Reactie provincie Drenthe naar aanleiding van artikel Stichting Agri Facts over stikstof in de bodem


Op 19 juni 2021 publiceerde de Stichting Agri Facts (STAF) een artikel over de bodem als bron van stikstof. Daarbij gebruikte STAF de resultaten van onderzoeken die de provincie Drenthe in 2010 en 2014 liet uitvoeren.

Wij informeren u graag over deze onderzoeken, de context waarbinnen deze zijn uitgevoerd en over hoe de verzamelde gegevens zijn gebruikt. Door de informatie uit de rapporten zelfstandig, buiten het kader van het onderzoek om, te interpreteren heeft STAF namelijk onjuiste conclusies getrokken. De onderzoeken uit 2010 en 2014 zijn onderdeel van de normale werkwijze om onze gegevens te ijken en te controleren. Deze informatie is openbaar beschikbaar. Het gaat dus niet om achtergehouden informatie.

De provincie gebruikt deze informatie bijvoorbeeld in het kader van de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof, bij de zogenoemde Gebiedsverkenningen. Hieronder geven we een toelichting op de aard en het gebruik van de onderzoeken, de rol van stikstof in de bodem en op de relatie tussen natuurherstel en stikstof.

Onderzoek van ons milieu

In Drenthe hebben wij al vanaf de jaren ‘70 van de vorige eeuw vele metingen verricht in de natuur. Dit doen wij in het kader van onze verantwoordelijkheid om de milieuaspecten in de gaten te houden en om ontwikkelingen in de natuur en het buitengebied bij te houden. Een belangrijk onderdeel daarvan is onze bijdrage aan het Landelijke Meetnet Flora (LMF), waarvoor we in Drenthe 2.200 meetpunten hebben in natuurgebieden en in het cultuurlandschap. Voorbeelden van de laatste categorie zijn wegbermen, houtwallen en taluds van sloten. In dat meetnet meten we op ieder punt eens per 3 á 4 jaar de aanwezigheid van alle plantensoorten. De opeenvolgende reeks die daardoor ontstaat, zorgt voor een beeld van de opgetreden veranderingen en de aanwezige milieuomstandigheden. Planten gebruiken we als het ware als meetinstrument. Planten reageren namelijk op de aanwezige voedingsstoffen en de waterstand op die locatie. Bovendien binden planten voedingsstoffen.

De geanalyseerde gegevens zijn voor iedereen beschikbaar via Drentse Feiten en Cijfers (zie Verdroging, vermesting, verzuring en ammoniumvergiftiging). Om het meetinstrument van het LMF te ijken, controleren we zo nu en dan de daadwerkelijke bodembeschikbaarheid van de verschillende voedingsstoffen. In dat kader zijn de opgevraagde rapporten opgesteld. Het betrof hiermee een interne ijking van het meetnet. Het is erg belangrijk dat wetenschappelijke en feitelijke informatie op een juiste manier wordt gebruikt en geïnterpreteerd. Helaas is dat in dit artikel niet altijd gebeurd.

Beschikbaarheid van stikstof in de bodem

Als voorbeeld gebruiken we de grafiek uit figuur 3 van STAF. Hier wordt de verhouding tussen de in de bodem aanwezige koolstof (C) en stikstof (N) in de geanalyseerde bodem weergegeven onder de noemer ‘Aanvoer voedingsstoffen (stikstof) vanuit de bodemvoorraad’. Dit is onjuist. Het gaat hier namelijk niet om aanvoer van stikstof, maar om de beschikbaarheid van stikstof, ook wel de labiliteit genoemd. Het gaat dus niet om de hoeveelheid stikstof, maar of de stikstof beschikbaar is voor planten. Beschikbaarheid voor planten wordt geremd door allerlei factoren, bijvoorbeeld door een hoge waterstand zoals in veenbodems. Als er door verdroging meer stikstof beschikbaar komt, is dat voor natuurbeheerders en waterschappen een teken dat er iets aan de hand is. De plantengroei verandert namelijk zichtbaar. Vaak treedt verruiging en vergrassing op.

