IBP Project Samen boeren voor Drentse bodem


Biodiversiteit én Boer

Een florerend bodemleven zorgt ervoor dat de bodem beter vocht vasthoudt, maakt planten minder vatbaar voor ziekten én heeft een positief effect op ondergrondse én bovengrondse biodiversiteit. Dit is goed voor zowel de biodiversiteit als  het inkomen van de boer.

Door percelen van twee of meer boeren bij elkaar te brengen, roteren er meer verschillende gewassen over een groter areaal grond 

Stel: de akkerbouwer teelt normaal drie gewassen op zijn areaal en de melkveehouder heeft gras en maïs op zijn land staan, dan kunnen zij door grond onderling te ruilen, een rotatie maken waarbij al deze vijf gewassen een rol hebben. Eenzelfde gewas komt dan minder vaak op hetzelfde stuk land. Dit is goed voor de bodem en het zorgt er ook voor dat de ziekte- en onkruiddruk lager wordt. De boer hoeft daardoor minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.

Gras als nuttig rustgewas

Verschillende gewassen in het teeltplan hebben elk een eigen functie. Gras bijvoorbeeld, is voor de bodem een rustgewas maar voor de akkerbouwer gemiddeld genomen geen renderend gewas. Voor de veehouder is gras juist een noodzakelijk gewas. Zo wordt er op dat perceel nog wel normaal rendement gemaakt en wordt tegelijkertijd de bodem extra belucht door het diepwortelende gras.

Alle maatschappelijke opdrachten in één

Duurzaam bodembeheer is de basis van alle grote maatschappelijke vraagstukken die anno 2021 op tafel liggen. Het werkt positief door op CO2-opslag en de vochthuishouding. Het vermindert uitspoeling van mineralen en het zorgt ervoor dat er minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. Verbetering van de biodiversiteit begint bij de bodem: de basis van de voedselketen.

Tijdelijk gras doet goed

Tijdelijk grasland is in deze vruchtwisseling zoals gezegd een rustgewas voor de grond. De diepe doorworteling van gras verbetert de zuurstofvoorziening, het waterbergend vermogen en de CO2-opslag van de bodem. Dat is belangrijk voor zowel akkerbouwer, veehouder als natuur.