“Wat niet kan is nog nooit gebeurd”


Op zondag 4 november 2018 was commissaris van de koning Jetta Klijnsma te gast in het waterstaatskerkje in Grolloo. Daar sprak ze de "preek van de leek" uit in het kader van Tip de Commissaris. Hieronder vindt u de volledige tekst van haar preek (alleen het gesproken woord geldt). Ook kunt u het bijbehorende fotoalbum bekijken.

Jetta Klijnsma, Grolloo 4 november 2018

“Wat niet kan is nog nooit gebeurd”

Welkom

Welkom in dit prachtige waterstaatskerkje in Grolloo. De kerk is gebouwd in 1853 en heeft dus al heel veel mensen binnen zien komen en gaan. Ik kom hier vandaag voor het eerst. Dat geldt niet voor Grollo, want dat ken ik natuurlijk als bluesdorp.

En wat fijn dat u allen bent gekomen voor de preek van de leek. Ik heb geprobeerd een soort “liturgie” te maken, zodat u weet hoe we het komend uur met elkaar kunnen doorbrengen. Het orgel wordt bespeeld door Wim van Heuveln. Natuurlijk wordt er door ons allen gezongen en aan het eind mag u altijd vragen stellen.

In een kerk hoort Bach thuis. Praeludium en Fuga VI uit de serie acht kleine Präludien en Fugen uit band 8.

Ik sta hier dankzij Tip de Commissaris. Dankzij dit initiatief word ik uitgenodigd voor allerlei activiteiten in de hele provincie.

Wie ben ik?

Dat kan je nooit kort omschrijven, we zijn allemaal vele dingen. Ik ben een inderdaad leek op veel terreinen. Ik ben een Drentse uit Den Haag, waar ik in allerlei hoedanigheden bestuurder was, ik ben nu commissaris van de Koning, ik ben ambassadeur of bestuurder van een aantal stichtingen en ik ben historica. We hebben allemaal een rugzak met ervaringen en kennis en ik put daar vandaag uit.

We zijn hier natuurlijk ik Drenthe met de geweldige natuur en specifiek de heidevelden. We kennen natuurlijk allemaal onze klassieker “op de grote stille heide”. Laten we daar voor ons Drentse gevoel maar eens mee van start gaan.

Lied: op de grote stille heide

Leitmotiv

Mijn leitmotiv voor vandaag is een ander lied van misschien wel de bekendste Drentse bard, die er is: Daniel Lohues. Hij zingt een aanstekelijk nummer genaamd “Wat niet kan is nog nooit gebeurd”. Ik laat het graag eerst aan jullie horen zodat het als bodem kan dienen voor de rest van mijn verhaal.

Lied Daniel Lohues “Wat niet kan is nog nooit gebeurd”.

Het lied gaat over liefdesverdriet en hoe je dat kunt overwinnen en hoe fijn het is dat je je kinderen een baken kunt meegeven.

Het lied gaat over doorgaan, doorgaan naar daar waar je ‘wezen wil’. Over moeilijke omstandigheden en daar later op terug kunnen kijken omdat je verder bent gegaan dan je eerst misschien dacht te kunnen. Je moet niet alleen letten op wat niet goed is gegaan, maar je kunt ook genieten van wat het leven je allemaal heeft gegeven.

Als bestuurder kijk je graag vooruit en wil je je idealen verwezenlijken en als historica kijk je terug. Die combinatie is geweldig en voor mij een cadeau. Het leven wordt immers voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen. We kunnen veel leren van onze geschiedenis, want we willen altijd dingen voor de mensheid verbeteren. Wat mij betreft voor de hele mensheid. We hoeven niet steeds in dezelfde valkuilen te storten, hoewel het vaak lijkt of we erg hardleers zijn.

In de historie is het altijd zo geweest dat mensen vergezichten en horizonnen zagen. En wat er achter die horizon lag was niet altijd bekend. Sommigen zagen die horizon als het einde, anderen als begin van iets nieuws. En nog steeds is het zo, dat sommigen verkrampen bij het idee van oneindige mogelijkheden en anderen denken  “kom maar op”.