Daarom werkt de provincie met haar partners zoals de terreinbeheerders en de waterschappen aan het terugdringen van de verdroging. Zodat de beschikbaarheid van stikstof in de bodem beperkt blijft, de natuur zich kan herstellen en de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen. Stikstofdepositie uit diverse bronnen die neerslaat in natuurgebieden zorgt voor de aanvoer van een onnatuurlijke extra hoeveelheid stikstof die het hierboven geschetste proces versterkt. De combinatie van verdroging en de aanvoer van extra stikstof heeft zeer negatieve consequenties voor onze natuurgebieden. Zeker in droge jaren is dat het geval, want daardoor komt meer stikstof uit de bodem beschikbaar. Samen met de extra depositie zorgt dat voor een snelle verandering in de vegetatie. Het zal iedereen duidelijk zijn dat die verandering ook negatieve consequenties heeft voor dieren die van de planten afhankelijk zijn en zelfs voor het landschap. Dat, verandert zichtbaar, bijvoorbeeld van een gevarieerd heideveld in een monotone grasvlakte.

Stikstofkringloop

De publicatie van STAF geeft aan dat volgens hen 60-200 kilo stikstof per jaar per hectare uit de bodem vrijkomt, een veelvoud van de gemiddelde depositie van circa 22 kilo. Uitgaande van de schattingen van STAF en, ook door hen gemeten, gemiddeld stikstofhalte van ongeveer 1.5 % in wilde planten is 60-200 kg voldoende voor een productie van 3.500 – 15.000 kilo droge stof per jaar. In werkelijkheid is de gemeten productiviteit van de plantengroei in de onderzochte gebieden echter een behoorlijk stuk minder, namelijk gemiddeld 2.512 kilo droge stof per ha per jaar. Daarvoor is gemiddeld 38 kilo stikstof uit de bodem nodig. De stikstofdepositie uit de lucht voegt daar gemiddeld 22 kilo aan toe, een toename van 58%. Dat betekent dat de planten in onze natuurgebieden door de depositie veel meer stikstof te verwerken krijgen dan ze nodig hebben. Vandaar dat planten die van stikstof houden, zoals sommige grassen, brandnetels en bramen, toenemen en dat planten die die grote hoeveelheid extra stikstof niet verdragen langzaam verdwijnen. Denk daarbij aan struikheide, gentianen, valkruid en orchideeën. Uiteraard verdwijnen de bijbehorende dieren zoals vlinders en bijen dan ook.

De reden voor dit grote verschil tussen berekende en gemeten productiviteit is simpel en al heel lang bekend: er is in de natuur sprake van een stikstofkringloop. Enerzijds komt stikstof vrij uit afgebroken organische stof, anderzijds wordt stikstof vastgelegd in planten en door bodemorganismen. In vrijwel alle natuur op land hoopt stikstof zich op en wordt vastgelegd. Hoeveel stikstof wordt vastgelegd is afhankelijk van diverse factoren zoals de hoogte van de waterstand. Hoe natter hoe beter stikstof wordt vastgelegd, stikstof wordt als het ware aan de ketting gelegd. En ook relevant voor Drenthe: hoe zuurder de bodem van nature is, hoe meer stikstof wordt vastgelegd en niet beschikbaar komt voor planten. Daarom is er een grote voorraad stikstof aanwezig in hoogveengebieden zoals het Bargerveen, in de heideveentjes in het Dwingelderveld en in onze natte, venige beekdalen zoals de Drentsche Aa. Deze situatie is het resultaat van een natuurlijk proces van duizenden jaren. De stikstof zit daar vast en blijft daar vastzitten, zolang we deze gebieden maar nat genoeg houden. Zoals het daar van nature was en waar we met natuurherstel ook weer op afkoersen.

Stikstofbinders

In de publicatie van STAF worden getallen genoemd over de hoeveelheid stikstof die door micro-organismen vastgelegd zouden worden, de zogenoemde stikstofbinders. Dit is een bekend verschijnsel dat ook in de landbouw gebruikt wordt, bijvoorbeeld in de vorm van  groenbemesting. Vlinderbloemigen zoals klaver en luzerne zijn bekende voorbeelden van groenbemesters. Anders dan in natuurgebieden staan dergelijke soorten in landbouwpercelen in een monocultuur en kunnen daar inderdaad aanzienlijke hoeveelheden stikstof binden. In natuurgebieden staan ook stikstofbinders, maar in geringe mate en samen met een groot aantal andere planten die geen stikstof binden. De hoeveelheid gebonden stikstof is daardoor veel lager. De meeste experts schatten de hoeveel stikstof die in natuurterreinen wordt gefixeerd op 2 à 3 kilo stikstof per hectare per jaar, een heel stuk lager dan de gemiddeld 22 kilo die per jaar extra door stikstofdepositie beschikbaar komt. Bovendien is het binden van een geringe hoeveelheid stikstof door planten in natuurgebieden een natuurlijk proces, terwijl stikstofdepositie uit menselijke activiteiten een kunstmatige toevoeging is.

