Generatiearmoede in de Veenkoloniën


Families die al generaties lang arm zijn doen minder mee in de maatschappij. Ze hebben minder vaak een baan, doen minder vaak aan vrijwilligerswerk en zijn meer geïsoleerd. Dit heeft negatieve effecten op de gezondheid en het welzijn van gezinsleden en hun directe omgeving. Generatiearmoede zorgt daarmee niet alleen voor minder mogelijkheden en kansen, maar vergroot ook de afstand tussen groepen in de samenleving. Provincie Drenthe en provincie Groningen verlengen de financiering van het onderzoek naar generatiearmoede in de Veenkoloniën met twee jaar. De komende twee jaar ligt de nadruk van het onderzoek op de samenhang tussen het huidige beleid en verschillende manieren om mensen uit armoede te helpen.

Een interview met onderzoekster dr. Sanne Visser over haar kijk op generatiearmoede en de impact die dit heeft op betrokkenen.

Waarom doen jullie onderzoek naar generatiearmoede in de Veenkoloniën?

“We willen iets doen aan generatiearmoede. Dat wil ik niet alleen als onderzoeker, maar ook de hulpinstanties, de overheid en de mensen die in armoede leven hebben hier behoefte aan. Er is een mooie samenwerking ontstaan tussen het onderzoek en de praktijk. Zowel de hulpverlening als het beleid zou meer ondersteuning kunnen bieden aan mensen in armoede, en armoede waar mogelijk voorkomen. In de praktijk ondervinden hulpverleners de complexiteit ervan. Zij stellen de vraag of wij als onderzoekers op zoek kunnen naar antwoorden op ‘Wat ervaren mensen in armoede als oorzaken?’ en ‘Wat werkt om armoede te voorkomen?’ Wij stellen deze vragen aan de mensen die al meerdere generaties in armoede leven.”

“De reacties in de families zijn verschillend. Een deel van de families ziet de hulp als noodzakelijk en wil geholpen worden om eruit te komen. Er zijn ook deelnemers aan het onderzoek die aangeven dat de hulpverlening prima op de hoogte is van de problemen, maar hier onvoldoende aan doet. Daarnaast zijn er mensen die in armoede leven en dit niet als een probleem ervaren.”

Je noemt 3 patronen die armoede in stand houden: Gebrek aan liefde en communicatie, gebrek aan financiële kennis en trouw aan bepaalde normen en waarden. Kun je iets vertellen over wie hier invloed op kan uitoefenen? Wat moet er gebeuren om deze patronen te doorbreken?

“Aan de hand van afgenomen interviews met families, kwamen deze patronen boven. Vaak speelt er een combinatie van die patronen. Dat doorgronden is belangrijk om te begrijpen waar de oorzaak zit. In het huidige systeem is daar te weinig tijd voor. Om te kunnen bepalen hoe we mensen langdurig kunnen begeleiden om uit die patronen te komen, kijken we goed naar wat wel en niet werkt bij groepen mensen die in armoede leven. Welke aanpak past bij iemands persoonlijkheid en omstandigheden. De aanpak kan anders zijn bij iemand die onvoldoende financiële kennis heeft, dan bij iemand die vasthoudt aan bepaalde normen en waarden. We hebben voor de interviews ook hulp gehad van ervaringsdeskundigen. Dit zijn mensen die zelf in armoede geleefd hebben en weten wat er speelt. Dat geeft vertrouwen en maakt dat zij de families eerlijk en ‘recht-door-zee’ kunnen benaderen. Aan de andere kant signaleren zij ook bij welke familie een voorzichtiger benadering, succesvoller is. Zo ontstaan er ‘groepen’ met een bijpassende aanpak.”

Wat drijft jou om hiermee bezig te zijn en wat hoop je te bereiken?

“Door meer van elkaar te leren, kun je beter begrijpen waar iemand tevreden mee zou zijn. Wetenschappelijk willen we naar verbeterde hulpverlening, zodat mensen niet in armoede hoeven te belanden. We willen het systeem beter laten aansluiten op de behoeften.”

