Temperatuur Opslag


Opslag van restwarmte in de bodem voor duurzame verwarming van gebouwen

Bij temperatuur-opslagsystemen wordt grondwater opgepompt om bovengronds te verwarmen met restwarmte die ter plaatse beschikbaar is, bijvoorbeeld uit een industrieel proces. Na opwarming wordt het grondwater weer terug in de ondergrond gepompt. Het verwarmde grondwater wordt in het koude seizoen opgepompt en gebruikt voor verwarming van gebouwen.

Er zijn drie vormen van temperatuuropslag systemen:

Deze drie vormen van temperatuur opslag en de mogelijkheden daarvoor in Drenthe worden hieronder toegelicht. Voor meer informatie over technische, juridische en financiële aspecten van MTO en HTO voor provincie Drenthe kunt u het rapport Oriëntatierapport diepe bodemenergie Drenthe (pdf, 1.9 MB) downloaden.

Lage temperatuur opslag (LTO)

Bij LTO wordt warmte afkomstig van een warmtebron opgeslagen in de ondergrond voor gebruik tijdens het koude seizoen. LTO-systemen hebben een infiltratietemperatuur van maximaal 30 °C. 
LTO-systemen worden, in tegenstelling tot WKO-systemen, niet ingezet voor koeling van het gebouw.
Deze systemen worden tot op een diepte van maximaal 300 meter in de ondergrond geplaatst.

LTO-systemen zijn vergunningplichtig op grond van de Waterwet. Zie voor meer informatie voor de voorbereiding en de realisatie van LTO-systemen het stappenplan WKO-systemen.

Midden temperatuur opslag (MTO)

MTO is een techniek waarbij de restwarmte, afkomstig van bijvoorbeeld een kas (Warmte Kracht Koppeling), een koelmachine of zonnecollectoren, van de gebruiker opgeslagen in de ondergrond en ingezet voor verwarming van het gebouw. Het warme grondwater wordt in een latere periode opgepompt en gebruikt voor verwarming van bijvoorbeeld een gebouw of kas. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur naar het gewenste warmteniveau van het gebouw.

Bij MTO-systemen wordt overtollige warmte gebruikt om water met een temperatuur van 30 tot 60 °C tijdelijk op te slaan in de ondergrond. MTO-systemen kunnen in provincie Drenthe op een diepte van 100 -350 meter in de ondergrond toegepast worden.

MTO is op een opslagtechniek die sinds de jaren 90 op kleine schaal in Nederland wordt toegepast. MTO is toepasbaar in kleinere projecten van ongeveer 50-200 woningen of vanaf 1 hectare glastuinbouw.

LTO-systemen zijn vergunningplichtig op grond van de Waterwet. Zie voor meer informatie voor de voorbereiding en de realisatie van LTO-systemen het stappenplan WKO-systemen.

In de Provinciale Omgevingsverordening is geregeld dat MTO-systemen geen warmte mogen toevoegen aan de bodemlagen die gelegen zijn boven de “Formatie van Breda”. De diepteligging van de “Formatie van Breda” is weergegeven op kaart C3 van de Provinciale Omgevingsverordening.

Doorklik naar kaart c3 pov

Hoge temperatuur opslag (HTO)

Bij HTO wordt overtollige warmte met een hoge temperatuur (60 tot 90 °C) tijdelijk opgeslagen in de ondergrond. De opgeslagen warmte wordt in een latere periode onttrokken en gebruikt voor lage temperatuur verwarming (50 °C) van bijvoorbeeld gebouwen en kassen. Bij deze temperaturen is het gebruik van een warmtepomp niet nodig. Dat maakt HTO energetisch erg gunstig. Vanwege de hoge opslagtemperaturen is chemische behandeling van het grondwater nodig om verstopping door neerslag van mineralen in het systeem (bronnen, warmtewisselaar en leidingen) te voorkomen.

HTO Uithof Utrecht

Mogelijkheden voor HTO liggen bij het grootschalig opslaan van restwarmte van de industrie, afvalverbranding, energiecentrale of Warmte Kracht Koppelingen (WKK). Ook kan HTO toegepast worden in combinatie met stadswarmtenetten. Een vuistregel voor de vraagkant is een thermisch vermogen van minimaal 5 MW (5 hectare kassen).

HTO is een techniek die al in de jaren tachtig van de vorige eeuw uitgebreid is onderzocht en waarvan in Nederland enkele pilots zijn gerealiseerd. In de wijk Beijum in Groningen is sinds 1985 een HTO-systeem in bedrijf. In Drenthe zijn nog geen HTO-projecten gerealiseerd.

In provincie Drenthe liggen de voor HTO geschikte bodemlagen op een diepte van 150 tot 750 meter beneden maaiveld. De Drentse ondergrond is biedt redelijke tot goede mogelijkheden voor de toepassing van HTO. De beste kansen voor HTO liggen in de noordelijke en westelijke kernen. Dit zijn de kernen in de gemeente Noordenveld, Tynaarlo (inclusief glastuinbouwgebied), Assen, Aa en Hunze en het grootste deel van Westerveld en Meppel. Voor delen van de gemeente Coevorden, Hoogeveen en Emmen biedt de ondergrond beperkte kansen voor HTO.

PM Doorklik Bijlage 1 – kaart B1.4a Potentiekaart HTO

HTO-systemen tot een diepte van 500 meter zijn vergunningplichtig op grond van de Waterwet. Zie voor meer informatie voor de voorbereiding en de realisatie van HTO-systemen het stappenplan WKO-systemen.

HTO-systemen die op een diepte van 500 meter of dieper worden geplaatst, zijn vergunningplichtig op grond van de Mijnbouwwet. Het Ministerie van Economische verstrekt hiervoor de vergunningen.

In de Provinciale Omgevingsverordening is geregeld dat HTO-systemen geen warmte mogen toevoegen aan de bodemlagen die gelegen zijn boven de “Formatie van Breda”. De diepteligging van de “Formatie van Breda” is weergegeven op kaart C3 van de Provinciale Omgevingsverordening.