Wegingscriteria


Deze criteria zetten we in bij het kiezen van de projecten, die we opnemen in de jaarplannen tot en met 2024. Samen met de themagroep Goede en bereikbare zorg van de VDG is onderstaande lijst opgesteld.

Procesmatige criteria

  • Het gaat om een gezamenlijk project waarin meerdere samenwerkingspartners deelnemen en waarin afspraken zijn gemaakt over ieders inbreng en de naleving daarvan. Er moet commitment zijn vanuit alle partijen voordat het project begint.
    • Het gaat erom dat écht de samenwerking wordt opgezocht. Voor de start van het project moet duidelijk zijn wat ieders inbreng, rol en taken zijn. Commitment aan de samenwerking is niet vrijwillig.
  • In het project doen maatschappelijke partners/belanghebbenden actief mee en na afloop is er sprake van ‘adoptie’ (voortzetting) van de opbrengst als die positief beoordeeld is.
    • Daarmee bereiken we dat het project toekomstbestendig is en wordt voorgezet.
  • Het project wordt na afloop geëvalueerd en de resultaten van het project worden vastgelegd en gedeeld met alle partijen.
    • Doel is leren van de samenwerking en het project.

Inhoudelijke criteria

  • Het gaat om projecten die een grote invloed hebben op het dagelijkse sociale leven van de inwoners van Drenthe of specifieke, belangrijke doelgroepen en waaraan aantoon­baar behoefte is.
    • Het is van groot belang dat projecten worden uitgevoerd waaraan ook behoefte bestaat. Raadpleging van de inwoners op dit punt is een voorwaarde.
  • Het project levert zichtbare resultaten, die bijdragen aan de realisatie van de doelen van de thema’s uit de Sociale Agenda. Deze doelen zijn gezamenlijk geformuleerd.
    • De doelen moeten per thema helder geformuleerd worden.
  • Het project heeft minimaal een regionaal effect en bij voorkeur een effect voor de gehele provincie.
    • Projecten kunnen lokaal worden uitgevoerd, maar overstijgen het lokale belang en dienen het regionale of provinciale belang. Definiëring van ‘de regio’ moet afhankelijk zijn van de maatschappelijke opgave waaraan gewerkt wordt.
  • Het project heeft een leereffect (we kunnen er iets nieuws van leren) en er wordt beschreven hoe deze effecten na afloop van het project verwerkt worden in de uitvoering.
    • Het gaat om innovatieve en experimentele projecten die leiden tot een effectievere werkwijze en/of een beter resultaat. Er moet ruimte zijn voor experimenten en innovaties waarvan de uitkomst nog niet vaststaat maar waarvan de potentie groot is.
  • Het project heeft een vliegwieleffect en creëert een effect dat langer doorwerkt, ook na de projectperiode.
  • Het project heeft een uitstraling naar of dient als voorbeeld buiten de provincie (showcases).

Financiële criteria

  • Het project geeft een extra impuls die anders niet tot stand zou zijn gekomen.
    • Financiering van projecten moet zich richten op innovatie en transformatie in het sociale domein, bovendien zijn er geen andere financieringsmogelijkheden voor het project te vinden.
  • Er wordt geen bijdrage toegekend voor projecten/activiteiten die behoren tot regulier werk van partijen en waarvoor zij al een bijdrage ontvangen. Overheadkosten komen niet voor een vergoeding in aanmerking.
    • Dit is een uitwerking van het principe dat het geld buiten bij de inwoners moet worden besteed en niet opgaat aan overhead­kosten. Ook mag het geen sigaar uit eigen doos zijn doordat regulier werk wordt ingeruild voor deze projecten. Capaciteit inzetten als equivalent van geld wordt niet logisch geacht, gezien de capaciteitsproblemen bij de meeste gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en het onderwijs.