Een schitterend, maar hard landschap


In 1997 nam Luuc Bos de Bargerveense schaapskudde van Staatsbosbeheer over. Net als negen andere gescheperde kuddes in Drenthe ontvangt deze kudde jaarlijks een provinciale vergoeding. Twintig jaar geleden had Luuc driehonderd schapen onder zijn hoede. Tegenwoordig staat de teller al bijna op duizend. Het werkgebied is in de loop der jaren groter geworden. En dankzij de vernatting is het Bargerveen ‘s winters te kwetsbaar geworden voor begrazing. Daarom moeten de schapen in een korter tijdsbestek meer meters - of beter hectares - maken.

Luuc Bos

In december 2017 nam de kudde haar intrek in een gloednieuw onderkomen aan de rand van het dorp Weiteveen. Het hoofdzakelijk uit hout opgetrokken bouwwerk heeft een indrukwekkende omvang. Met een capaciteit van duizend schapen en honderd runderen is dit het grootstenatuurbeheercomplex van Nederland.

’s Nachts op stal

Nieuwbouw was nodig om de hoeveelheid meststoffen in het Bargerveen tot het uiterste te beperken. Aan het eind van de dag keren de dieren terug naar de kooi. “Verschraling is een belangrijke voorwaarde voor de aangroei van veen”, legt Luuc uit. “Andere plantensoorten moeten geen kans krijgen om de veenmoskussens in de schaduw te zetten en te verdringen. De schapen wachten uiteraard niet met poepen tot ze terug zijn in de kooi. Maar in ruste laten ze beduidend meer vallen dan wanneer ze aan het werk zijn. Door ze ’s avonds binnen te houden, komt er misschien wel driekwart minder mest in het veld terecht. We passen hier het oeroude principe van de potstal toe. De mest wordt opgepot en om de zoveel tijd bedekt met grasmaaisel van Staatsbosbeheer. Het vee komt telkens een stukje hoger in de stal te staan. De aangestampte, gerijpte mest gebruiken we als bemesting voor graslanden en dit jaar gaan we van start met wat kleinschalige akkerbouw voor de teelt van granen en andere gewassen. Die kunnen we vervolgens weer als veevoergebruiken. Een echte kringloop dus.”

Schoonebeker heideschaap Bargerveen 09-02-18 (32)

Pijpenstrootje en zachte berk

Begrazing is een belangrijk onderdeel van het Natura 2000-beheerplan van het Bargerveen. Met alleen hydrologische maatregelen zal het gewenste resultaat niet worden bereikt. “Vooral het pijpenstrootje en de zachte berk zijn de grote vijanden van hoogveenherstel. In de drogere delen van het gebied is de inzet van runderen heel effectief. Zij slaan hun tong om een complete pol heen en trekken hem in een keer uit de grond. Als de strootjes weer uitgroeien, zorgen de schapen dat ze kort blijven. Bij wijze van proef hebben we een deel van het gebied eens een jaar onbegraasd gelaten. Een ware explosie van berk en pijpenstrootje was het gevolg. Het heeft ons drie jaar gekost om de achterstand in te lopen.”

Schapen krijgen het niet cadeau

Het Bargerveen is schitterend. Dit is het meest bijzondere hoogveenlandschap dat ik ooit heb gezien. De schapen denken daar soms anders over. Voor hen kan het gebied heel hard zijn, ze krijgen het hier beslist niet cadeau.

Verspreid over het gebied liggen oude, dichtgegroeide veenputten waar zij in kunnen stappen. En op de steil afgestoken wanden in het oude ontginningslandschap ligt een vette laag veenprut. Schapen die hier al langer rondlopen, kennen die plekken, maar nieuwe schapen moet ik er regelmatig met een vanghaak weer uittrekken, aldus Luuc Bos.

Oud cultuurlandschap

Niet alleen het kletsnatte hoogveen, maar ook de natuurlijke graslanden op onontgonnen veen worden door de kudde onder handen genomen. “Door deze bovenveengraslanden vanaf oktober te begrazen en te bemesten, dragen we bij aan herstel van bijzondere natuurwaarden”, legt Luuc uit. “Dit oude cultuurlandschap geniet een speciale status; qua flora en fauna is het met niets in Europa te vergelijken. De uiterst zeldzame aardbeivlinder en welriekende nachtorchis kom je hier nog in grote aantallen tegen. En dat niet alleen; het is er ook erg mooi. De ontginningsgeschiedenis is nogprachtig leesbaar in het landschap.”

Bargerveen 16-07-14 (26)

Zeldzame soorten keren terug

Luuc juicht de transformatie van het Bargerveen zeer toe. Als lid van de Grondcommissie Schoonebeek en als overlegpartner van beheerder Staatsbosbeheer is hij actief bij de ontwikkeling betrokken. Ook zat hij vijftien jaar in het bestuur van het waterschap Velt en Vecht, tegenwoordig Vechtstromen. Ziet hij veranderingen in het Bargerveen? “Jazeker. In het middengebied, waar de waterstand nu behoorlijk stabiel is, breidt het veenmos zich gestaag uit. Ook zijn hier al bijna driehonderd vogelsoorten waargenomen. Ondanks dat het gebied is aangewezen als speciale beschermingszone voor vogels, zie je toch dat sommige soorten het door de kap van bomen en struiken moeilijk beginnen te krijgen. Het komt er nu op aan een goede balans te vinden tussen hoogveenherstel en vogelbescherming.De randen van bufferzones zijn heel geschikt om mooie plekken voor vogels te maken.”

Begrazing zal altijd nodig blijven

En wat als de waterstand overal in het Bargerveen stabiel is, zit het werk van de kudde er dan op? “Nee, dan zijn er nog steeds veel aangrenzende gebieden die natuurlijk begraasd moeten worden. Maar we zullen uiteindelijk wel wat moeten krimpen. Door de stand van zaken in het gebied regelmatig te beoordelen, kunnen we de intensiteit van de begrazing en de omvang van de kudde flexibel aanpassen aan wat nodig is en wat kan.”