Bodemverontreiniging


Bodemverontreiniging is de term die we gebruiken als er door de mens stoffen of materialen in de bodem of het grondwater terecht zijn gekomen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het ecosysteem of de mens.

Ontstaan

Veel vervuiling stamt nog uit het verleden. Het gaat om plekken waar vroeger benzinestations, garages of chemische wasserijen stonden. Daarnaast heeft ook langdurige stedelijke bewoning invloed op de kwaliteit van de bodem. Ondergrondse olietanks in tuinen zijn bijvoorbeeld vaak opgevuld met zand, maar kunnen vroeger olie gelekt hebben. Verontreinigingen kunnen in de bodem terechtkomen door verschillende oorzaken. Denk daarbij aan ongelukken, morsen of lekkage van vaten en leidingen. Ook het storten van puin, afval en lozingen​​​​​​ kunnen een rol spelen.

Een vuilstortplaats Een lekkende olietank

Als de bodem vervuild is, kunt u hiermee in aanraking komen door bijvoorbeeld het eten van groenten uit de tuin. Het kan ook gebeuren via het inademen van stofdeeltjes en het verdampen van stoffen naar uw woonruimte. Kinderen kunnen tijdens het buitenspelen verontreinigde grond binnenkrijgen. Bodemverontreiniging kan zich verspreiden in het milieu via het grondwater. Zo kan het ook in het drinkwater komen.

Bodemverontreiniging kan ook nadelige invloed hebben op planten en dieren. Wilt u meer weten, lees dan de folder "Bodemverontreiniging, wat heeft u daarmee te maken (pdf, 306 kB)".

Om te weten te komen of de bodem verontreinigd is, kunt u een bodemonderzoek laten uitvoeren. Uit het onderzoek zal duidelijk worden wat de kwaliteit van de bodem is. De Rijksoverheid maakt de regels voor het bodemkwaliteitsbeleid. De provincie en gemeenten zijn opdrachtgever en de Regionale Uitvoeringsdient Drenthe (RUD) voert dit beleid uit. Zij zijn als eerste verantwoordelijk voor de uitvoering. Ook zijn ze het aanspreekpunt voor specifieke gevallen van bodemverontreiniging.