Sport

Sportparticipatie is gedefinieerd als het aandeel mensen dat minimaal 12 keer per jaar sport.

trend In de periode 2008-2014 lag de sportparticipatie rond de 73%. De afgelopen periode waren er geen ontwikkelingen van betekenis, of er waren ongeveer evenveel gewenste als ongewenste ontwikkelingen.
vergelijking Drenthe-NL In Drenthe is de sportparticipatie aanzienlijk hoger dan in Nederland (72% tegen 65% in 2014). De situatie in Drenthe is beter dan in Nederland.

In de periode 2008-2014 lag de sportparticipatie van de inwoners van Drenthe rond de 73%. Dit is aanzienlijk hoger dan de landelijke sportparticipatie, die op 65% ligt.

Het aandeel volwassenen dat minimaal 1 keer per week sport fluctueerde tussen 2010 en 2014 tussen de 51% en 55%. Dit is vergelijkbaar met het landelijke percentage van 52%. Van de 65-plussers sport 48% minimaal 1 keer per week. Bij de jongeren is dat 84%.

3% van de volwassenen is inactief. Dit betekent dat zij geen enkele dag in de week minimaal 30 minuten actief zijn. Landelijk ligt dit percentage ook op 3%.

Sport binnen of buiten verenigingsverband

40% van de inwoners sportte in 2014 in georganiseerd verband, oftewel is lid van een sportvereniging. 32% sport in commercieel verband en 54% sport ongebonden*. Mannen zijn vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen. Ook sporten mannen vaker ongebonden. Vrouwen sporten daarentegen vaker in commercieel verband. Jongeren sporten meer dan ouderen en zijn vaker lid van een sportvereniging. Daarnaast sporten ze vaker in commercieel verband.

De meest beoefende sporten door volwassenen in 2014 waren fitness, wandelsport en wielrennen. Hardlopen heeft iets aan populariteit ingeboet ten opzichte van 2012. Nieuw in de top 10 is skiën/langlaufen/snowboarden. De meest beoefende sporten door jongeren zijn veldvoetbal, hardlopen/ joggen/ trimmen en fitness.

Motieven

De belangrijkste motieven om te sporten zijn gezondheid/fitheid, plezierbeleving/ontspanning en sociale contacten/gezelligheid. Deze motieven waren in 2014 onveranderd ten opzichte van 2012 en voor alle leeftijdscategorieën gelijk.

De belangrijkste motieven om niet te sporten zijn lichamelijk niet in staat zijn om te sporten, geen tijd en geen zin om te sporten. Dit komt overeen met de landelijke motieven.

* Het totaal is meer dan 100% doordat mensen op meer dan één manier kunnen sporten.

Referenties

Rotman, J. & R. Dreier (2015). Drentse Sportmonitor 2014. (pdf, 1.2 MB) SportDrenthe, Hoogeveen.

Laatst bijgewerkt op 9 mei 2017.