Natuur van Drenthe


Drenthe heeft karakteristieke en belangrijke natuurwaarde. Er zijn tal van soorten, soortgroepen en natuurtypen waarvoor Drenthe landelijk en in sommige gevallen zelfs internationaal gezien een belangrijke rol vervult. In Nederland neemt Drenthe vooral voor de levensgemeenschappen die het moeten hebben van voedselarme en schrale omstandigheden een belangrijke plaats in. Denk aan heiden, hoogvenen en veenties.

Ook stuifzand, schrale graslanden, beken en oude bossen zijn in Drenthe vaak nog goed ontwikkeld. Het is niet voor niets dan er in Drenthe 14 Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, drie nationale parken, een grensoverschrijdend natuurpark en tal van reservaten. Alle bossen en andere natuurgebieden in Drenthe beslaan ongeveer 20% van de totale oppervlakte. Buiten die gebieden, is ook het Drentse cultuurlandschap uitermate rijk aan natuur.

Bolwerk

In en buiten natuurgebieden leven veel soorten die alleen in onze provincie voorkomen of waarvoor Drenthe een belangrijk bolwerk is.

Maar ook andere biotopen komen planten- en diersoorten voor, die uitsluitend of vrijwel uitsluitend in Drenthe voorkomen. Een bijvoorbeeld van zo'n voor Drenthe karakteristieke soort is de schedegeelster.

Schedegeelster 6-4-06 (20)

Drenthe is voor deze plantensoort, met Noordoost-Twente, het belangrijkste verspreidingsgebied in ons land. Dit al in maart bloeiende bolgewasje is een kenmerkende soort van randen van rijke loofbossen op potklei en is binnen Drenthe alleen te vinden in de buurt van Roden, in het Drentse Aa-gebied, in Assen en hier en daar op de Hondsrug.

Het aantal groeiplaatsen is de laatste decennia helaas nogal verminderd, onder andere door uitbreiding van bebouwing en aanleg van infrastructuur.

Balans

Wie van biotoop naar biotoop het Drentse landschap doorkruist, zal constateren dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag of het goed gaat met de Drentse natuur: sommige soorten laten een positief beeld zien, met andere gaat het duidelijk niet goed of zelfs uitgesproken slecht, zoals met verschillende weidevogels.

Bongeveen - Runsloot 24-05-12 (11)

Gemiddeld genomen lijkt de soortenrijkdom in natuur- en bosgebieden redelijk stabiel te zijn, maar er is nog steeds een afname van kwaliteit. Buiten natuurgebieden wordt de soortenrijkdom nog steeds sterk bedreigd. Toch is nog altijd een belangrijk deel van de Drentse natuur buiten de bos- en natuurgebieden in het agrarisch gebied en binnen de dorpen en steden te vinden. Hier vinden we ook de meeste nieuwkomers.

Positief geluid

Belangrijke positieve ontwikkelingen zijn het resultaat van de inspanningen door natuurontwikkeling (omvormen van landbouwgronden naar natuur) die hebben geleid tot een toename en terugkeer van enkele zeer bijzondere soorten. Ook het uitgevoerde heidebeheer heeft door het terugdringen van de vergrassing hieraan bijgedragen.

Door het nemen van allerlei maatregelen is in verschillende, vanouds waardevolle vennen de verzuring afgenomen. Daardoor zijn bijvoorbeeld lang niet meer gevonden sieralgen, kenmerkend voor voedselarme Drentse vennen, weer vastgesteld. Herstel van hoogveengebieden heeft geleid tot toename en terugkeer van enkele zeldzame vogelsoorten zoals grauwe klauwier, blauwborst en (natuurlijk) de kraanvogel in het Fochteloërveen.

Osbroeken Rolderdiep 12-06-12 (18)

Bosontwikkeling heeft geleid tot een grotere rijkdom aan bosvogels (zwarte specht, boomklever, wespendief) en zoogdieren (boommarter). Door de aanleg van tunnels onder doorgaande wegen heeft de dassenpopulatie zich weer goed kunnen herstellen.

Enkele boerenlandvogels de zoals geelgors en putter lijken te profiteren van de aanleg van bloemrijke akkerranden. Voor deze soorten is de aanwezigheid van structuurrijke landschapselementen daarnaast ook een belangrijke levensvoorwaarde. Met de geelgors, goed herkenbaar aan zijn liedje - de vijfde van Beethoven - gaat het in Drenthe duidelijk voor de wind. En dat is in de rest van hoog Nederland helaas anders.

Geelgors Geelbroek 28-03-12 (6)

Dankzij ecologische inrichting en beheer van het openbaar groen - parken, bermen, slootkanten - zijn ook in die gebieden bijzondere planten- en diersoorten opgedoken, diverse vlindersoorten en orchideeën bijvoorbeeld.

Zorgen

Tegenover deze pluspunten staan helaas ook zorgelijke ontwikkelingen. Zo neemt de biodiversiteit in het agrarisch gebied nog steeds verder af als gevolg van intensivering van het gebruik en een hoge mestdruk. Vooral in de hier gelegen kleine natuurgebiedjes gaat de biodiversiteit sterk achteruit. De positieve inspanningen van agrarische natuurverenigingen, individuele boeren en vrijwilligers lijken de sterke achteruitgang van de weidevogels niet te kunnen stoppen: de grutto is al bijna uit Drenthe verdwenen.

Ook staan heide- en hoogveenterreinen nog steeds sterk onder druk door verdroging en te veel stikstof uit de lucht (landbouw, verkeer, industrie) waardoor de levensomstandigheden voor de kenmerkende, vaak kwetsbare soorten verslechteren.