“Je wordt geboren in een omgeving, waarin sommige randvoorwaarden wel of niet vanzelfsprekend zijn. Ik vind dat we te weinig van elkaar leren. We kunnen wel willen dat mensen zich verplaatsen in een groep met hogere banen en meer geld, maar wat is voldoende voor jou en mij? Dit is voor iedereen anders.”

Wat is uniek in dit onderzoek?

“We gaan met meerdere generaties in gesprek om te vergelijken hoe zij de armoede ervaren. We spreken kinderen van 12 jaar en mensen die al meer dan 40 jaar in armoede leven. We onderzoeken de verschillen door de tijd heen en bekijken hoeveel invloed dit heeft op het doorgeven van die armoede. Door mensen te interviewen reflecteren zij op zichzelf. Door dit te doen erkennen ze hoe het is ontstaan. Ze zien wat er veranderd is en wat invloed heeft. Waar zit voor deze familie de crux en hoe kunnen we dit oplossen? Het is erg bijzonder om onderdeel te zijn van dit soort gesprekken.”

“Ook de samenwerking tussen de partijen in een regio op zo’n schaalniveau is uniek. Bestuurders, beleidsmakers en hulpverleners van verschillende sectoren proberen zich te verenigen. Dat is ook direct een uitdaging. Vanuit onderzoek weten we al een tijd dat integraal werken (samenwerken vanuit het doel van de cliënt red.) goed zou moeten werken, maar in de praktijk is dat vaak lastig. Iedere organisatie heeft haar eigen insteek en kijk op de zaken. We willen allemaal het beste voor de families. Daarom onderzoeken we hoe de organisaties in het netwerk de samenwerking ervaren en hoe we integraal werken binnen dit thema kunnen verbeteren.”

Armoede is ook niet altijd alleen het gebrek aan geld.

Wat zou iedereen moeten weten volgens jou?

“Dat er niet één type armoede of mens die in armoede leeft, is. Vaak is er een bepaald beeld van deze mensen. Dat is meer verscheiden dan dat we weten en denken. Armoede is ook niet altijd alleen het gebrek aan geld, denk aan de patronen die ik eerder noemde. Daarom willen we verschillende groepen laten zien. We zien grote verschillen in hoe men dit beleeft en actie onderneemt. De ‘buitenwereld’ geeft hier vaak een negatieve uitleg aan.”

Welke invloed zie je dat corona heeft op armoede?

“Voor de mensen die geen werk hebben verandert er niet veel. Tijdelijke contracten zijn natuurlijk extra spannend. Het contact met de hulpverlener is moeilijker, omdat fysiek afspreken niet mogelijk is en meer op afstand gewerkt moet worden.  Daarnaast hebben de families niet altijd de middelen om makkelijk contact te onderhouden. Denk aan internet, telefoon of een auto om je makkelijk te verplaatsen. De families wonen wel geregeld bij elkaar in de buurt en raken hierdoor minder snel geïsoleerd.”

Heeft dit onderzoek invloed op je persoonlijke leven en hoe je tegen zaken aankijkt? Wat is daaruit het belangrijkste voor jou?

Het maakt me heel erg bewust van hoe ik zelf ben opgevoed en wat mijn ouders mij hebben bijgebracht over geld en sparen. Ik krijg bepaalde kansen in het leven en denk na over hoe deze kansen gecreëerd zijn en hoe dit werkt voor anderen. Het heeft veranderd hoe ik tegen dingen aankijk: wat bepaalt iemands belevingswereld? Wie ben ik ten opzichte van een ander? En ook niet onbelangrijk is de vraag: Als je uit armoede ontsnapt wat volgt er dan? Is je familie dan nog hetzelfde of is er afstand?  Uit armoede komen heeft een enorme impact. Hier wil ik ook aandacht voor hebben.