, de ammoniakemissie verlagen en tegelijk de gezondheid en productie van je koeien op pijl houden?
- Praktische kennis en begeleiding van deskundigen
- Boeren leren en inspireren elkaar
- Aan de slag met eigen cijfers, passend bij het eigen bedrijf
- Delen van kennis uit projecten, pilots en demonstratie bedrijven
Bijna 150 melkveehouders hebben zich aangemeld in 2024. Ze gingen in één van de vijftien studiegroepen aan de slag met de samenstelling van het rantsoen. Centraal stond de kennisontwikkeling rondom eiwit in voeding en het stellen van doelen voor de toekomst. De uitdagingen zijn voor veel melkveebedrijven vaak net even anders.
De veehouders hebben daarbij gestuurd op efficiëntie door het tankmelkureum nauwlettend in de gaten te houden. Dit is een goede indicator van de efficiëntie van het eiwit in de koe. Bovendien is het een cijfer waar de melkveehouder goed zicht op heeft. Elke keer dat er melk wordt geleverd, wordt het ureumgehalte van de melk gemeten en wordt dit resultaat gedeeld met de melkveehouder.
Uiteindelijk hebben de studiegroepbegeleiders de resultaten van 111 ondernemers kunnen vergelijken met voorgaande jaren 2022 en/of 2023. Daarbij ging het minder om de absolute resultaten. De centrale vraag was of melkveehouders door het verlagen van de aanvoer en het verbeteren van de efficiëntie van eiwit, het ureumgehalte in de melk kunnen beïnvloeden.
Een ureumgehalte van 18 wordt daarbij beschouwd als laag. In de beloningsregeling voor melkveehouderij is dit het gehalte voor maximale beloning. Landelijk ligt het gemiddelde in 2023 op ruim 20.
Ruim de helft van de ondernemers was in staat om het ureumgehalte verder omlaag te brengen. Ruim 10% had al een laagblijvend ureumgehalte. Bij iets minder dan 6% van de deelnemers ging het gehalte omhoog en bij bijna 30% was er geen noemenswaardig verschil.
De groep die het ureumgehalte heeft weten te verlagen, deed dat met gemiddeld 1,8 punt. Bij een ureumgehalte van 18, betekent dat een daling van 10%. Dat betekent dus dat de eiwitefficiëntie met 10% verbetert en de ammoniakemissie ook met 10% daalt (Bron: rapport Emissiearme bedrijfsvoering (pdf, 9.1 MB)).