Vrijkomen van stikstof

Zoals al eerder aangegeven is een groot deel van de stikstof vastgelegd in de bodem in levende en dode organische stof. Deze stikstof komt pas beschikbaar voor planten als de milieuomstandigheden veranderen. Denk aan verdroging of aan ploegen. De organische stof komt dan in aanraking met zuurstof; stikstof kan dan ontsnappen. Agri Facts wijt het vrijkomen van stikstof ten onrechte enkel aan overheidsbeleid door wijzigingen in de waterhuishouding en het omvormen van natuur. Ons beleid om verdroging te bestrijden, door de natuurlijke waterhuishouding waar mogelijk te herstellen - door onder meer water langer vast te houden - leidt juist tot een vertraging van het vrijkomen van stikstof uit de bodem. Deze aanpak leidt bovendien ook tot het terugdringen van het vrijkomen van broeikasgassen zoals CO2.

De provincie Drenthe heeft het Programma Natuurlijk Platteland (PNP) opgesteld om daarmee de conditie van de natuur te verbeteren. Herstel van de waterhuishouding is een van de speerpunten van het beleid in het PNP. Daardoor blijft de van nature in de bodem vastgelegde stikstof ook waar die thuishoort, in de bodem. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Natuur, dat de provincie Drenthe op verzoek van minister Schouten heeft opgesteld, wordt deze inzet verder versterkt.

Dit doen wij door de waterhuishouding in de natuurgebieden zo goed mogelijk in hun oude situatie terug te brengen en te stabiliseren. De provincie Drenthe onderschrijft nadrukkelijk de bewering van STAF dat verdroging leidt tot het vrijkomen van grote hoeveelheden stikstof en ook vanuit die optiek ongewenst is. Onderbemaling buiten natuurgebieden, bijvoorbeeld voor akkerbouw in gebieden met venige bodems, leidt tot kunstmatig lage waterpeilen en het vrijkomen van extra stikstof.

Werken aan natuur

Natuurbeleid en natuurbeheer is in eerste instantie gericht op het verbeteren van de milieucondities, zoals de waterhuishouding. Soms blijkt echter dat bodems door stikstofdepositie en de processen die dat in de bodem teweegbrengt, erg verzuurd zijn of dat er sprake is van een hoge concentratie fosfaat door vroeger agrarisch gebruik. Daarom worden lokaal maatregelen ingezet als plaggen, ondiep afgraven en chopperen (zeer diep maaien van het gewas). Vaak met gunstige resultaten zoals bijvoorbeeld in het Noordenveld, in het hart van het Dwingelderveld te zien is.

STAF geeft aan dat de toename van opslag ook door verdroging kan komen. Voor natte gebieden klopt deze bewering omdat het Pijpenstrootje direct tot ontwikkeling komt door verlaging van de waterstand en het daardoor vrijkomen van stikstof. Stikstofdepositie zorgt echter voor een extra toevoer van stikstof in deze natuurgebieden. In droge gebieden speelt verdroging niet of veel minder. Daar neemt het Pijpenstrootje en het gras Bochtige smele echter toe vanwege de stikstofdepositie. Daardoor staan bijzondere levensgemeenschappen zoals droge heide en heischraal grasland onder druk. Verhoging van de waterstand helpt dan niet, verlaging van de depositie, gecombineerd met herstelmaatregelen, wel.

De provincie Drenthe werkt samen met al haar partners hard aan natuurherstel via het PNP, het nieuwe Uitvoeringsprogramma Natuur en de Gebiedsgerichte aanpak via het Koersdocument Stikstof. Nadrukkelijk samen met al haar partners, want we zullen alle zeilen bij moeten zetten om niet alleen de milieucondities in onze provincie te verbeteren, maar ook om de karakteristieke Drentse natuur, ons natuurlijk erfgoed, te behouden en te herstellen. Niet alleen om te voldoen aan de criteria uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, maar ook omdat onze natuur het meer dan waard is.


Gebiedsverkenningen

In de Gebiedsgerichte aanpak werkt de provincie Drenthe op dit moment met partners (DAJK, LTO, Farmers Defence Force, Staatsbosbeheer, NMF Drenthe, Natuurmonumenten en Drents Particulier Grondbezit) aan gebiedsverkenningen. Daarin brengen we samen de situatie per gebied feitelijk in beeld. De grote hoeveelheid verzamelde informatie wordt gebundeld, besproken, ontsloten en indien nodig aangevuld. Met als doel data, themakaarten en onderliggende documenten op een toegankelijke wijze online beschikbaar te stellen.