Leewal, aardkundig onderzoek van een potentieel aardkundig monument


De Leewal is een bijzondere langgerekte rug in het landschap, ten westen van Exloo. Hij vormt de oostelijke begrenzing van het Molenveld, een heidelandschap (fig. 1). Het was lange tijd de vraag of het hier nu ging om een mogelijke esker, een dekzandrug of een stuifzandrug.

Figuur 1

Figuur 1

Dit vraagt een korte schets van wat hiertussen nu de verschillen zijn.

Een esker is een langgerekte, vaak kronkelige rug in het landschap, die is opgebouwd uit grof en ongesorteerd materiaal. Dit komt omdat eskers zich vormen in smeltwatertunnels onder het ijs. Het smeltwater transporteert grind en zand dat afkomstig is uit het (land)ijs en zet dat af in deze tunnels.

Het zou in het geval van de Leewal dan gaan om de periode van het Saalien, de voorlaatste ijstijd, waarbij landijs Nederland tot de lijn Haarlem-Nijmegen bedekte en waarin vervolgens in de laatste fase de Hondsrug werd gevormd. Als het ijs vervolgens helemaal verdwijnt, blijft een kronkelige rug achter in het landschap (fig. 2).

figuur 2, Model vorming esker en kame

Een dekzandrug vormde zich in het Weichselien, de laatste ijstijd, waarin we geen landijs hadden, maar wel een ijstijd landschap met weinig begroeiing. Aan het einde van die ijstijd werd dekzand in ruggen en kopjes afgezet, we noemen dit het Jonge Dekzand. Dit zand heeft een fijne korrelgrootte (150-210 mu) en is sterk afgerond.

Wanneer dit zand, in het Holoceen, bijvoorbeeld door overbegrazing opnieuw gaat stuiven, kan eerder afgezet dekzand ook duinen en/of ruggen vormen. We spreken dan  van een stuifzandrug.

Om dit vast te stellen is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de Leewal, nabij Exloo in het voorjaar en de zomer van 2020.

De Leewal is onderzocht door diverse partijen; om vast te stellen of het om een esker gaat heeft Medusa Explorations opdracht gekregen om grondradaropnames te maken. Wanneer er grof materiaal aanwezig is in de rug, moet dat op de radarbeelden zichtbaar zijn. Dit was niet het geval, maar er wel een zekere gelaagdheid vastgesteld (fig. 3).

Vervolgens is de rug onderzocht door middel van boringen in lijnen dwars over de Leewal heen op diverse locaties. Landschapsbeheer heeft hierin samengewerkt met de WUR en ook stagiair Bram Arends, van Van Hall Larenstein, Management van de Leefomgeving, bij Landschapsbeheer, heeft hierin meegewerkt.

Zowel op basis van een kaarten analyse en de interpretatie van de boringen en de daaruit afgeleide profielen, door Anja Verbers, blijkt dat de rug bestaat echter uit een serie van aan elkaar gegroeide paraboolduinen, die zich vormden in het Weichselien.

Dit gebeurde waarschijnlijk tijdens de Vroege Dryas, in de fase dat het Jonger Dekzand I werd afgezet. De overheersende windrichting was westnoordwest, wat aansluit bij de oriëntatie van de paraboolvormen. Het is duidelijk dat de rug op onderdelen in meerdere fasen is ontstaan. Zo is er een aantal lagen te herkennen, waarbij de fijnkorrelige afzettingen opnieuw verstoven zijn.

Dit is af te leiden uit de aanwezigheid van grindrijkere laagjes in het dekzand. Ook treffen we op het hoogste punt, vlak bij het zwembad Leewal, een dunne bodem aan onder een laag dek- of stuifzand. Dit betekent dat hier een oud oppervlak aanwezig is, dat in een latere fase, bijvoorbeeld de middeleeuwen, maar mogelijk veel recenter, weer overstoven is. Tegen de westelijke flank van de Leewal zijn kleine duintjes te vinden die bestaan uit stuifzand.

Dit is te herkennen aan de onregelmatige vormen van de duintjes die ‘doodlopen’ tegen de flanken van de Leewal, maar ook aan de vaal geelbruine kleur, die direct na de boring een enigszins oudroze kleur hebben. Deze bruintint is afkomstig van eerder gevormd organisch materiaal.

Dat betekent dat het zand al bodemvorming kende, maar opnieuw verstoven is. Dit betekent vervolgens weer dat dit dus in recentere tijd is gebeurd, bijvoorbeeld vanaf de middeleeuwen, of mogelijk nog recenter, na overbegrazing door schapen.

Kortom, we kunnen concluderen dan de Leewal een dekzandrug is, die is opgebouwd uit een aaneenschakeling van paraboolduinen. Hij is gevormd in het Laat Weichselien, maar is later, mogelijk in recente tijd, weer deels verstoven. Zijn unieke lengte en de nog goed herkenbare vormen van de paraboolduinen maken dit een aardkundig waardevol landschapselement.

Door Anja Verbers Landschapsbeheer Drenthe