Het Meestersveen in Zeijen, een pingoruïne


Eind februari heeft Anja Verbers, programmaleider van het pingo Programma, met een kleine groep vrijwilligers[1] onderzoek gedaan naar het Meestersveen in opdracht van de beheergroep Zeijerwiek.

Deze groep wilde graag weten of het hier nu om een pingoruïne gaat of toch niet. Op de kaart van de website www.pingoruines.nl stond hij namelijk aangeduid als vermoedelijke pingoruïne, en de groep denkt na over de inrichting en het beheer van het gebied rondom deze mogelijke pingoruïne.

De locatie ligt een en gebied met smeltwaterzanden en bestaat voor een deel uit een veentje en een deel uit een akkerperceel.

Luchtfoto met lichte conturen van de randwal, bron: www.pingoruines.nl

Bijzonder aan deze locatie is dat er een mogelijke randwal aanwezig lijkt te zijn, die niet zozeer zichtbaar is in het veld als een rug, maar zich toont als lichte band in de akker op de luchtfoto. Omdat je dit niet zo vaak ziet, is er uitgebreid onderzoek gedaan naar deze zone. Daarnaast is er een raai geboord van de mogelijke randwal naar het centrale deel van het veentje.

De akker waarin de mogelijke randwal zich bevindt, is grotendeels geëgaliseerd, maar de randwal blijkt inderdaad in de ondergrond aanwezig! Het hele deel van de pingoruïne dat in de akker ligt heeft een bouwvoor van humeus zand van 25-30 cm, ter plekke van de randwal komt hier Peelozand aan het oppervlak.

Aan de binnenzijde van de wal ligt deels smeltwaterzand. De bodem die zich hierin vormde laat aan de rand van de akker, vlak bij het huidige natuurterreintje een donkerrode laag zien, wat duidt op de eerdere aanwezigheid van veen. Hier is het veen niet zo zeer veraard (gehumificeerd), maar wel zijn er bepaalde humuszuren aanwezig.

Hoogveen kan door afbraak humuszuren vormen die het materiaal rood kleuren. Dit is ook meestal de mobiele fractie van de humus die uit en weer in kan spoelen. In het veenpakket wordt hierdoor ‘doppleriet’ gevormd, dit geeft het veen de rode kleur[2].

Aan de buitenzijde van de randwal is dekzand aangetroffen. Het veen zelf is grotendeels afgegraven als gevolg van turf winning, maar onder het veen was nog een laag gyttja (organisch sediment) aanwezig van 3,5m dik!

Het betreft hier dus een pingoruïne, en een bijzondere vanwege de randwal.

Resultaten van booronderzoek: profiel van randzone naar kern van de pingoruïne. Met in rood het gyttja en in roze het Peelozand, met de randwal.

Door Anja Verbers, Landschapsbeheer Drenthe

[1] Vrijwilligers: Jan de Keijzer, Hanneke Lagerberg, Peter Tydeman en Sander Bentum (stagiair)

[2] Informatie van Gerrie Koopman