Header website - Lente op de Westerbrink

Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer

Inhoud

Het nieuwe stelsel gaat uit van een samenspel van alle bij het beheer van het landelijk gebied betrokken partijen die een bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van de natuur(kwaliteit):· Agrarische natuurbeheerders (ondernemers en particulieren, die natuurbeheer uitoefenen op gronden met een landbouwkundig gebruik);· Terreinbeherende organisaties (TBO's: stichtingen en verenigingen, die professioneel natuurbeheer als hoofddoel hebben, zoals Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen en Staatsbosbeheer);· Natuurbeheerders niet zijnde TBO's (particulieren, stichtingen, gemeenten, etc. die natuurterreinen beheren). Landelijke taal voor natuur en landschap: de Index voor natuur en landschapIn gemeenschappelijk overleg tussen beheerdersorganisaties en de overheid (IPO/LNV) is een nieuwe, uniforme en sterk vereenvoudigde “natuurtaal” tot stand gekomen, die van groot belang is voor goede afstemming tussen beheerders (onderling) en overheden. Sturen op natuurdoelen via natuurbeheerplan Centraal in het nieuwe stelsel staat het natuurbeheerplan. Dat heeft ten opzichte van zijn voorgangers (natuurgebiedsplan, beheergebiedsplan en landschapsbeheerplan), een prominentere rol bij de sturing van doelen, de financiering van de maatregelen, de (procesmatige) voorwaarden voor subsidieverlening, monitoring en evaluatie. De provincie kan in het natuurbeheerplan via een contour gebieden aanwijzen waarin zij onderlinge afstemming en samenwerking tussen beheerders noodzakelijk acht. Dat doet zij bijvoorbeeld op basis van de problematiek en de opgaven in een bepaald gebied of vanwege de beoogde effectiviteit van het beheer. Bij beheervormen die een gebiedsgerichte aanpak vereisen (landschapselementen en bij dynamisch beheer van weidevogels, akkervogels en ganzen) kan een collectief beheerplan worden gevraagd van de betrokken beheerders in het gebied met een belangrijke rol voor een gecertificeerde ANV of Stichting Landschapsbeheer. . Onderscheid beheer en kwaliteitsimpulsen In het nieuwe stelsel wordt een onderscheid gemaakt tussen beheer van bestaande (agrarische ) natuur en kwaliteitsimpulsen. De subsidie voor het beheer van de (agrarische) natuur wordt via deze verordening direct geregeld tussen beheerder en provincie. De kwaliteitsimpulsen (inrichting, zware kwaliteitsinvesteringen en functieverandering) verlopen via het gebiedsgerichte proces en worden volgens de ILG systematiek gefinancierd via de provinciale ILG Verordening Kwaliteitsborging via certificering en controle Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wel of niet gecertificeerde beheerders. Certificering biedt de overheid vertrouwen in de kwaliteit en professionaliteit van de beheerders om kwalitatief goed beheer uit te voeren en transparant te zijn over de werkwijze. Dit vertaalt zich ook in een reductie van controle- en administratieve lasten bij beheerder en overheid. Certificering is vooral relevant voor agrarische natuurverenigingen. Bij bepaalde natuur- of landschapsdoelen (akker- en weidevogelbeheer, ganzenbeheer, landschapsbeheer) is voor de effectieve inzet van beheerspakketten een actieve rol van een gecertificeerde ANV gewenst. Bij niet-gecertificeerde beheerders wordt de kwaliteit van het beheer gecontroleerd door de overheid. Naar aanleiding van de controles kunnen zo nodig adviezen en/of aanwijzingen aan de beheerder worden gegeven om het beheer te verbeteren. Afrekenen op uitgevoerd beheer Beheerders zijn verplicht de bestaande (agrarische) natuur in stand te houden en worden afgerekend op het uitgevoerde beheer. Door de verplichting van instandhouding is er sprake van minder controle (niet meer tellen etc). De controles in het veld zijn met name gericht op de feitelijke situatie van instandhouding en het naleven van voorwaarden in beschikking en verordening.

Voorwaarden

Een primaire rol in dit stelsel is weggelegd voor de natuurbeheerders die zijn onderverdeeld in drie groepen. Wie landbouwgrond heeft met geheel of gedeeltelijk natuurbestemming, is een agrarische natuurbeheerder. Daarnaast zijn er organisaties met ten minste enkele professionele medewerkers die natuurbeheer als hoofddoel hebben. Deze terreinbeherende organisaties (TBO’s) zijn de Provinciale Landschappen, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. De laatste groep bestaat uit de rest: particulieren, stichtingen, gemeenten, enzovoorts, die natuurterreinen hebben. Zij worden vaak gesteund door koepelorganisaties als de Federatie Particulier Grondbezit en de Stichting Beheer Natuur en Landschap. Er is in het nieuwe stelsel onderscheid tussen beheerders waarvan de gronden een verschillende bestemming hebben (natuur of landbouw) omdat agrarisch natuurbeheer moet voldoen aan strengere Europese regelgeving. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidieregeling stelt de provincie een natuurbeheerplan op. In een natuurbeheerplan begrenzen Gedeputeerde Staten gebieden waar subsidiëring van beheer van natuur, agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden. Het natuurbeheerplan geeft ook aan waar kwaliteitsimpulsen voor natuur en landschap mogelijk zijn. Daarnaast beschrijft het natuurbeheerplan per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen van toepassing zijn en stelt het natuurbeheerplan zo nodig aanvullende eisen ten aanzien van het uitvoeren van bepaalde beheermaatregelen. Het natuurbeheerplan geldt primair als toetsingskader voor subsidieaanvragen op basis van de genoemde subsidieregelingen.

Het natuurbeheerplan is ook een belangrijk instrument voor de realisering van het rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid waaronder de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Robuuste verbindingen. De EHS vormt een duurzaam en samenhangend netwerk van natuurgebieden. Daartoe worden nieuwe natuurgebieden ontwikkeld en wordt de kwaliteit van de bestaande (agrarische) natuurgebieden veiliggesteld en eventueel verbeterd.

Jaarlijks is er een openstelling door Gedeputeerde Staten vastgesteld met een subsidieplafond en tariefaanpassingen.

Contact

Wilt u meer informatie over het aanvragen van subsidie? Kijk dan op www.minlnv.nl/loket. Of bel gratis met Het LNV-Loket: 0800 - 22 333 22 (op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur).

Vragen over het natuurbeheerplan en aanvraagbegeleiding bij het DLG loket 0592-316083

Meer algemene informatie over het nieuwe stelsel voor natuur- en landschapsbeheer vindt u op de website www.natuurbeheersubsidie.nl of de website van de provincie.

Formulieren

Productlinks

Bijgewerkt

Uitvoerende instantie

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Bezoekadres

Prins Clauslaan 8
2595 AJ Den Haag

Postadres

2500 EK Den Haag
Postbus Postbus 20401

Uitvoerende instantie

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Bezoekadres

Prins Clauslaan 8
2595 AJ Den Haag

Postadres

2500 EK Den Haag
Postbus Postbus 20401

Navigatielinks overslaan
Volg ons op Twitter!
Sitemap overslaan
Sluit sitemap