Stappenplan


Stel uzelf vroeg in de planningsfase van uw omgevingswerkzaamheden de volgende 8 vragen. Dan kunt u tijdig waar nodig uw plan zo aanpassen dat u de beschermde natuur niet schaadt. Wanneer onverhoopt blijkt dat dit niet mogelijk is, dan kunt u nog op tijd in de planning een ontheffing soortenbescherming aanvragen.

Lees voordat u de vragen doorloopt, de informatie onder 'Regelgeving soortenbescherming' goed door.

Vraag 1: Heeft het door u geplande project negatieve effecten op de natuur? (Denk hierbij ook aan gebouwbewonende soorten als vleermuizen, huismussen, zwaluwen en hun verblijfplaatsen).

  • Nee. U hebt geen ontheffing nodig.
  • Ja. Ga naar vraag 2

Vraag 2: Bij de huidige aanpak heeft het door u geplande project negatieve gevolgen voor de natuur. Is er een andere aanpak mogelijk waarbij negatieve gevolgen voor de natuur in het geheel worden voorkomen?

  • Ja. Met deze verbeterde aanpak hebt u geen ontheffing nodig.
  • Nee. Ga naar vraag 3

Vraag 3: Negatieve effecten van uw project op de natuur zijn niet geheel te voorkomen. Zijn er mogelijkheden de negatieve effecten nog verder te beperken (denk aan maatregelen vooraf en tijdens het project en herstelmaatregelen achteraf)?

  • Ja. Pas uw plan zo aan dat negatieve effecten op de natuur geminimaliseerd zijn. Ga dan door naar vraag 4.
  • Nee. Ga naar vraag 4.

Vraag 4: U hebt met uw huidige aanpak de negatieve gevolgen voor de natuur geminimaliseerd. Hebben de resterende negatieve gevolgen (ook) betrekking op beschermde soorten?

  • Nee. U hebt met deze aanpak geen ontheffing nodig.
  • Ja. Ga naar vraag 5.

Vraag 5: Geldt voor de werkzaamheden en de aangetroffen beschermde soort(en) een door RVO.nl goedgekeurde gedragscode ?

  • Ja. U hebt geen ontheffing nodig zo lang u zich houdt aan de goedgekeurde gedragscode.
  • Nee. Ga naar vraag 6.

Vraag 6: Uw project heeft een onvermijdelijk negatief effect op beschermde dieren en/of planten en u werkt niet volgens een goedgekeurde gedragscode. Is uw project nodig in een belang dat wordt erkend door het beschermingsregime van de betreffende soort(en)?

  • Nee. Het project is helaas niet toegestaan. De wet laat onder deze omstandigheden niet toe dat ontheffing van de soortenbescherming wordt verleend.
  • Ja. Ga naar vraag 7.

Vraag 7: Geldt voor alle aangetroffen beschermde soort(en) en het type werkzaamheden een provinciale vrijstelling? (zie paragraaf 3.2.1 Provinciale omgevingsverordening 2018 (pdf, 2.5 MB)).

  • Ja. U hebt geen ontheffing nodig. U kunt gebruik maken van de vrijstelling. U moet wel handelen volgens de in de Provinciale omgevingsverordening gestelde voorwaarden aan vrijstelling.
  • Nee. Ga naar vraag 8.

Vraag 8: Heeft het geplande project een negatief effect op de instandhouding van de (lokale, regionale of landelijke) populatie van de beschermde soort(en)?

  • Ja. Het project is helaas niet toegestaan. De wet laat onder deze omstandigheden niet toe dat ontheffing van de soortenbescherming wordt verleend.
  • Nee. Ontheffing van de soortenbescherming is onder deze omstandigheden waarschijnlijk mogelijk. Vraag een ontheffing aan.

Advies deskundig ecoloog

Voor veel vragen in het stappenplan is een deskundige beoordeling van de feiten nodig. Het is aan te raden het natuuronderzoek van het projectgebied door een ecoloog te laten uitvoeren.

De ecoloog kan u ook adviseren over maatregelen om schade (aan de natuur in het algemeen en voor beschermde soorten in het bijzonder) te voorkomen of te minimaliseren.