Uniek in Drenthe, uniek in Nederland: beekbodemverhoging


Het was een ware invasie van groot materieel, afgelopen winterperiode rond het Taarlooschediep. Het leek alsof de grond bouwrijp werd gemaakt, maar niets was minder waar. De rijplaten, kraanmachines, de mengcontainer en een enorme grote slangenhaspel werden ingezet voor een niet eerder vertoond natuurherstelproject in Drenthe: beekbodemverhoging. Erwin Veldman, vertrekkend programmaleider van de provincie Drenthe vertelt hoe deze bijzondere pilot op drie plekken in het Drentse Aa-gebied in zijn werk is gegaan.

Het Zeegserloopje, het Taarlooschediep en het Anloërdiep; het zijn fraaie beekjes, variërend in breedte en diepte, die het Drentse Aa-gebied haar unieke karakter geven. Maar de bedding van deze beken is in de loop van de jaren steeds dieper geworden onder andere door onderhoud, en dat blijft niet zonder gevolgen. Drenthe heeft ongeveer 40 kilometer aan beeksystemen, en op veel plekken is sprake van verdroging en is de kwaliteit van het water(peil) onvoldoende. “De bodem van deze beken is eigenlijk te laag ten opzichte van het maaiveld”, vertelt Erwin Veldman. “Dat leidt tot verdroging en daar komt de stikstofdepositie nog een keer overheen.”

Je zou best eenvoudig het waterpeil in de beek kunnen verhogen. Maar alleen het verhogen is hier niet voldoende, omdat dan de waterkwaliteit weer afneemt. Een betere oplossing voor zowel het tegengaan van de verdroging én het verbeteren van de waterkwaliteit is daarom noodzakelijk.

Speciaal zand

Met de ‘Kaderrichtlijn Water’ en het Natura 2000-beheerplan (gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de natuur) in de hand is gezocht naar een alternatief. “In goed overleg met de partners zijn we uitgekomen bij de verhogen van de beekbodem. Door met extra zand het peil van de beek te verhogen ga je verdroging tegen, verhoog je de waterkwaliteit en heb je minder stikstofdepositie.”

Een beekbodemverhoging op deze wijze vond nog niet eerder plaats in Drenthe, dus de pilot moet goed gemonitord worden. In de Drentsche Aa is hiervoor in totaal 32 km aangewezen. “We zijn eerst begonnen met een aantal ‘pilot-kilometers’. We willen de verhogingsmethodiek fijn slijpen, zodat het een goed voorbeeld is voor de resterende kilometers. Dat is wat we nu uitgevoerd hebben.”

In de pilotgebieden werd in de beken een grote zwarte slang van een enorme haspel afgerold, met een spuitkop waarmee water vermengd met zand werd ingebracht. De slang werd daarbij achterwaarts door de beken getrokken, als ‘een omgekeerde baggerbeweging’.  Voor de beekbodemverhoging is speciaal zand uitgekozen. Veldman: “Daar is heel zorgvuldig onderzoek naar gedaan. Welke eigenschappen heeft het zand dat in de beek ligt en hoe draagt het bij aan de waterkwaliteit? Je moet zorgen dat het nieuwe zand niet gelijk wegspoelt.”

Zoektocht

De uitvoering heeft alleen in de koude maanden plaatsgevonden, van pakweg 1 november tot 1 maart, onder meer om ook buiten het broedseizoen te blijven. “Dus dat is uitvoeringstechnisch natuurlijk heel lastig. Omdat de werkzaamheden moesten plaatsvinden in moeilijk te bereiken locaties in de natuurgebieden. Als het te veel regent kun je hier niet met zwaar materieel aan de slag. Om dit werk te kunnen doen was een aannemer nodig die bereid was innovatief te werk te gaan. Dat was best wel een zoektocht. We vonden een aannemer die hiervoor een oplossing bedacht. De kosten van de hele operatie bleken wel wat hoger te zijn dan van tevoren ingeschat. Het bedrag voor het totale project dat hiermee gemoeid is, ligt grofweg tussen de 15 en 20 miljoen euro.”

De provincie Drenthe is opdrachtgever en hoofdfinancier van het project (naast gelden van het Rijk en Europa) en het waterschap Hunze en Aa’s, eigenaar van de beken, is de uitvoerende opdrachtnemer. Ook Staatsbosbeheer is als eigenaar van de aanliggende gronden nauw betrokken bij de pilot. Dit project is onderdeel van de inspanningen voor het Programma Natuurlijk Platteland, waarin de partners samenwerken om de hoofddoelstelling te bereiken voor 2027: het vergroten van de biodiversiteit naar robuuste natuur in Drenthe.

Veelbelovend

Deze winter is het derde traject, rond het Taarlooschediep, afgerond. Hiermee zijn de eerste zeven kilometer aangepakt. De gebruikte methodiek om het zand in de beek te brengen is daarbij haalbaar gebleken. “We gaan de komende jaren, tot en met 2026, monitoren of het beoogde effect behaald wordt. De eerste signalen van de pilot zijn heel positief. Zeldzame soorten hebben weer meer kans om terug te keren in het gebied. Een sprekend voorbeeld van toename van de biodiversiteit in het beeksysteem van de Drentsche Aa zijn bijvoorbeeld de rivierprik en de bever, die voelen zich nu nog beter thuis.”

“Daarnaast zijn de beken niet troebel geworden, het zand blijft mooi liggen. De natuur is op de plekken waar we bezig zijn geweest best wel snel hersteld. De ecologen die dit monitoren zeggen: wat we bedacht hebben, wordt nu werkelijkheid. En we hebben het ook binnen de tijd kunnen doen die is afgesproken met het Rijk. Als de monitoring blijft uitwijzen dat het de goede kant opgaat, gaan wij het project een vervolg geven in 2026.”