Werkloosheid


De werkloosheid reageert op economische veranderingen, zij het met enige vertraging.

trend Ondanks het gematigde economische herstel, nam de werkloosheid in 2015 verder toe, tot 12,5%. In het eerste kwartaal van 2016 begon het herstel zich te vertalen in een daling van het aantal werklozen. De afgelopen periode waren er geen ontwikkelingen van betekenis, of er waren ongeveer evenveel gewenste als ongewenste ontwikkelingen.
vergelijking Drenthe-NL Net als Drenthe kende Nederland een toename van de werkloosheid in 2015 en een lichte afname in het eerste kwartaal van 2016. In Drenthe is de werkloosheid overigens al decennia hoger dan in Nederland. Wel fluctueert het verschil gedurende het jaar, vooral door seizoensarbeid. De situatie in Drenthe is vergelijkbaar met Nederland.
toekomst Naar verwachting zet de daling van de werkloosheid de komende jaren door. In 2016 en 2017 zal deze nog enigszins beperkt zijn. Naar verwachting gaan de ontwikkelingen de gewenste kant op.

Werkloosheid is de resultante van de vraag naar en het aanbod van arbeid. Voor de werkloosheid kijken we naar het aantal niet-werkende werkzoekenden dat geregistreerd staat bij het UWV. Vanaf 2015 maken we daarbij gebruik van de internationale definitie van werkloosheid en beroepsbevolking*. Omdat de cijfers van voorgaande jaren niet met terugwerkende kracht volgens de nieuwe definitie worden berekend, gaan we voor trends nog uit van de oude definitie.

De peildatum van de cijfers is eind december**. Bij de interpretatie van de cijfers moet daar rekening mee worden gehouden, want de werkgelegenheid en daarmee werkloosheid in Drenthe zijn relatief seizoensgevoelig.

Eerste tekenen van herstel

Door de economische recessie liep de werkloosheid in 2009 flink op. In 2010 en 2011 nam de werkloosheid weer wat af, met name doordat minder mensen zich aanboden op de arbeidsmarkt en niet door een groei van de werkgelegenheid. Hierdoor daalde de beroepsbevolking. Het uitblijven van herstel van de economie zorgde ervoor dat de werkloosheid vanaf 2012 weer steeg.

Ondanks het inmiddels ingezette economische herstel, liep de werkloosheid in 2015 verder op. Het aantal niet-werkende werkzoekenden nam in Drenthe minder sterk toe dan landelijk (+10,2% tegen +13,1%). De arbeidsmarkt reageert altijd vertraagd op economische veranderingen. In het eerste kwartaal van 2016 vertoonde de arbeidsmarkt tekenen van herstel. Zowel in Drenthe als in Nederland was sprake van een daling van de werkloosheid.

Onderzoeksbureau Etil verwacht dat de daling van de werkloosheid de komende jaren doorzet. In 2016 en 2017 zal deze daling nog enigszins beperkt zijn, doordat de groei van de werkgelegenheid gepaard gaat met een toename van de beroepsbevolking. Op termijn zal de beroepsbevolking waarschijnlijk afnemen als gevolg van de demografische ontwikkelingen.

Werkloosheid Drenthe hoger dan landelijk

Volgens de nieuwe internationale definitie had Drenthe eind december 2015 ruim 31.000 niet-werkende werkzoekenden. Dit betekent dat 12,5% van de Drentse beroepsbevolking werkloos was. Landelijk lag dit percentage op 11,3%.

De Drentse werkloosheid ligt overigens al decennia boven het nationaal gemiddelde. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het verschil met Nederland fluctueert gedurende het jaar. De verschillen tussen Drenthe en Nederland nemen af in het voorjaar en de zomer door seizoenswerkgelegenheid in landbouw, horeca, detailhandel en bouw. In het najaar en de winter nemen ze toe door het wegvallen van het seizoenswerk.

Meeste werklozen in Assen en Emmen

Van de Drentse gemeenten had Assen eind december 2015 het hoogste werkloosheidspercentage (15,5%), gevolgd door Emmen (15,3%) en Hoogeveen (12,8%). De werkloosheid in de andere gemeenten lag op of onder het Drentse gemiddelde. Deze gegevens zijn volgens de nieuwe definitie van werkloosheid en beroepsbevolking.

Werkloosheid, 2015

* Het werkloosheidspercentage betreft de niet-werkende werkzoekenden (NWW) als percentage van de beroepsbevolking. Bij de NWW gaat het om alle personen in de leeftijd van 15 tot 75 jaar (oude definitie: 65 jaar) die als werkzoekend staan ingeschre­ven bij het UWV (oude definitie: en die niet via een arbeidsover­eenkomst werken voor 12 uur of meer per week). De niet-werkende werkzoekenden bestaan uit werkzoekenden met een WW- of bijstandsuitkering en werkzoekenden zonder uitkering. De NWW-cijfers worden in sterke mate bepaald door registratieprocessen van UWV en gemeenten. Hierdoor kunnen de cijfers soms wat fluctueren.
** Cijfers betreffen de provincie Drenthe, niet de arbeidsmarktregio Drenthe.

Referenties

UWV. Regionale arbeidsmarktinformatie. (Webpagina 2016)