Koloniën van Weldadigheid zien kans op behalen werelderfgoedstatus in 2020


Ministers geven groen licht voor aangepast dossier

Het aangepaste nominatiedossier voor de inschrijving van de Koloniën van Weldadigheid op de werelderfgoedlijst van UNESCO is klaar. Voorzitter en Drents gedeputeerde Cees Bijl van de hiervoor verantwoordelijke Nederlands-Vlaamse Stuurgroep heeft het op 20 januari samen met vice-voorzitters en Antwerps gedeputeerden Kathleen Helsen en Jan De Haes vol vertrouwen en met gepaste trots overgedragen aan Vlaams minister Matthias Diependaele (onroerend erfgoed) en de Nederlandse minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen). Dit gebeurde in de Vlaamse Weldadigheidskolonie Wortel.

Mattias Diependaele zal het dossier nu mede namens de Nederlandse minister indienen voor internationale besluitvorming door UNESCO. Begin juli 2020 wordt dat internationale besluit verwacht op de zitting van het Werelderfgoedcomité in Fuzhou (China).

Potentieel werelderfgoedwaardig

De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden van binnenlandse landbouwkoloniën voor armoedebestrijding. Ruim een miljoen Nederlanders en Belgen hebben voorouders in de Koloniën van Weldadigheid.
Tijdens het Werelderfgoedcomité in Bahrein in 2018 werd al geoordeeld dat de Koloniën van Weldadigheid potentieel werelderfgoedwaardig zijn. Met een zogeheten ‘referral-besluit’ werden Nederland en België uitgenodigd om het dossier aan te passen en opnieuw voor te leggen. Dat gebeurt nu.

Samenwerking met adviesorgaan versterkt het dossier

Het dossier is nu nog sterker dan het al was. Het is aangepast na een intensieve wetenschappelijke dialoog met het adviesorgaan van UNESCO, ICOMOS. Eerdere kritiek is omarmd, en het dossier is nog grondiger onderbouwd met bewijslast. Door meer te focussen op die plekken waar uit zowel de beginperiode als de late 19e eeuw zoveel mogelijk landschapselementen en gebouwen zijn overgebleven, is de begrenzing gewijzigd. Er worden nu vier van de zeven Koloniën voorgedragen, zowel vrije als onvrije (Frederiksoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen in Nederland en Wortel in Vlaanderen). Alle oorspronkelijke zeven Koloniën van Weldadigheid blijven echter wel samenwerken in het uitdragen van hun geschiedenis van armoedebestrijding, een samenwerking waaraan de beide ministers eind 2019 al hun steun gaven.

De kracht van twee landen

Indiening van het dossier gebeurt nu door de Vlaamse minister, terwijl Nederland het oorspronkelijke dossier in 2017 indiende. Dit omdat een land vanaf dit jaar nog maar een dossier tegelijk ‘in behandeling’ mag hebben. In Nederland zijn na de Koloniën van Weldadigheid ook nog de Waterlinies en de Limes ingediend, terwijl een land bij UNESCO sinds kort maar één nominatie tegelijkertijd op de agenda mag hebben. Vlaanderen heeft geen andere werelderfgoednominatie lopen en dient nu in.

Bij de foto:

Op de foto staan van links naar rechts: minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), gedeputeerde Cees Bijl (provincie Drenthe – tevens voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Stuurgroep), Vlaams minister Matthias Diependaele (onroerend erfgoed) en vice-voorzitters en Antwerps gedeputeerden Kathleen Helsen en Jan De Haes.

Fotografie: Eric van Laarhoven