Stappenplan Soortenbescherming


Gaat u buiten aan het werk op plaatsen waar mogelijk beschermde planten of dieren aanwezig zijn. Of wilt u een evenement organiseren in de buitenlucht? U krijgt dan te maken met de Wet natuurbescherming. Volgens deze wet mag u geen negatieve effecten  toebrengen aan vogels en beschermde dieren of planten. In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden geldt een uitzondering en kunt u een ontheffing krijgen of kan sprake zijn van een vrijstelling. Ook is het mogelijk dat deze toestemming aanhaakt bij een omgevingsvergunning.

Deze pagina helpt u op weg om te bepalen of u een ontheffing aan dient te vragen voor soortenbescherming. Mocht na het doorlopen van de stappen nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen via het Klant Contact Centrum op telefoonnummer (0592) 36 55 55.

Voorwaarden

Hieronder vindt u een beknopt stappenplan waarmee u kunt nagaan of u voor uw werkzaamheden een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig hebt, of dat u gebruik kunt maken van een vrijstelling. Voor veel van deze stappen dient u ecologisch deskundige een inschakelen. Voor een uitgebreide toelichting op deze stappen en voor andere vragen verwijzen wij u naar de uitgebreide toelichting bij het aanvraagformulier soortenbescherming.

Stap 1: zijn er beschermde soorten aanwezig?

Een hulpmiddel om te bepalen of er mogelijk beschermde soorten aanwezig zijn is de effectenindicator soorten. Deze  geeft een indicatie van de kans op schadelijke effecten op beschermde soorten. Een ecologisch deskundige kan het beste vaststellen of er beschermde planten of dieren aanwezig zijn op de locatie waar u aan het werk gaat. Zijn er geen beschermde soorten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen bewaar dan wel het rapport van de deskundige zodat u dit kunt aantonen.

Een aantal beschermde soorten zijn voor de provincie Drenthe vrijgesteld voor bepaalde handelingen zoals ruimtelijke ingrepen. Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. Zie de toelichting bij het aanvraagformulier voor meer informatie over deze vrijstelling en welke soorten het betreft.

Stap 2: maak gebruik van een gedragscode

Naast de algemeen vrijgestelde soorten (zoals genoemd bij stap 1) zijn er ook andere soorten waarvoor een vrijstelling geldt. Dit is zo als u gebruikmaakt van een goedgekeurde gedragscode door de minister van EZ. Hierin staan gedragsregels die beschrijven op welke manier schade aan beschermde dieren en planten zo veel mogelijk wordt voorkomen bij het uitvoeren van activiteiten. Diverse gemeenten en brancheverenigingen hebben zo'n gedragscode opgesteld en door het rijk laten goedkeuren. De gedragscodes zijn niet locatie gebonden, u kunt dus ook een gedragscode van een andere instantie gebruiken. Leiden de stappen zoals opgenomen in de verschillende gedragscodes niet tot een vrijstelling of maar tot een gedeeltelijke vrijstelling? Dan heeft u voor het uitvoeren van uw (overige) werkzaamheden alsnog een ontheffing nodig

Stap 3: veroorzaakt u negatieve effecten?

Uw activiteit mag geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten. Voorbeelden:

  • U wilt bomen kappen, maar u ziet dat er vogels aan het broeden zijn in of rond de bomen. U mag dan niet kappen. Als u wacht tot na het broedseizoen dan is de kans op schadelijke effecten kleiner. Onderzoek ook of er andere planten of dieren in de bomen leven.
  • Wilt u iets slopen en is de muur een spouwmuur? Dan bestaat de kans dat er vleermuizen in de spouwen leven. Om zeker te weten of u mag slopen, moet u (laten) onderzoeken of er dieren of plantensoorten aanwezig zijn.

Uit onderzoek van een ecologisch deskundige blijkt of er negatieve effecten zijn. Hij kan u ook advies geven over het voorkomen van negatieve effecten. Hebben de werkzaamheden negatieve invloed op beschermde dieren of planten? Dan is vervolgonderzoek door een deskundige noodzakelijk. Veroorzaken uw werkzaamheden geen negatieve effecten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. U dient natuurlijk wel de zorgplicht na te leven: Dit houdt in dat u altijd respectvol moet omgaan met de natuur en moet streven deze zo min mogelijk te verstoren. Of het nu om beschermde soorten gaat of niet.

Stap 4: probeer negatieve effecten te voorkomen

Vaak kunt u negatieve effecten voorkomen door preventieve maatregelen te nemen (mitigerende maatregelen). Het gaat vooral om maatregelen waarbij u bijvoorbeeld de soorten en hun voortplantingsplaatsen of vaste rust- of verblijfplaatsen ontziet. Bijvoorbeeld door te zorgen voor alternatieve verblijfplaatsen of het plaatsen van wanden. Een goed hulpmiddel hiervoor zijn de Factsheets soorten met mogelijke maatregelen. Een andere hulpmiddel dat u kunt raadplegen is de maatregelen indicator soorten zoals ontwikkeld door het ministerie van EZ.

Een ecologisch deskundige helpt, adviseert en begeleidt u bij het realiseren van de maatregelen. Zijn deze effectief? Dan hoeft u geen ontheffing voor soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming aan te vragen.

Stap 5: vraag een ontheffing aan

Indien negatieve effecten niet te voorkomen zijn waardoor er verboden uit de Wet natuurbescherming worden overtreden dient u een ontheffing aan te vragen. Wij verwijzen u naar de uitgebreide toelichting bij de aanvraag voor meer informatie.

De provincie is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving voor soortenbescherming. De provincie ziet onder andere toe op de naleving van de verleende ontheffingen. Een uitzondering hierop is wanneer de toestemming voor soortenbescherming is aangehaakt bij een omgevingsvergunning. In dat geval is de gemeente het bevoegd gezag. Meer informatie over toezicht en handhaving.