Jaarstukken 2018


De Jaarstukken 2018 bestaan uit het jaarverslag (programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening (het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de balans). Voor de indeling is de opzet van de Begroting 2018 gevolgd waarin 8 programma’s zijn opgenomen. In 2018 resteert na het verrekenen van budgetten met achterliggende reserves een vrij besteedbaar resultaat van € 5.583.170.--. Dit is het resultaat na verwerking van niet begrote mutaties in reserves en het saldo van voorstellen met betrekking tot overheveling van budgetten naar 2019 en verrekeningen van overschrijdingen van budgetten met de budgetten van 2019. Wij stellen voor om dit rekeningsaldo toe te voegen aan de Reserve voor algemene doeleinden. Een nadere specificatie van de verschillen tussen begrote en gerealiseerde saldi groter dan € 50.000,-- is te vinden in paragraaf II.2.

Het rekeningsaldo 2018, vóór verwerking van niet-begrote mutaties in reserves, bedraagt € 34.505.598,-- positief. In de hierna opgenomen tabel wordt dit bedrag per programma uitgesplitst. De belangrijkste afwijkingen, zowel positieve als negatieve, zijn over vrijwel dezelfde programma's verdeeld als waar in voorgaande jaren afwijkingen werden gerealiseerd. Het blijft mede door externe factoren lastig in te schatten wat uiteindelijk gerealiseerd gaat worden. Dit ondanks het feit dat de begroting 2018 diverse keren is aangepast via de drie bestuursrapportages die zijn verschenen. De grotere afwijkingen, zonder dat daar directe inkomsten tegenover staan, die hebben geleid tot het rekeningresultaat, betreffen posten binnen alle programma's met uitzondering van programma 6. Cultuur.

  • Bijdragen in projecten Cofinancieringsreserve Europa (voordeel € 1.930.673,-- programma 1)
  • Gebiedsontwikkeling (GAE) (voordeel € 1.286.390,-- programma 2)
  • Bijdragen in projecten versterking economische structuur (nadeel € 1.490.247,-- programma 2)
  • Bijdragen in kosten verkeers- en vervoersprojecten (voordeel € 2.064.218,-- programma 3)
  • Bijdrage aan/van regionaal mobiliteitsfonds RSP (voordeel € 3.007.076,-- programma 3)
  • Onderzoeken Grondwatersystemen (nadeel € 1.709.795,-- programma 4)
  • EU-cofinanciering POP3 (voordeel € 1.232.931,-- programma 4)
  • Programma klimaat en energie (voordeel € 1.126.836,-- programma 5)
  • Milieukwaliteit Drenthe (voordeel € 1.134.375,-- programma 7)
  • Programma Beheer (nadeel € 1.321.734,-- programma 7)
  • In december ontvangen Decentralisatie-uitkeringen (voordeel € 3.031.600,-- programma 8)
  • Overige financiële middelen (voordeel € 13.354.982,-- programma 8)
  • Stelpost Interbestuurlijk Programma (voordeel € 2.228.624,-- programma 8)
  • Overige opbrengsten (voordeel € 1.596.802,-- programma 8)
  • Dotatie voorziening deelnemingen (nadeel € 1.353.000,-- programma 8)

De meeste voor- en nadelen worden verrekend met achterliggende reserves. Per saldo wordt voorgesteld € 21.757.023,-- aan reserves toe te voegen (zie voor de specificatie III.3 Bestemming van het resultaat). De stand van zaken wordt in de desbetreffende programma’s toegelicht. In de programmaverantwoording is per programma opgenomen welke bedragen worden toegevoegd aan de achterliggende reserves. Hierdoor is beter inzichtelijk gemaakt welke bedragen binnen de programma’s met reserves worden verrekend en welke bedragen tot de voor- en nadelen van het rekeningsaldo behoren. In de paragraaf I.2.8 Reserves en voorzieningen is meer informatie over de reserves te lezen.

Het vrij besteedbaar resultaat van € 5.583.170.-- zal worden meegenomen in het onderzoek naar “vrije ruimte”, Daarnaast zullen wij nader bekijken of er (structurele) onderbestedingen zijn die als "vrije ruimte" aangemerkt kunnen worden.

De jaarstukken zijn onderverdeeld in het jaarverslag en de jaarrekening. Beide documenten geven Provinciale Staten de mogelijkheden om invulling te geven aan hun controlerende rol. Gedeputeerde Staten leggen door middel van de Jaarstukken 2018 verantwoording af over de uitvoering van Begroting 2018.