Wat niet kan is nog nooit gebeurd. Je kunt het op 2 manieren beluisteren:

Het kan je helpen toch verder te gaan om te komen waar je wezen wilt. ‘Wat niet kan is nog nooit gebeurd’ is namelijk niet hetzelfde als ‘het is nog nooit gebeurd is, dus het kan niet’.

De ontdekkers onder ons zullen het als uitdaging zien, we zullen nog wel eens zien of het nog nooit gebeurd is.

En zo staan wij op schouders van mannen en vrouwen,  die niet bleven steken bij wat aanvankelijk de horizon leek. Denk aan de ontdekkingsreizigers die vroeger de wereld over zeilden, of nu de ontdekkers van het heelal. Zoals ze in ons eigen Drentse Dwingeloo bij Astron proberen het heelal te doorgronden, dat vergt denkkracht zonder beperkingen.

We hebben bijna alle ontwikkeling te danken aan mensen die zich niet neerlegden bij ‘als het nog nooit gebeurd is, dan kan het niet’. Er zijn enorm veel bakens verzet en heel veel nieuwe instrumenten en vehikels ontworpen in de loop der eeuwen. In onze musea zien we steenbijlen, ijzeren dolken, prachtige geïllustreerde boeken op basis van de boekdrukkunst, stoommachines, en tal van andere machines, die sinds de 19e eeuw zijn uitgevonden. Denk aan fietsen, treinen, auto's, vliegtuigen, raketten, telefoons, keukenmachines, röntgenapparaten, te veel om op te noemen.

Het ontdekken gebeurde fysiek, maar ook in ons hoofd. Filosofen doordachten de wereld en vormden nieuwe theorieën en mensbeelden. Er werd doordacht of het echt zo is dat er maar 1 God is, of heb je als mens zelf invloed? Wordt alles bepaald door het lot? Of heb je zelf keuzes en ook verantwoordelijkheden?

Spinoza stelde bijvoorbeeld dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur de kennis van het goddelijke verhoogt. En hoever hij daarmee achter de horizon van die tijd taste blijkt uit het feit dat zijn teksten zo’n 200 jaar verboden waren in Europa.

Descartes verwoorde treffend in “cogito ergu sum”, “ik denk, dus ik ben”. Daarbij ging hij ervan uit dat onze overgeleverde waarheden ook onwaar kunnen blijken te zijn, en ook je eigen waarneming kan je bedriegen. Descartes vroeg zich af hoe je iets zeker kan weten. Het enige wat je volgens Descartes echt zeker kan weten is dat je bestaat, want je denkt, denkt te voelen en twijfelt.

De denkkracht van filosofen was essentieel en zorgde door de eeuwen heen voor vernieuwing. Dat in combinatie met het niet stoppen bij de horizon leidde tot de tijd waarin we nu zitten.

Een tijd met internet waarop alle kennis en al het nieuws wordt gedeeld. En met misschien wel meer twijfels dan ooit tevoren omdat we zoveel weten.

Twijfels omdat we al het nieuws, mooi en minder mooi, van over de hele wereld zien. Twijfels en onzekerheid omdat we, doordat we zoveel wel weten, ook erachter komen dat we veel dingen niet weten. Is het nieuws, dat we horen “echt” of “nep”?

We weten voor welke opgaven we onze huidige samenleving gesteld zien, maar hoe gaan we er mee om? Internet en vliegtuigen heffen grenzen op, maar we zien, dat mensen meer en meer behoefte hebben aan afgrenzen. Aan een plek voor zichzelf. Steeds meer regeringen sluiten hun land af voor derden. Het lijkt alsof het egocentrisme hoogtij viert. Tegelijkertijd zie je, dat er mensen zijn,  ook jonge mensen, die de voordelen van delen inzien en niet alles alleen maar voor zichzelf willen hebben. Het beperkt je enorm als je een hekje om je eigen leven zet en niet open wilt staan voor invloeden van buitenaf. Natuurlijk kunnen daar beroerde invloeden bij zitten, maar het is wel goed om je te verdiepen in andere mensen en culturen en hun achtergronden en beweegredenen. Respect is leuk, maar interesse is beter.

