Over de provincie

Algemene informatie

Tussen de regering in Den Haag en uw eigen gemeente staat de provincie. Iedereen komt wel eens in het gemeentehuis. Maar bent u wel eens in het provinciehuis geweest? Heeft u een idee wat daar allemaal gebeurt en wat u daarvan dagelijks merkt? Op deze pagina kunt u lezen hoe de provincie Drenthe wordt bestuurd. Maak kennis met de bestuurders van Drenthe en met het werk dat de medewerkers van de provincie doen.

De provincie heeft op verschillende terreinen een belangrijke taak voor de inwoners van Drenthe. Zo zorgt de provincie voor de inrichting van natuur- gebieden en het onderhoud van wegen en kanalen. Ook geeft zij geld (subsidies) aan allerlei instellingen op het gebied van kunst en cultuur, zoals theaters, musea, bibliotheken en organisaties op het gebied van de Drentse taal. En ook aan instellingen op het gebied van bijvoorbeeld natuur en sport. Soms vloeit een taak voort uit een wet, soms kiest de provincie er zelf voor een taak op zich te nemen. Sommige wetten of regelingen worden uitgevoerd door gemeenten. De provincie stelt zich daarbij vaak op als regisseur of regelaar.

In de provinciale politiek komen vaak onderwerpen aan de orde waar de Drenten direct mee te maken hebben. De indeling van de ruimte in de provincie, de aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen en wegen zijn voorbeelden van het provinciale beleid, waar inwoners van Drenthe veel belangstelling voor hebben. Het beleid van de provincie komt dan ook vaak dichterbij dan u denkt.

Drenthe in grote lijnen

't Olde Landschap wordt Drenthe wel genoemd. Terecht: de oudste sporen van menselijke nederzettingen dateren van 60.000 jaar geleden. Toen werd Drenthe bewoond door mammoetjagers. Latere bewoners lieten, zo'n 5000 jaar geleden, de hunebedden achter in het Drentse landschap.

Het reliëf van Drenthe is te vergelijken met een omgekeerd soepbord: een hoger geleden gebied in het midden met daaromheen lager gelegen delen. Bossen, venen, heidevelden en beken worden afgewisseld door akkers en weiden.

Drenthe heeft na de Tweede wereldoorlog een snelle industrële ontwikkeling doorgemaakt. In en rond Emmen vindt u nu nog de grootste industriële concentratie van Nederland. De industrie is echter al lang niet meer de grootste werkgever in Drenthe. Net als in de rest van Nederland, werken in Drenthe steeds meer mensen in de dienstensector. Hieronder vallen commerciële activiteiten als bank- en verzekeringswezen, maar ook niet-zakelijke sectoren als overheid en zorg. Vooral Assen is een echte dienstenstad. Hoewel Drenthe een provincie is met een landelijk karakter, neemt de betekenis van de landbouw steeds verder af. Alleen de tuinbouw rond Emmen vormt daarin een uitzondering.

Drenthe is voor Nederlandse begrippen een dunbevolkt gebied. Het aantal inwoners ligt op ongeveer 482.415 (1 januari 2004). Jaarlijks komen daar echter miljoenen toeristen bij, die Drenthe bezoeken om te genieten van haar ongerepte natuur en van de vele mogelijkheden voor actieve en sportieve vakanties.

Democratie begon in de provincie

De Drenten zijn van oudsher gewend hun eigen boontjes te doppen. Onder de bomen van de brink beslisten ze samen over wat er in het dorp moest gebeuren. Ze staken samen de handen uit de mouwen als de kerk gerepareerd moest worden of als het gras op de brink te hoog stond. Ook vroeger waren er belangen die verder reikten dan de grenzen van het eigen dorp. Zo waren er doorgaande wegen over de hei, die om gezamenlijk onderhoud vroegen en moesten er afspraken komen over de marktdagen.

Dorpen en buurtschappen hadden in de Middeleeuwen hun eigen bestuursvorm: het kerspel. Deze kerspelen waren voortgekomen uit een oude kerkelijke, bestuurlijke indeling. Daarnaast kende Drenthe rechtsdistricten, de dingspelen. Sinds het einde van de vijftiende eeuw bestond er een bestuursvorm voor Drenthe als geheel: de Landdag. Tijdens de vergaderingen van deze Landdag hadden boeren (alleen zij die in bezit waren van een eigen erf en bedrijf) het recht om mee te praten en te beslissen. Drenthe werd na een woelige periode van oorlog, waaraan in 1594 een einde kwam, niet opgenomen in de Staten-Generaal, omdat het als arm gebied werd beschouwd. Wel hadden de Staten-Generaal in Den Haag invloed op het Drentse bestuur.

Zij drongen aan op het vormen van een nieuwe bestuursvorm: in 1603 werd het College van Drost en Gedeputeerden ingesteld. Zij moesten zich vooral bezighouden met de heffing van belastingen, maar gingen al gauw functioneren als een dagelijks bestuur. Deze bestuursvorm kan gezien worden als de verre voorloper van de huidige gedeputeerde staten. Het hoogste gezag lag bij de Landdag Drenthe, waarin nu ook de edellieden zitting hadden. Deze voorloper van de provinciale staten vestigde zich rond 1600 in Assen, in de voormalige kloostergebouwen aan de Brink. Later zou op die plek het provinciehuis verrijzen.

Na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden (1813) onder koning Willem I, werden in het hele land Staten der Provinciën ingesteld. De leden werden gekozen door mannen die een bepaalde hoeveelheid belasting betaald hadden. Alleen zij hadden toen stemrecht. De statenleden kozen op hun beurt de leden van de Tweede Kamer. In onze ogen niet erg democratisch, maar het was wel voor het eerst dat Nederland een gekozen, nationale vertegenwoordiging had.
Sinds 1848 worden de leden van de Tweede Kamer rechtstreeks gekozen. De provinciale staten kiezen sindsdien de leden van de Eerste Kamer. Daarmee werd de invloed van de Koning aan banden gelegd, die tot dan toe de leden van de Eerste Kamer benoemde.

Laatst bijgewerkt op 1 augustus 2017.