Stand van zaken biodiversiteit


De afgelopen jaren zijn veel maatregelen genomen om de biodiversiteit in stand te houden en ook te herstellen. Dit is terug te zien in het herstel of stabilisatie van veel planten en diersoorten. De laatste decennia hebben zich als gevolg van verbeterde leefgebieden voor bepaalde soorten in Drenthe zich nieuwe soorten gevestigd. Voorbeelden hiervan zijn de kraanvogel, de wilde zwaan, de grauwe kiekendief, parnassia, bever en visotter. Helaas is er ook voor veel soorten nog sprake van achteruitgang.

Natte heide en graslanden

Door inrichting en beheer van natuurgebieden en verbindingszones is het leefgebied van veel planten en dieren van de natte heide en graslanden weer hersteld of is het proces van herstel in volle gang. Voorbeelden daarvan zijn het Dwingelderveld, het beekdal van de Vledder Aa, de kwelmoerassen van de Hunze in het LOFAR-gebied en het brongebied van de Drentsche Aa in de Oelmers-Halkenbroek. Ook in het beekdal van het Oude Diep is een sterke ontwikkeling van soortenrijke kwelmilieus en schrale vegetaties te zien. Veel oorspronkelijk in Drenthe thuishorende planten en dieren hebben zich weer gevestigd in natuurontwikkelingsgebieden die al wat langer geleden zijn hersteld. Voorbeelden zijn de terugkeer van Draadgentiaan in het Eexterveld, Parnassia in diverse beekdalen en orchideeën in de Eekmaten.

In de Onlanden in Noord-Drenthe is door de functiecombinatie van natuur en waterberging een groot moerasgebied met open water ontstaan met ruimte voor tal van bijzondere vogelsoorten zoals de Zeearend, Baardmannetje, Porseleinhoen en Kleinste waterhoen. De ontwikkeling van bijzondere vegetaties laat nog op zich wachten. De bestaande blauwgraslanden en kalkmoerassen hebben het vanwege de toevoer van voedselrijk water in dit gebied moeilijk.

Kwelvegetaties buiten natuurgebieden hebben het moeilijk. Lokaal is echter ook winst geboekt, zoals in sommige beekdalen en in de stedelijke omgeving van Hoogeveen. Daar zijn prachtige kwelvegetaties met Bosbies, Parnassia en orchideeën tot ontwikkeling gekomen.

In de Hunze is de herintroductie van de Bever succesvol verlopen. De Otter is weer terug in Drenthe.

De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de bescherming van bijzondere soorten, zoals Valkruid, Knoflookpad, Zandhagedis, Zwarte rapunzel en Stengelloze sleutelbloem.

Weide en akkervogels

Achteruitgang van weidevogels is een landelijk trend die ook in het Drentse agrarisch gebied te zien is. In sommige beheergebieden stabiliseert of verbetert de weidevogelstand door agrarisch natuurbeheer. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Galgaten bij Dalen, waar de nauwe samenwerking tussen boeren en de inrichting van dit grootschalig weidegebied voor een duidelijke opleving van kritische weidevogels heeft gezorgd.

In Drenthe is er een toename van soorten als Veldleeuwerik en Gele kwikstaart. Door het ouder worden van de bossen en een meer kleinschalig beheer gaat het goed met sommige broedvogels van bossen en van open ruimtes in bos. Voorbeelden zijn Boomklever, Appelvink en Nachtzwaluw. Ook vogels van kleinschalige landschappen met struweel doen het in sommige gevallen goed. Zo is Drenthe een bolwerk voor soorten als Geelgors, Grauwe klauwier, Paapje en Roodborsttapuit.

Soorten die gedijen in het agrarisch gebied

Voor veel soorten van de agrarische cultuurlandschappen is agrarisch beheer een essentiële voorwaarde voor een gezonde populatie. In kleinschalige landschappen gaat het bijvoorbeeld om soorten als Geelgors, Vleermuizen, Das en vele vlindersoorten. In de open akkerbouwgebieden gaat het om soorten als Gele kwikstaart en Veldleeuwerik. In deze gebieden is de soortenrijkdom op zich niet zo groot, maar soorten komen wel in indrukwekkende aantallen voor. De akkers fungeren tevens als voedselgebied voor wintergasten als rietgans, Kleine en Wilde zwaan. Positief zijn ook de eerste broedgevallen van de Grauwe kiekendief in de oostelijke akkerbouwgebieden. Drentse akkerranden worden veelvuldig bezocht door Groningse grauwe kiekendieven.

Voedselarme gebieden

Sommige plantengemeenschappen van droge heides en heischrale graslanden gaan nog steeds achteruit, o.a. door stikstofdepositie en verdroging. Dit geldt zowel voor natuurgebieden als daarbuiten. Lokaal zijn echter positieve stappen gezet, zoals in het Dwingelderveld en op de Havelterberg. Hier zijn met name heischrale graslanden stabiel tot sterk verbeterd.

Droge, schrale vegetaties in agrarisch gebied en in bermen, zo kenmerkend voor Drenthe, vertonen een sterke achteruitgang waarin karakteristieke soorten plaatsmaken voor meer algemene soorten.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw gaan de broedvogels van heide- en hoogveengebieden achteruit. De Wulp is daarvan een goed voorbeeld. Daarentegen zijn er ook soorten die toenemen, zoals de Blauwborst. Ook is een verschuiving zichtbaar van broedvogels van agrarisch gebied naar grote natuurgebieden, een beeld dat vooral Veldleeuwerik en Graspieper laten zien.

Samengevat

Als het gaat om waterrijke moerasgebieden, kwelgebieden, bossen, traditionele en nieuwe natuurgebieden zijn er de afgelopen jaren veel successen te melden. De biodiversiteit in kleinschalige agrarisch landschappen, sommige heide- en hoogveengebieden en schrale vegetaties, staat echter nog steeds onder druk.