Het leven alleen leven is schraal. Hier in Drenthe viert het noaberschap gelukkig nog hoogtij, maar dat is absoluut niet in de hele wereld het geval. Toch hebben we allemaal wel eens een schouder nodig. Niemand kan het leven helemaal in zijn of haar piere-uppie leven.

Claudia de Breij - "Mag ik dan bij jou"

Iedere generatie heeft haar eigen uitdagingen. Mijn ouders moesten het land opbouwen na de Tweede Wereldoorlog en deden dat met materialen, die we nu weer aan het opruimen zijn. Asbest, plastics, fossiele brandstoffen. Het milieu en de natuur worden nu meer gekoesterd dan 40 jaar geleden. De nieuwe generatie probeert antwoorden te vinden voor de energietransitie. In de zestiger jaren gingen we als een speer van steenkool naar gas, omdat de mijnen moesten sluiten. Iedereen weet dat we niet op de huidige manier door kunnen met het consumeren van energie en fossiele brandstoffen. Maar hoe gaan we hier verandering in brengen? Het zal iets vergen van iedereen! Het mag niet zo zijn, dat mensen met een hele kleine portemonnee niet mee kunnen komen. Dat besef begint door te dringen. Velen pakken de handschoen op en sommigen worden angstig. Want wat ligt er achter mijn bekende horizon? Sterker nog, wat verschijnt er straks aan mijn horizon? Cogito Ergo Sum, ik denk dus ik ben. En dus kan ik ook twijfelen. Maar wat niet kan is nog nooit gebeurd! Deze tijd vraagt van ons dat we verder gaan dan we dachten te kunnen gaan. En dat moeten we samendoen!

Als er oorlog komt, mag ik dan bij jou? Als ik iets moet zijn wat ik nooit geweest ben, mag ik dan bij jou? Mag ik dan bij jou schuilen?

Ik wil graag nog iets met u delen. Ik zei het al: mensen en landen zijn meer en meer van elkaar aan het wegdrijven. Met Trump en Poetin is het warme wij gevoel wereldwijd niet bepaald gestort beton. Europa lijkt wankeler dan ooit, terwijl de reden waarom de Europese Unie werd opgericht zo belangrijk is. In 2020 vieren we in Drenthe en in Europa het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat herdenken is zo wezenlijk. Vrede is niet vanzelfsprekend.

Voor mij is Europa vooral in vrede samenleven en natuurlijk zijn daarbij de economische omstandigheden ook een punt van aandacht, maar Europa werd opgericht zodat we niet meer naar de wapens zouden grijpen maar aan tafels met elkaar zouden onderhandelen. We grappen in Nederland wel eens over ons poldermodel, maar wat is het een groot goed. Vorige week hebben we afscheid genomen van Wim Kok. Van hem hebben we kunnen leren, dat er altijd oplossingen te vinden zijn als je elkaar maar wilt leren kennen. Ons poldermodel met de verschillende akkoorden is daar een goed voorbeeld van. Wim Kok en Chris van Veen en Bernard Wientjes en Ton Heerts hebben elkaar gevonden en dat heeft ons land geen windeieren gelegd. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er altijd ruimte moet zijn voor tafels, waaraan mensen elkaar kunnen ontmoeten.

En hoewel we voor grote uitdagingen staan met elkaar, wordt dit nu wel een hoopvol einde van mijn preek voor vandaag. Want ik ben ervan overtuigd dat we uiteindelijk weer op zoek gaan naar elkaar, naar verbinding. Aan het eind van de rit moet je het samen doen en moet je soms verder gaan dan je had gedacht te kunnen. Wat niet lijkt te kunnen, kan toch gebeuren!

Ik sluit af met Ramses Shaffy. Een hoopvol einde dus, we zijn immers allemaal samen.

Ramses Shaffy - “Zing Vecht, Huil, bid”