Veehouderij


De Drentse melkveehouderij produceert melk van goede kwaliteit, met oog voor het welzijn van de veestapel en met respect voor de omgeving. De sector presteert op een niveau waarvan de koplopers hebben aangetoond dat het kan. Grondgebonden melkveehouderij betreft veruit de grootste groep bedrijven binnen de veehouderij in Drenthe. Dit is van groot belang voor de economie en werkgelegenheid in de provincie en beeldbepalend in het landschap.

Veehouderij 2

De provincie werkt samen met partners binnen de ‘Ontwikkelagenda Melkveehouderij’aan het toekomstgericht maken van de sector. Het doel is dat de Drentse melkveehouderij zo snel mogelijk op het gebied van fosfaat, stikstof en ammoniak presteert op het niveau van de 25% best presterende Drentse bedrijven uit 2013 (de koplopers). Het sluiten van de kringlopen, het toepassen van weidegang en het zuinig omgaan met de bodem zijn acties die bijdragen aan het halen van die doelstelling. Veehouders zijn aan zet om dat in hun bedrijfsvoering in te bedden. Samenwerking, onderzoek, innovatie en educatie zijn erop gericht om het grote ‘peloton’ aan bedrijven mee te krijgen in deze verduurzamingsslag. Het versterken van het ondernemerschap in de sector zorgt dat iedere ondernemer in staat is de juiste strategie te kiezen die past bij het bedrijf en zijn omgeving.

Gezonde veehouderij door gezond voer

Maïs is belangrijk onderdeel van het dieet voor melkvee. Om nu en in de toekomst voldoende maïs van hoge kwaliteit te kunnen blijven oogsten, is meer aandacht voor goed bodembeheer van essentieel belang. In Marwijksoord is een centraal demonstratieperceel waar verschillende systeemvarianten van maïs telen te zien zijn. Maïstelers, loonwerkers en andere erfbetreders zijn uitgenodigd om demonstraties te bezoeken, mee te denken en van elkaar te leren. Verspreid door Drenthe liggen 9 praktijkbedrijven waar ook demonstraties aangelegd zijn, die inzoomen op locatie specifieke omstandigheden. Dit project combineert investeren in een duurzame teeltwijze met hogere efficiency en draagt bij aan een betere samenwerking tussen akkerbouwers, veetelers en loonwerkers. Dit leidt tot kortere productie- en afzetketens en een beperktere footprint.