Meest gestelde vragen over monitoring


Kan het voorkomen dat de werkelijke uitstoot van stikstof groter is dan waarmee gerekend wordt in de modellen?
Er is inderdaad discussie over de getallen gebruikt in de modellen en de getallen vanuit de praktijk. Daar komt een vervolgonderzoek naar. Dit onderzoek heeft geen invloed op de PAS.

Wat gebeurt er als blijkt dat de natuur er toch op achteruit gaat?
Als de natuur toch achteruit gaat, wordt eerst onderzocht wat hiervan de oorzaak is. Als de oorzaak met de hoogte van de stikstofdepositie of de effectiviteit van herstelmaatregelen te maken heeft, is bijsturing aan de orde. Bijsturing kan bijvoorbeeld door het wijzigen, vervangen of toevoegen van herstel- en bronmaatregelen. Ook kan de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte voor activiteiten die stikstofdepositie op het betrokken Natura 2000-gebied veroorzaken tijdelijk worden beperkt.

Heeft bijsturing altijd betrekking op het onderdeel van het programma dat zich niet naar verwachting ontwikkelt?
Nee. Er wordt altijd gekeken naar alle mogelijke handelingsopties.

Wordt er bij iedere afwijking meteen bijgestuurd?
Wanneer uit monitoring blijkt dat een van de aspecten waarop wordt gemonitord afwijkt van de verwachting, wordt eerst onderzocht wat de oorzaak en mogelijke gevolgen van deze afwijking zijn. Wanneer blijkt dat de doelstellingen van het programma hierdoor niet in gevaar zijn, is bijsturing niet per se aan de orde.

Wat gebeurt er wanneer de depositiedaling tegenvalt of de emissie hoger blijkt dan gedacht?
Wanneer de werkelijke emissie of depositie afwijkt van de verwachtingen hierover, zal worden onderzocht wat hiervan de gevolgen zijn voor de doelstellingen van het programma. Als deze in gevaar zijn, is bijsturing aan de orde.

Wat gebeurt er wanneer blijkt dat de ontwikkelingsruimte in een gebied op is of bijna op is?
Als de ontwikkelingsruimte op is, kunnen er geen vergunningen meer worden uitgegeven voor activiteiten die stikstofdepositie in het gebied veroorzaken. Het bevoegd gezag kan besluiten meer ontwikkelingsruimte vrij te maken (uit een later tijdvak of een ander segment), zolang dit binnen het ecologisch oordeel valt. Zo nodig wordt extra depositieruimte gemaakt, door extra bronmaatregelen te treffen.

Hoe controleert het Rijk de extra emissiereductie van de landbouw?
Elk jaar wordt het verloop van de emissiereductie en de beschikbaar gestelde hoeveelheid depositie- en ontwikkelingsruimte voor de landbouw gemonitord. Eens per drie jaar evalueren de betrokken partijen de resultaten en besluiten of de gemaakte afspraken gestand blijven of dat aanpassing gewenst is.