Praktijk en kennis
De relatie tussen ruw eiwit, tankmelkureum en ammoniak
Gezonde koeien die melk produceren hebben genoeg eiwitten nodig. Maar om de ammoniakemissie te verminderen op het melkveebedrijf zou je juist minder eiwit willen aanvoeren. Wat is de relatie en welke instrumenten zijn er om hier in te sturen?
Als vuistregel geldt dat 1 gram minder ruw eiwit resulteert in 1% minder ammoniakemissie. Bovendien zijn eiwitten een kostbare grondstof voor het veevoer, met deze waardevolle stoffen wil je dus zo efficiënt mogelijk omgaan. Je bespaart immers kosten en je verlaagt de emissie van je bedrijf.
Maar eiwit is ook nodig. Om de koe gezond op te laten groeien, gezond te houden en om melk te produceren. Wil je het eiwit verlagen, dan moet je dus zorgen dat de eiwitten die je wel voert zo goed mogelijk worden benut en van zo hoog mogelijke kwaliteit zijn. Van een betere kwaliteit eiwit hoef je immers minder te voeren om hetzelfde effect te krijgen. Dat resulteert ook weer in minder emissies.
Ureum als indicator
Het ureumgehalte in de melk is een belangrijke indicator voor de veehouder. Het wordt met elke melklevering gemeten en wordt gebruikt om het rantsoen, de gezondheid én de stikstofefficiënte van de koe in de gaten te houden. Kortom, krijgt de koe genoeg voer en de juiste voedingsstoffen om op een gezonde en efficiënte manier melk te produceren? Efficiëntie is daarin het sleutelwoord. Hoe efficiënter de koe immers met zijn eiwitten in het rantsoen omgaat, hoe minder verliezen er zijn in het hele proces en hoe lager de emissie van ammoniak.