Rekenhulp bij de Subsidieregeling voorkomen schade door wolven provincie Drenthe


Hieronder wordt aan de hand van rekenvoorbeelden uitgelegd hoe moet worden omgegaan met verschillende praktijksituaties. Bij alle rekenvoorbeelden geldt dat de omheiningen zijn opgesteld of worden gebruikt binnen het aangewezen wolvenleefgebied. Aan deze rekenhulp kunnen geen rechten worden ontleend.

Vaststellen gemiddeld aantal dieren

In de regeling wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal dieren (zowel schapen als geiten)

Het aantal dieren dat u vermeldt bij uw aanvraag, bepaalt u door het gemiddelde te nemen van de aantallen dieren (zowel schapen als geiten) op de stallijsten van het Identificatie & Registratie systeem (I&R Dieren) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over de afgelopen 2 jaar op op 4 peildata: 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november.

Dus als u een aanvraag doet op 10 februari 2021 dan neemt u de peildata van 1 februari  2021, 1 november 2020, 1 augustus 2020, 1 mei 2020, 1 februari 2020, 1 november 2019, 1 augustus 2019, en 1 mei 2019. De dieraantallen geiten en schapen op deze peildata telt u bij elkaar op en deelt u door 8.

Het uit deze berekening komende getal wordt naar boven afgerond op een heel getal. Dit getal mag u opgeven als het gemiddelde aantal schapen/geiten dat u de afgelopen 2 jaar in bezit had.

Rekenvoorbeeld

Een schapen en geiten houder had op de volgende data volgens het I&R de volgende dieren:

  • 1 febr. 2021: 25 schapen en 2 geiten
  • 1 nov. 2020: 19 schapen en 0 geiten
  • 1 aug 2020: 24 schapen en 0 geiten
  • 1 mei 2020: 26 schapen en 0 geiten
  • 1 feb. 2020: 26 schapen en 0 geiten
  • 1 nov. 2019: 18 schapen en 1 geit
  • 1 aug. 2019: 18 schapen en 1geiten
  • 1 mei 2019: 25 schapen en 0 geiten

Totaal aantal dieren over de 8 peildata: 25 + 2+ 19 + 24 + 26 + 26 + 18 +1 + 18 + 1 + 25 = 185

Dit geeft een gemiddeld aantal dieren van: 185: 8  = 23,125 dieren. Afronden naar boven geeft een gemiddeld aantal dieren van 24.

Bepalen hoogte subsidie

Voorbeeld A

Een schapen en geiten houder heeft gemiddeld over de 8 peildata 24 dieren.

Hij wil graag zijn vaste raster binnen het wolvenleefgebied wolfwerend maken en een verplaatsbare wolfwerende  afrastering aanschaffen voor als hij zijn schapen weidt op een nabij gelegen natuurgebied.

De vaste afrastering heeft een omtrek van 400 meter.

Vaste afrastering

Vaste component: € 500,-

Variabele component:

  • 600 meter x € 3 per meter = € 1.800,-
  • Per dier is dit € 1.800,-  / 24 = € 75,-

Dit is lager dan het plafondbedrag van € 100,- per dier, dus dit levert geen beperking op.

Voor de vaste afrastering bedraagt de subsidie in totaal dan: € 500,- vaste component + € 1.800,- variabele component =  € 2.300,-

Verplaatsbare afrastering

Variabele component: 24 dieren x € 30,-  = € 720,-

Totaalbedrag aan subsidie

Totaal voor de vaste en verplaatsbare afrastering: € 2.300,- + € 720,- = € 3.020,-

Dit is beneden de maximale subsidie van € 20.000,-

De subsidie wordt verleend voor: € 3.020,-

Voorbeeld B

Een schapenhouder heeft gemiddeld over de 8 peildata 425 schapen. Het bedrijf gebruikt verplaatsbare afrasteringen en wil bij de omschakeling naar wolfwerende afrasteringen een automatisch oprolsysteem aanschaffen. Ook heeft de schapenhouder bij huis twee weiden die zijn omheind met vaste afrasteringen (een met een omtrek van 1000 meter en een met een omtrek van 500 meter) die hij wolfwerend wil maken.

Vaste afrastering

Vaste component:  € 500,-

Variabele component:

De twee vaste omheiningen worden qua omtrek bij elkaar opgeteld en verder behandeld als 1 omheining!

  • 1000 meter en 500 meter geeft samen 1500 meter aan vaste omheining.
  • 1500 meter x € 3,- = € 4.500,-

Per dier is dit € 4.500, - / 425 = € 10,60.  Dit is ver beneden het plafondbedrag van € 100,- per dier, dus dit levert geen beperking op.

Voor de vaste afrastering bedraagt de subsidie in totaal dan: € 500,- vaste component + € 4.500,- variabele component = € 5.000,-

Verplaatsbare afrastering

Variabele component: 425 dieren x € 30,- = € 12.750,-

Vast component oprolsysteem:

  • Automatisch oprolsysteem: € 4.000,-
  • Aantal dieren > 100

Voor de verplaatsbare afrastering bedraagt de subsidie dan: € 12.750,- variabele component + € 4.000,- vast component oprolsysteem = € 16.750,-

Het totaal aan subsidie zou dan € 5000,- + € 16.750,- = € 21.750,- bedragen.

Echter, de subsidie bedraagt maximaal € 20.000,-. Het totale subsidiebedrag blijft daar dus toe beperkt.

De subsidie wordt verleend voor: € 20.000,-

Voorbeeld C

Een geitenhouder heeft over de 8 peildata gemiddeld 20 dieren. De geitenhouder maakt gebruik van 4 vaste omheiningen met een omtrek van 200, 180, 150 en 120 meter. Hij maakt geen gebruik van flexibele omheiningen.

Vaste afrastering

Vaste component: € 500,-

Variabele component:

De 4 vaste omheiningen worden qua omtrek bij elkaar opgeteld en verder behandeld als 1 omheining.

  • 200 meter en 180 meter en 150 meter en 120 meter geeft samen 750  meter aan vaste omheining.
  • 750 meter x € 3,- = € 2.250,-
  • Per dier is dit € 2.250,- / 20 = €112,50.

Dit is boven het plafond van € 100,- per dier. Het bedrag wordt daarom beperkt tot de maximale € 100,- per dier, oftewel, 20 dieren x € 100,- = € 2.000,-

Voor de vaste afrastering bedraagt de subsidie in totaal dan: € 500,- vaste component + € 2.000,- variabele component =  € 2.500

De subsidie wordt verleend voor € 2.500,-