Aardkundig beheer in bosgebieden


In Nederlandse bossen spelen vaak veel verschillende interesses en belangen. Bosbeheerders die proberen natuurdoelen te halen, recreanten die graag de natuur op hun eigen manier willen ontdekken en natuurlijk ook overheden die bepaalde wensen hebben voor deze bossen.

Aardkundige waarden is in dit belangenveld een beleidsthema wat vaak vergeten wordt. Dit ligt aan het feit dat het vaak niet precies duidelijk is om welke waarden het in bepaalde gebieden gaat en hoe de terreinbeherende organisatie hier dan concreet mee om kan gaan.

Bodem is de basis. Bij bosbouw ontkom je niet aan de bodem. Bepaalde plant- en boomsoorten groeien nu eenmaal beter op bepaalde bodems dan andere.

De beheerders moeten werken met wat er in de gebieden aanwezig is en proberen vaak ervoor te zorgen dat er een geschikt bos groeit dat past bij de eigenschappen van het gebied.

Daarbij zijn dan vaak ook ecologische doelstellingen leidinggevend. Hoe er rekening gehouden wordt met bepaalde bijzondere bodems en hun herkenbaarheid in het landschap, blijft dan vaak wat liggen.

Maar hoe kun je deze bodems nu beschermen en daarnaast ook beleefbaar maken?Deze vraag is niet simpel te beantwoorden, omdat het vaak erg ligt aan de specifieke omstandigheden.

Bij veel aardkundig bijzondere gebieden handelt het zich om andere locatie specifieke eigenschappen en bijzonderheden, waardoor het lastig is in het algemeen te zeggen hoe deze beschermd kunnen worden.

Wel kan er gezorgd worden dat er meer aandacht is voor deze aardkundige waarden. Waarbij meer informatie direct beschikbaar komt bij de terreinbeherende organisaties, zodat zij zelf duidelijk hebben waar het nu om gaat in hun gebied.

Daaropvolgend zijn dan gebiedspecifieke adviezen nodig voor het beheer, waarin staat hoe er in de praktijk mee omgegaan kan worden.Om tot gebiedspecifieke adviezen te komen, moet dus wel een eerste stap gemaakt worden.

Dit kan gedaan worden binnen organisaties zelf, maar kan ook van buitenaf geïnitieerd worden. Provincie Drenthe zet hierin bijvoorbeeld al erg veel stappen om te zorgen dat het aardkundige verhaal beter terecht komt bij terreinbeherende organisaties. Daarnaast zijn er ook steeds meer andere organisaties zoals bijvoorbeeld Staatsbosbeheer die hier zelf al mee aan de slag gaan.

Als vierdejaars student van de opleiding management van de leefomgeving, heb ik mij het afgelopen half jaar met het thema aardkundig beheer in bosgebieden beziggehouden tijdens mijn stage bij Staatsbosbeheer.

Hierbij heb ik onderzoek gedaan in het beheergebied de Hondsrug. Als eerste stap heb ik veel informatie verzameld over welke aardkundige waarden er nu precies in deze Staatsbosbeheer bossen voorkomen.

Vervolgens heb ik geprobeerd deze informatie op een begrijpelijke manier vast te leggen. De volgende stap was om de staat vast te stellen van de aardkundige waarden in het gebied. Zijn de waarden nog zo gaaf als verwacht wordt, of zijn er al aantastingen geweest?

Om een goed overzicht te krijgen van de verschillende gebieden, ben ik samen met Aaldrik Pot van Staatbosbeheer, veel op pad geweest.

Bij deze gebiedsbezoeken werden vaak aardkundige waarden, die wij alleen van foto’s en kaarten kenden, ineens veel duidelijker en begon het meer bij ons te leven.

Onderweg hebben wij ook geprobeerd vast te stellen welke veranderingen de bescherming en beleving van deze aardkundige waarden zouden bevorderen. Deze bevindingen heb ik vervolgens meegenomen om adviezen te schrijven voor verschillende aardkundige elementen in het gebied.

Een mooi voorbeeld van zo’n advies is wat ik bij de droge dalen in Gieten heb uitgewerkt. Hieronder zijn twee foto’s te zien waarin het reliëf verschil van de dalen te zien is.

Deze droge dalen zijn in het Weichselien - de laatste ijstijd ontstaan. Hier heeft het landijs Nederland niet bereikt, maar de bodem was wel bevroren. In de zomermaanden ontdooide de bovenste 2 tot 2,5 meter. De grond werd hier erg modderig en nat van.

Het gesmolten water, samen met regenwater, kon niet makkelijk de bodem in zijgen. In plaats daarvan stroomde het langs de Hondsrug naar beneden. Hierdoor zijn in verloop van tijd dalen uitgesleten.

Deze dalen zijn nu ook nog goed te herkennen als men weet waar men opletten moet. Om dit te accentueren zou Staatsbosbeheer ervoor kunnen kiezen de beplantingsrichting in deze dalen met de morfologie mee te laten lopen.

Zo zouden hoogtelijnen meer geaccentueerd raken, waardoor mensen het sneller zouden kunnen herkennen. Voor Staatsbosbeheer houdt dit dus in dat zij bij toekomstige bosaanplanting of verjonging in dit gebied hiermee rekening kunnen houden of zelfs nu al zichtlijnen zouden kunnen aanpassen.

In de huidige situatie lopen de beplantingslijnen namelijk zo dat het zicht en de beleving deels wordt verhinderd.

Tijdens mijn stage ben ik erachter gekomen dat er op het vlak van aardkundige waarden in en rond bosgebieden nog veel te doen is.

Door middel van duidelijkheid in informatie en kennis over de verschillende aardkundige waarden, wordt een soms wat abstract thema ineens veel presenter en begint het te leven bij beheerders.

Het is dan ook erg belangrijk deze informatie goed te verbreiden, zodat men ook weet waarmee rekening gehouden kan worden.

Er zijn in Nederland erg bijzondere en zeldzame bodems te vinden. Het is aan ons om deze in goede staat te behouden. De bodem is namelijk de basis waarop wordt gebouwd en een stuk van ons erfgoed.

Door Bas Korthuis,

vierdejaars student van Hogeschool Van Hall Larenstein